zondag 14 december 2014

Mr. Turner

Donderdagavond recensie over film Mr. Turner: veelzijdig portret van een man die zich niet laat vangen. Nieuwsuur diezelfde avond: Portret van Engelse Rembrandt. Geen idee waarom, maar neigt naar meer. Lees en verdiep me snel door 'William Turner' in Google in te tikken en vervolgens op 'afbeeldingen' te drukken. Maar, die schilderijen, wat mooi! Niet voor niets 'schilder van het licht'! Volgens de Volkskrant zelfs schitterend smerig, wild en verfijnd. Ik wil de film zien, benieuwd naar de kunstenaar.

Kaarten gereserveerd. Vriend wacht in die rij. Ik installeer me geduldig in één van de drie rijen waar koffie wordt uitgeschonken. Met zorg. Zorg die geduld op de proef stelt van het avondje-uit-publiek-. Eén van de koffieapparaten is defect. Gemompel, Zuchten en zweet op de voorhoofden van de vrijwilligers. Daar waar omgevingsprikkels mij normaliter overvoeren, beschik ik gelukkig over de gave om de rust in (de wél altijd verkeerde) rij te bewaken. Relativeren, groot goed. Zitten in het midden van de vijfde rij van boven. In de uitverkochte filmzaal van Filmhuis Hilversum. Goed zicht. Observeren. Tussen net publiek. De 'gevestigde bovenlaag'? Voornamelijk veertig plussers. Kunstminnend waarschijnlijk ook. Consternatie links, twee rijen beneden de onze. Stel installeert zich. Vrouw verheugt over avondje uit. Man zichtbaar en hoorbaar gefrustreerd, misschien over de aanstaande zit. De film duurt tweeënhalf uur. Ik vraag me af of vriend zich daar bewust van is.

Daar waar de één letterlijk zijn neus ophaalt, slaakt Mr. Turner licht grommende geluidjes in geval van verontwaardiging, ongenoegen, onrecht en/of onbegrip. Situaties die zich regelmatig voordoen op het witte doek. De man Turner. Klein, dik, opgezwollen hoofd, vette haren. Norse blik, plotseling omslaand in onderzoekende ogen. Kwetsbaar soms zelfs. Beweegt zich prominent in zijn eigen decor. Prachtige beelden. Luchten gevangen in beeld die verfijnd overgaan van het ene witte film- op het andere canvasdoek. Karakteristieken zonder overdrijven. Liefde, genot en de tegenstellingen hierin. Eenvoud in een eigenzinnige kunstenaarsdynamiek halverwege de negentiende eeuw. Intellect. Maar geen behoefte om dit te bewijzen. Wél vasthoudend aan zijn vernieuwende stijl. 'Schilder van het licht', door het publiek niet altijd begrepen, Tweeënhalf uur film, waarbij ik me moeiteloos overgeef aan de traag in elkaar overlopende scene's. Vriend meer moeite. Af en toe een snurk, bij toeval tegelijk met Turner's gegrom.

Tijd voor evaluatie. Zin in wijn. Wel cafégasten, maar geen bekende in Hilversum, dus zoeken naar een geschikte locatie. Via eerst een knipoog door een hoogblond gepermanente, rokende dame op het terras worden we vervolgens al dansend binnengeloodst door, verdomd(!), Mr. Turner nr. 2. Zelfde vadsige, zij het beter gekleed en grijze haren die vrolijk om het ronde gezicht bewegen in plaats van er vet tegenaan plakken. In het moderne, zij het 'bruin' aanvoelende, danscafe, daar ergens op de hoek van de hoofdstraat. Karakteristieken blijken ook in real life te bestaan. Zie daar de travestiet aan het uiteinde van de lange bar. In een net te strak leren rokje. Wij nestelen zich naast hem/haar en bestellen. Mijn Sauvignon Blanc, zijn La Chouffe. Al snel voegt 'Hoogblond' zich naast me. Stelt zich voor en wil dansen. Niet eerst voordat ze gezegd heeft dat volgend jaar, het jaar van mijn achtenveertigste verjaardag, het jaar wordt waarin een lang gekoesterde droom uit zal komen. Mr. Turner nummer 2 geeft zich al grommend over aan Travestiet. Ik stel voor dat Hoogblond zich eerst voegt bij vriend. Die de dansvloer al gevonden heeft. Dansen op muziek. Na een half uur pas ontdekken dat de muziek live is en verzorgd wordt door een DJ ergens twee meter boven de bar. Heerlijk muziek. Funk, Soul, EightiesMr. Turner gaat los. Geeft zich over. Zijn grijze lokken steken af bij het lange donkere haar van Travestiet. Ik maak beide complimenten. De één gromt, iets over 'overgave', 'gevoel'. Jaja, Mr. Turner...

zondag 16 november 2014

I'll meet you at midnight

Eén van mijn mooiste hardlooprondjes. Via de dijk van Kampen naar Wilsum. Actieve natuur in de uiterwaarden om en boven De IJssel. Alleen wanneer ik lekker in mijn loop zit, oog voor dit detail. Zoals gisteren. Genieten dus. Van het water, vogels, Hollandsche luchten en heel sporadisch ook nog een 'verdwaalde' mens. Tijdens mijn loop ontmoet ik er één. Die vervolgens acuut zijn hoofd afwendt. Om mij niet te hoeven groeten, Dit kleine gebaar interpreteer ik als negatief. Ik snap het niet, ben er zelfs een beetje verbolgen over. De kleine moeite. Het houdt me de eerstvolgende kilometer bezig, waarna ik gelukkig ook kan refereren aan positieve ontmoetingen. Bijvoorbeeld met Karin.

Het heeft wel even geduurd zeg. Onze ontmoeting 'in real life'. De afgelopen maanden al verscheidene pogingen gedaan om elkaar te treffen. Koffie om tien werd verzet naar een wijntje om vijf. Vrijdag dan eindelijk toch samen lunchen. Ik ken Karin van Twitter. En Facebook. Volg dus wat ze eet, drinkt. 'Ken' haar man, kind. Vakantiebestemmingen. Haar mening, een beetje. Eigenlijk van een heleboel maar een beetje. Social Media is en blijft natuurlijk vaak vaag. Voorzichtig zijn we ook. Om ongezouten onze gevoelens en standpunten te ventileren. Want stel je voor dat we onze volgers 'beschadigen'? Algemene zin is beter. Veiliger. Karin daarentegen is spontaan en laat van zich horen. Op haar eigen wijze. Daar hou ik van. Contact is gelegd.

De Suikerberg in Zwolle. Daar rijden we naar toe nadat ik haar van het Centraal Station heb opgepikt. Wat is kennen? De hartelijke persoon die bij me in de auto stapt is in ieder geval geen vreemde voor me. Dat blijkt wederzijds. Na de warme groet, raken we de eerstvolgende drie uur in het knusse theehuis naast museum De Fundatie niet uitgesproken. Verdieping van de tweets en facebookberichten vindt plaats tussen het oppeuzelen van de gedeelde brownie ('het duurt toch nog even voordat we lunchen') en later eveneens doormidden gesneden broodjes ('kunnen we lekker van elkaar proeven') in.

Het bord van Karin blijft echter het langst gevuld. Ik eet te snel? Karin praat honderduit. Ik luister. Naar haar als vrouw, moeder, maar ook dochter. Geraakt word ik door het verhaal over de aanschaf van haar eerste LP. 'Ik was twaalf, hield van rauwe stemmen en viel als een blok voor Smokie, het nummer 'I'll meet you at midnight' het meest. Wilde persé die LP hebben. Maar had een gat in mijn hand, daar paste die hele LP wel door! Dus geen geld. Mijn vader stelde toen onverwacht voor om de LP samen te kopen. Gedeeld bezit. Werd natuurlijk toch mijn bezit.' Voor Karin de aanleiding om meer over haar vader te vertellen. 'Op dat moment werd ik me er van bewust wat een vrijgevig man hij is. Werd ik me bewust van mijn vader's rol in ons gezin. De degelijke man, conservatief zelfs, werd nooit boos'. Karin valt even stil. Ogen dwalen af. Dan toch verder 'Koken deed hij zo graag. Kwam hij thuis na het werk, schonk mijn moeder een borrel voor beide in en nam hij 'de schort' van haar over. Hij werkte altijd hard. Zorgde goed voor zijn gezin met vier meiden. Op zijn manier, want hij bemoeide zich eigenlijk nooit met de opvoeding'. Opnieuw overpeinzing. 'Ik mis hem'. Ik waag het erop: 'Leeft hij niet meer?' 'Alzheimer'.

Beide stil. Onder de indruk van het liefhebben van de mens die er ooit (voor je) was en terwijl diezelfde persoon er nog is, toch mist. Stil. In plaats van woorden nu gedachten tussen de happen door. Even 'lucht' door naar de oppervlakte te zwemmen. En toch de opening naar nog meer. Mooie, gekke, vrolijke, maar ook kwetsbare momenten. Delen met een vreemde. Bijzonder.

Tussen alle commerciële tweets passeert daar gelukkig ook nog de mens. Eén die haar hoofd niet afwendt, maar vriendelijk en geïnteresseerd groet, Twee mensen, ontmoeten en raken niet uitgepraat.

Wijn is op. Verhaal nog lang niet. Ik moét nu toch echt weg. Tot de volgende keer fijn mens!

Smokie -  I'll meet you at midnight

donderdag 13 november 2014

Pays-Sas

Boterham met pindakaas opgegeten. Joe Cocker klinkt op de achtergrond. 'Summer in the city'. En later Di-rect met akoestische versie van 'Inside My Head'. 'Better of without you?'. Mijn gedachten dwalen. Schieten als stuiterballen van heden naar verleden en vice versa. Helemaal deze week. Verlof. Om te schrijven. Schrijven, veel schrijven. Soms raak ik verstrikt in de wirwar van herinneringen, fragmenten die ondergesneeuwd leken. Dat weet ik. Inmiddels. Dat ik vatbaar ben voor het stoepje dat ik nu bewust schoonveeg. Alsof ik kon vergeten wat eronder ligt. En plan daarom een aantal ontmoetingen. Om even los van mijn verhaal te komen. Maar ook weer niet helemaal. Delen. Niet het verhaal, maar het schrijverschap.

Ik ben blij met social media. Een nieuwe wereld opende zich een aantal jaren geleden voor me. Een wereld die me in contact brengt met mensen met dezelfde interesses en vakgebieden. Soms ontstaat een contact. Actie en reactie. Soms blijkt dat contact zo interessant, dat een ontmoeting in 'real life' niet uitblijft. En moet zo zijn. Omdat het past in de tijd. Mensen die iets voor me betekenen. En ik mogelijk voor hen. Een ontmoeting uit nieuwsgierigheid. Om te leren?  Ik herinner me het hoofdstuk waarin ik mijn personage een overwinningsklus laat aangaan. Ze slaagt. Uiteindelijk. Het duurde een paar weken voor dit verhaal 'stond'. Zondags gemaild aan mijn schrijfcoach. Een dag later ontmoet ik een belangrijk karakter uit dat hoofdstuk. Zeventien jaar niet gezien en gesproken. Veranderd, maar ogen en lach hetzelfde. Herkenning. Weten.

Zo spreek ik uit interesse ook af met Saskia. Ken haar alleen via Twitter en Facebook. Via wederzijdse berichtgevingen blijkt wederzijdse interesse. En het contact ligt daar. Eerst virtueel, nu op uitnodiging bij haar thuis. Ik betreed de wereld van Pay-Sas en ben verrast. Een warme gastvrije lach past precies in het evenzo warme huis. Aan de keukentafel voeren wij het gesprek. Hond ligt aan mijn voeten. Keukentafel, schrijftafel, bijlestafel? Ontmoetingstafel. En mogelijk zelfs de belangrijkste plek in het huis. Tenminste. Zo dacht ik eerst. Totdat ze me haar huis laat zien. Haar eigen schrijfplek, waar ze werkt aan haar boek. Atelier boven, waar prachtige schilderijen het levenslicht zien. Een vol vrolijk huis, creatieve dynamiek. Geen object past. En al helemaal niet in de laatste mode. Maar alles past. Heeft een betekenis. Een verhaal en zegt zoveel meer dan alle commerciele loze trends waar half Nederland braaf in lijkt te volgen. De hartjes aan de tak. Voor het raam. Niet bij Saskia. Voor haar raam prijkt een uithangbord. Welkom in de wereld van Pay-Sas. En dan het porseleinen vierkante potje op pootjes, met dekseltje. Voor de one-liners, hersenspinsels. Op kleine papiertjes. 'Komen altijd weer terug, van pas...' De kan waar je hoop en kracht uit mag schenken. Altijd. Gevuld. En altijd mogen schenken, zoveel je wilt. Kaarsen, warm en licht. Een wereld tussen kunst en kitsch? Boeken. Veel. Net als haar eigen schilderijen.

We praten. Over onze boeken. Zij is verder. Heeft haar lijn al te
pakken. Ik nog ietwat onwennig en onderzoekend. Net begonnen. Toch noemt ze me 'collega'. Over andere boeken, schrijvers. Lezingen. Gedachten en gevoelens en deze ook vertaald naar de techniek. Onzekerheden over het schrijverschap. Voorbeelden en kwetsbaarheden over en weer. Soms valt het gesprek stil. Ieder voor zich op zoek naar een nieuw item. Want we vertellen veel. Luisteren ook. Leren. Ons verhaal vertellen we. De inhoud van ons boek houden we voor onszelf. Misschien af en toe een tipje. Maar dat komt.

Een bijzondere ontmoeting met Saskia. Ik gun iedereen een kop koffie of thee aan deze ontmoetingstafel. Welkom in de (wondere) wereld van Pay-Sas. Zeg dat wel. Ik schrijf dit nu aan mijn tafel. Nodig Saskia uit. Voor het volgende gesprek....







vrijdag 12 september 2014

Fransje had geen vrienden...

Er is een rubriek in De Volkskrant, 'Eindelijk Weekend' en beschrijft de invulling ervan door een bekende Nederlander. Afgelopen weekend is het de beurt aan extravagante Petra Heyboer. Bonte kleden, zowel op haar bed als die ze draagt, steken fel af tegen het sobere hout van haar slaapkamer. Of iets wat er voor door gaat. In ieder geval vertelt ze in het artikel dat ze vanuit haar bed naar het beeld van twee televisies kijkt: 'dan hoef ik niet te zappen'. Ook is Petra's gezicht en kapsel verfraaid met felgekleurde versiersels. Ik blijf kijken. Details ontdekken in de overweldigende foto. Achter Petra dé foto van Maxima. Al verder verkennend valt mijn oog op het schilderde gezicht van vrouw die door haar ogenschijnlijke soberheid in schril contrast staat met de opvallende Petra. 'Het is geschetst', vertelt ze me later via een Facebook bericht. Door Frans van de Berg. 'En het is mijn moeder'.

Het beeld blijft spoken. Vanochtend, eigenlijk zonet, schiet me ineens Fransjes naam door mijn hoofd. Altijd vrolijk uitgedoste Fransje met bonte kleuren van kleren laag over laag. Een gulle lach uit een mond met knalrode, roze of zelfs groene lippen. Nooit overdreven die lach, altijd gemeend. Als een vrije vogel creëert Fransje een omgeving waar menigeen zich ook graag in wil begeven. Wordt het vervolgens te druk in dat gebied, fladdert ze onbevangen verder naar een volgend bankje op het schoolplein om kort daarop daar haar eerste fans alweer te mogen verwelkomen. Geïnteresseerd was Fransje. Of nieuwsgierig bedacht ik me later. Geïnteresseerd in hoe wij onze weekenden doorbrachten. Naar oma geweest? Gewandeld? Bijna gênant om dat te vertellen tegen Fransje, wiens vrije dagen ongetwijfeld gevuld werden met 'iets spannends' waar wij ons geen voorstelling van konden maken.

Fransje sprak nooit over haar privéleven. Na schooltijd verliet ze vrijwel altijd direct het schoolplein met haar brommertje om de brug over te rijden richting een klein dorpje tussen Deventer en Apeldoorn. Soms passeerde ze ons, rode brommer, knalgele helm met paars, dan weer groen haar, wat er rommelig onder uitstak. Al toeterend en zwaaidend zoals alleen Fransje dat zo uitbundig kon om ons binnen een fractie van drie seconden alweer het nakijken te geven. Ongrijpbaar. Vrienden? Nee. Hoewel, Dirk misschien? Maar dat vermoeden rees pas op het moment dat mijnheer Brands ons die bewuste dag toesprak. Die dag waarop Fransjes stoel leeg was. Haar brommertje niet op de door haar toegeëigende, eigenlijk lerarenplek stond.

Dirk woonde ongeveer anderhalve kilometer van Fransje vandaan. Mijn geheugen begint weer te werken. Beelden uit die tijd worden concreter. Ik herinner me dat ik die twee wel eens samen had zien 'brommeren'. Onopvallend Dirk op zijn fiets slungelig bungelend aan de arm van extravagante Fransje. Eigenlijk was het andersom. Dirk viel daardoor juist op.

Hoe Brands precies die dag de boodschap bracht, herinner ik me niet meer. Niet alleen Fransje, maar ook Dirk werd sinds een paar dagen vermist. De wederzijdse ouders hadden inmiddels de politie ingeschakeld.

Een golf van ontzetting vermengt zich op dat moment met ongeloof, maar zelfs ook met een vlaag van sensatie die ongeveer hetzelfde moet hebben gevoeld als wanneer Fransje in je nabijheid verkeerde. In de dagen die volgden werd over niets anders gesproken. Niet alleen op school, maar ook regionale als landelijke kranten stonden er vol van en het nieuws bereikte zelfs het NOS Journaal, waar Fred Emmer melding deed van de vermissing. Een paar weken lang verkeerde de school in rep en roer en heerste er grote onrust. Iedere dag gebeurde er wel iets nieuws in de vorm van een mededeling of onbekende personen in en om onze school die uiteraard verband hielden met de verdwijning van Fransje en Dirk.

Het grote grijze grauwe schoolplein was veranderd. De lege plek waar Fransjes brommertje feitelijk niet hoorde te staan, bleef leeg. Geen leraar zelfs die waagde zijn of haar vehikel daar te plaatsen. Ogen die in de eerste periode na de mededeling continu afdwaalden naar de lege plek vonden gaandeweg een nieuwe bestemming. De opwinding verstomde, het onopgeloste verhaal bleef. En rakelde na weken, maanden, af en toe weer op.

Zo ook die morgen. Plotseling passeert zij 'ons' muurtje. Lijkt eerst voorbij te willen lopen, bedenkt zich, stopt en draait zich om. Een paar van ons verslikt zich in de net geïnhaleerde sigarettenrook en starten een ongemakkelijke hoestbui. De statige en keurig in tweed geklede dame kijkt ons teneergeslagen aan. 'Zijn jullie Fransje's vrienden?' vraagt ze met eenzelfde warme hartelijke stem als haar dochter. Een stem die uitnodigt, maar tegelijkertijd ondoorgrondelijk is en daardoor afstand weet te creëeren. Niemand van ons weet zich raad met deze vraag. Met stomheid geslagen knikken we vaag instemmend. Fransje had geen vrienden...

Als ik opnieuw naar de foto in De Volkskrant kijk vraag ik me af. Petra. Fransje?

vrijdag 29 augustus 2014

Eenzaam. Of niet?

De confrontatie is eigenlijk best groot wanneer ik onbedachtzaam een volgende ruimte in het Singer Museum Laren betreed. Getroffen word ik door de grote panelen waarin een figuur, de mens, zich solistisch beweegt in een blauwe 'wereld' omgeven door spotlights van heldere gele bollen. Ook door de titel van het werk: 'Eenzaamheid op zoek naar verbinding'. Maar nog meer door de vraag 'Heeft u dat gevoel ook vaak?'



De man lijkt te zweven. Negen afzonderlijke panelen met daarop negen keer dezelfde persoon. Door de kaders van de randen van het papier waarop hij is afgebeeld, lijkt het alsof hij niet in staat is om in contact te treden met de figuur op de volgende paneel of zelfs met de rest van dé of zijn wereld. Of wil hij dat niet? En die vraag brengt me terug naar de tijd dat ik alleen was. Maar niet eenzaam. 

Eenzaamheid. Zo anders dan alleen. Zonder mensen omgeven. Niet alleen fysiek, maar vooral in mijn hoofd. Vrij en ongestoord mijn gedachten de vrije loop kunnen laten.Vooral dat ongestoord. Dat zijn mijn momenten en die koester ik. Bijvoorbeeld wanneer ik achter mijn laptop mijn verhaal schrijf. In gedachten, mijn woorden. Alleen. Voelt prettig. En staat haaks op eenzaamheid.


Het sociale leven miste ik vlak na mijn scheiding eerst niet. Integendeel. Ik had genoeg aan mijn werk, kinderen en bovenal mijzelf. De pot energie die tot op de bodem was leeggeraakt moest weer vollopen. Maar niet te snel. Tijd had ik daarvoor nodig. Veel tijd in rust. Om zogezegd eerst de kop boven water te houden, op te krabbelen, te blijven staan en uiteindelijk weer stappen in de toekomst te zetten. In plaats van dat ik mij opgesloten voelde, bood mijn 'nieuwe' onderkomen veiligheid en rust. Hier kon ik me weer vrij en ongedwongen bewegen, zonder rekening te hoeven houden mét. Het uren wezenloos en in gedachten voor me uit staren interpreteerde de ander als eenzaam. Ik niet. Ik moest alleen zijn.

Naarmate de tijd verstreek, ontstond voorzichtig weer ruimte voor verbinding. Persoonlijke interesses, maar ook de digitale link met de buitenwereld via social media resulteerde in hernieuwde contacten, waaruit later zelfs vriendschappen. Mijn sociale netwerk groeide. In mijn tempo. Met personen die ik zelf uitzocht. Of die mij vonden. Door mijn hervonden energie straalde ik weer plezier uit. Naarmate die momenten vaker voorkwamen, leek ik steeds meer mezelf te worden. En die persoon trok de mensen aan waar zij graag bij wil zijn.

Over de kunstenaar:

'Frank van Hemert werkt vrijwel uitsluitend in reeksen waarin hij belangrijke thema's van het menselijk bestaan centraal stelt. In eerdere series kwamen de volgende onderwerpen aan bod: geboorte, leven en dood, hoop, waanzin en verlossing, eenzaamheid en verlangen, afzondering en terugkeer, zelfbeschadiging en overleven. Vertrekpunt voor zijn nieuwste serie vormde het gelijknamige gedicht van de Roemeense dichter Paul Celan (1920-1970). In der Luft gaat over de noodzaak van intermenselijk contact dat als referentiepunt dient voor de eigen identiteit. 

Communicatie vormt de sleutel voor geestelijk welzijn. Leidt gebrek daaraan tot waanzin?' 
(bron Singer Museum)

Meer over Frank van Hemert Frank van Hemert
Inspiratie Gedicht 'in der Luft' van Paul Celan
Museum Singer Laren Singer Laren

zaterdag 21 juni 2014

Bucketlist

Noem het sentimenteel. Het moment dat mijn vader de streep door dát actiepunt van zijn to-do-lijst zette. Ik was er bij. Sterker nog, zag en voelde. Die emotie. Maakte me blij. 'Dat ik dit nog mag meemaken', zegt hij. Dat ik daar getuige van mag zijn. Denk ik.

Mei en juni. De maanden waarin feest- en vrije dagen hoogtij vieren. Volgens mij was het Hemelvaartsdag waarop we besloten er met de kinderen op uit te gaan. Mijn wens om tijdens dit soort dagen nog enig cultuurbesef bij te brengen, resulteert in een zoektocht op Internet en een oproep via Twitter naar een geschikte activiteit voor zes personen in de leeftijd tussen dertien en drieënzeventig. Opa en oma gaan namelijk ook mee. Genoeg suggesties. Lang leve #durftevragen.

Water, weilanden, en Hollandse luchten vormen het decor tijdens onze tocht richting het Noorden. Of all places, Friesland welteverstaan, daar valt onze unanieme keuze voor het dagje uit op. Een bezoek aan het Jopie Huismanmuseum opperen we. Best leuk voor zowel kind als ouder. Enthousiast bijval, alleen opa rijdt voorop en passeert Workum om de rit voort te zetten richting Franeker. Ik steek mijn vooroordeel jegens Friesland normaliter niet onder stoelen of banken. De stugheid onder andere. Valt mee blijkt later. Gastvrij land. Dat is ook Friesland. Vooroordeel zeg ik toch? Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik tijdens de rit geraakt word door de schoonheid van het landschap, Mijn oog valt op de karakteristieke kerkjes die vol trots boven de huizen van de kleine dorpen uitsteken.

In Franeker parkeren we de auto aan de gracht die dwars door het centrum loopt en steken de weg over richting het Planetarium. Aha, vooropgezet plan van opa. Ik zie een glundering over zijn gelaat trekken bij iedere stap richting het oudst werkende planetarium van de wereld. De man, met zijn meer dan normale interesse voor cijfers, feiten, wetenschap, maar bovenal bewondering voor de mens die in staat is het ongrijpbare en onverklaarbare toch beeld en betekenis te geven. Zo ook valt vaders mond open tijdens een uitleg in de Planetariumkamer. Op het plafond heeft Eisinga het sterrenstelsel zichtbaar gemaakt. Eerst voor zijn tijdgenoten om ze ervan te overtuigen dat de aarde niet zou vergaan. Dit via een fascinerend schouwspel aan het plafond wat laat zien hoe de planeten ten opzichte van elkaar staan en bewegen. Hoe laat is het nu? En in welk jaar begeven wij ons? Tot in detail de datum. Tot op de dag en minuut van vandaag en nu. En in het schrikkeljaar hoeft alleen handmatig een dagje terug te worden gezet. Tweemaal 28 februari. Omdat Eisinga, van beroep wolkammer, dat kon. Ingenieus.

Vind ook mijn vader. Gebiologeerd. En emotioneel. Als ik naar buiten loop om het Planetarium te verlaten, werp ik nog terloops een blik op het gastenboek en word ik geraakt door de notitie van mijn vader. Op het terras zie ik opa en kleinzoon nagenieten. Onderweg in de auto richting het Jopie Huismanmuseum in Workum, al kronkelend door het Friese landschap, word ik overvallen, door een gevoel van dankbaarheid. Niet alleen voor hem, dan wel om de drie generaties die op dit moment nog samen kunnen zijn.

Planetarium Friesland - Franeker
Jopie Huisman Museum




woensdag 7 mei 2014

Klem

Het verhaal start een paar maanden terug. Nee, niet waar. Eigenlijk al een aantal jaren geleden. Metaforen? Hou het maar op uit mijn schulp kruipen. Vrijheid ervaren, steeds minder drang naar de schelp. Zelf creëren. Honderd lampjes in mijn hoofd en deze omzetten naar bruikbare initiatieven, ontwikkelen, opbouwen. Energie kost het niet, levert het alleen maar op. Bereid om meer te geven. En dat gaat vanzelf. Domweg omdat het leuk is. Leuk is niet genoeg. Ook omdat het functioneel is en ik zie, merk en voel dat mijn omgeving blij van me wordt. Zoals ik ben en mag zijn. In alle vrijheid. Zonder schulp. Met lef.

Het voeren van eigen regie. Persoonlijk leiderschap. Zo noemen ze dat zo mooi. Ik geloof daar in. Ook geloof ik in talenten van mensen, zakelijk en/of privé. In het bundelen van die diversiteit aan talenten. Zodat een persoon nog beter wordt, zodat het team nog krachtiger staat. Zodat een organisatie nog meer dienstverlenend kan zijn. Ik geloof in welwillend- en bereidheid van mensen. Noem het wat mij betreft naïef. Maar 'goed' komt eerst, totdat het tegendeel bewijst. Ik geloof in de hardwerkende, zelfstandige en zelfredzame collega's. Als individueel en oorspronkelijk persoon. Niet in de vervormde en vervolgens mogelijk murw geslagen medewerker. Af en toe kom ik ze tegen. Kijk ik snel de andere kant op. Zo wil ik niet zijn. Totdat ik de laatste maanden mezelf erop betrap dat mijn blik nét iets langer op deze personen rust, ik zelfs neig met staren. Zoek ik een blik van herkenning?

Onrust in mijn lijf. Glijdt erin. Onbewust, totdat mijn omgeving me hierop attendeert. En ik raak het niet meer kwijt. Pogingen dit gevoel te ontleden bezorgen me hoofdpijn. Ik wil weten hoe het zit, waar het vandaan komt. Wil die zogenaamde vinger erop krijgen... Is het beperking van vrijheid? Alsof iets of iemand me terug wil proppen in die schulp. Maar dat kan toch niet meer? De glorie van vrijheid ervoer ik. Als zeer positief. Levert vruchtbare ideeën op en worden omgezet in resultaten waar zowel ikzelf als mijn omgeving van profiteert. Een straffe hand voel ik nu in mijn rug. De adem van een ongrijpbaar systeem hijgt in mijn nek. Ondefinieerbaar ook, maar alsof het vastberaden is me in te halen en dwingt om tot in detail aan te geven hoe en waarmee en met wie ik mijn tijd besteed om daarmee mijn resultaten inzichtelijk te maken. Niet eerder ervoer ik dit gevoel van . Ligt het aan mijn omgeving? Aan mezelf? Ik wil dit niet en kán het ook niet (meer...).  Het beklemt me. Het dreigt mijn creativiteit lam te slaan. Murw?

Even los van het systeem... Tijd voor een break. Korte vakantie. Natuur. Frisse lucht. Wandelen. Museum.

In het Bonnefantenmuseum zie ik haar. Zij zit klem. Behoorlijk zelfs. En ook zie ik háár. Gehavend en dreigt om te vallen. Net als ik? Wederom herkenning? Of toch niet, voelt het anders? Nu wend ik mijn hoofd niet af. Blijf kijken. Beide figuren zijn vervaardigd uit steen en ontstaan uit de dynamiek en verbeelding van de ander. De kunstenaar in dit geval. Ik ben mens van vlees en bloed en projecteer mijn gemoedstoestand, mijn vraagtekens, op de kunstwerken. In plaats van herkenning besef ik dat ik in de gelukkige staat ben om zelf vorm, oftewel eigen regie, te bepalen. Mijn weg loopt niet dood, hooguit stopt het asfalt. De aarde is rond, dan maar op een andere manier verder. Immers... Ik wil niet verstenen. Maar blijven wie ik ben. Sterker nog, doorontwikkelen. Groeien. De schulp is te klein. Het is tijd voor een grotere en mogelijk zelfs andere behuizing. Hoe en wat is aan mij. Bepaal ik alleen. Ik kan niet naar een ander wijzen...

De tentoonstelling Beating around the bush met werken van Mark Manders is nog tot 22 juni 2014 te zien in het Bonnefantenmuseum Maastricht






dinsdag 21 januari 2014

Stories We Tell

Tegelijkertijd in hetzelfde verhaal, alleen jij vertelt het anders.... 


Ik voel gewoon dat zijn ogen vochtig worden. Ondertussen ken ik hem al goed genoeg om te weten wanneer dit gebeurt. Tijdens welk fragment welke emotie. Ik voel het en werp vanuit mijn ooghoeken een vluchtige blik op hem. En inderdaad. Gedurende de paar seconden waarop het licht vanaf het doek zijn gelaat treft, zie ik dat zijn handen proberen de geruisloos glijdende tranen weg te vegen. Ik vraag me af waarom? Het is toch donker? En dan nog... Ook vraag ik me waarom ik me meer op zijn gemoed focus dan op de film. Ik schuif eerst nog wat onrustig heen en weer op mijn bioscoopstoel om me vervolgens over te geven....



Op uitnodiging van een facebookvriendin. Veronica. Schrijfcoach. Naar de documentaire 'Stories We Tell' van Sarah Polley. Afgelopen zondag in Filmtheater Hilversum. In de film reconstrueeert Sarah het verleden van haar moeder. en benadrukt thema's als omgang met verlies rouw en verdringing. Dit doet ze via interviews die ze afneemt met haar vader en broers en zusters. Daarnaast ook met direct betrokkenen uit de tijd dat Sarah's moeder leefde. En ze ontmoet haar biologische vader en vraagt naar zijn verhaal.Gevolg: verwarring. De diverse verhalen zijn ontstaan en hebben betekenis gekregen door en in de tijd. Gelaagd. Fragmenten zijn versterkt, danwel vergeten cq verdrongen. Er wordt verteld vanuit een ieders persoonlijke beleving en daardoor ontstaan verschillen in interpretatie en daarmee tegelijkertijd verschil in 'waarheid'. Sarah komt er achter dat de waarheid afhankelijk is van wie het verhaal  vertelt.

Verwarring.

Al kijkend en zelfs nu al schrijvend betrap ik mezelf erop dat ik het verhaal van de film wil ontleden. Dat werkt niet. Het is Sarah's film, inhoud gegeven door de mensen die haar lief zijn. Ik laat het los. Het effect van deze film, naast de ontroerende verhaallijn, gaat verder. Zoveel fragmenten die gedurende de documentaire parallel lopen aan of confronteren met mijn eigen levensverhaal.

Mijn handen glijden over mijn wangen. Tranen veeg ik weg. Ik voel me betrapt. We kijken naar elkaar. Contouren. In de schemering van de filmzaal. Eerst. En later ietwat onthutst in de lobby van het filmhuis. Het licht te fel en er is teveel in mijn hoofd.

Verwerken...

En dan het besef dat de kracht van een verhaal in openheid en kwetsbaarheid zit. Zo ook in dit verhaal. Dat juist die elementen zoveel in de ander losmaken dat, zonder te oordelen, de inhoud ervan er eigenlijk niet meer zoveel toe doet... Dat de bezieling en passie van de verteller er toe doet. Dat die emotie raakt. En het verhaal vertelt. 

De film zet me aan tot nadenken over mijn eigen ideeën over schrijven. Iets wat ik fijn vind om te doen. Iets waarvan ik nog steeds niet zo goed weet hoe vorm te geven. Zowel fysiek als digitaal vastgelegd materiaal in overvloed. Op schrift en beeld. Mijn verhaal. Mijn waarheid. Vanaf het moment al dat ik kon schrijven. Zoveel situaties, gebeurtenissen en vooral gevoelens waarover ik schreef. Zoveel passanten. Waar ik ook over schreef. Die ertoe deden. In diezelfde tijd en ook later.

En ik vraag me af aan wie ik mijn verhaal eigenlijk zou willen vertellen? Delen? En waarom? Wie zou er naar luisteren?  Het willen lezen? Voor wie en in welke mate doet mijn verhaal er toe... Mijn kinderen? Partner? Directe omgeving? Derden? Ik hoef niet zo nodig te spiegelen of anderen wakker te schudden. Wel wil ik verbinden en inspireren.

Zoals de film mij inspireert. Me laat (in)zien, maar vooral laat voelen dat eenieders verhaal er toe doet. Dat jouw verhaal iets voor mij kan betekenen. En het mijne mogelijk iets voor jou....

Bekijk hier de trailer: http://www.youtube.com/watch?v=ytq4VZ2Nyxg