zaterdag 30 mei 2015

Pijnloos?



‘Onze maatschappij is te ver doorgeschoten in het bestrijden van pijn’. Terwijl ik deze zin in de column ‘Voetnoot’ -met als titel ‘Wreed’- van Grunberg in de Volkskrant lees, schieten allerlei gedachten, zelfs tegenstrijdige, door mijn hoofd.

Hoe graag ik soms zou willen, ben ik in de meeste gevallen geen type met een glasharde en ongezouten mening. Vooral niet als het over de 'ander' gaat. Laat mij met rust, ik jou ook. Uiteraard heb ik normen en waarden. Via de paplepel meegekregen en door schade en schande verworven. Vanzelfsprekend heb ik mijn eigen waarheid. Gezien door de roze bril van mijn leven, gevoeld door selectiecriteria van mijn hart. Daarvan uit neem ik standpunt(en) in en maak ik keuzes en beslissingen. Voed ik mijn kinderen op. Met wikken en (af)wegen, voor- en nadelen tegenover en naast elkaar. Niet zwart/wit, maar in een grijs schemergebied. Daar vertoef ik dan ook regelmatig. Ingegeven door de redelijkheid, fatsoen, voors en tegens en het besef dat niet iedereen gelijk is en heeft. Ik realiseer me dat dát mijn waarheid is. Die én die van de ander is niet heilig. Niet iedereen kan dit wikken/wegen overigens waarderen. Ik bespeur een tendens dat ongenuanceerde meningen meer getuigen van lef en dat vol bewondering gesproken wordt over de mens 'die weet wat ie wil'.


Over pijn. Ik kreeg het leven. Godzijdank. En ik kreeg -net als zovelen- de pijn. Daar ben ik wat minder euforisch over. Pijn raakt geluk. In een instabiele periode in mijn leven zei iemand tegen me: 'Iedereen heeft recht op geluk'. Over het bereiken en ervaren ervan. En mijn eigen verantwoordelijkheid hierin. Wat gebeurt, gebeurt. Soms maak jezelf keuzes, soms overkomt je iets. Moois of vreselijks. Het kost energie om je over negatieve en pijnlijke teleurstellende gebeurtenissen heen te zetten. Soms zo heftig, dat opstaan en verder gaan vrijwel onmogelijk lijkt. Naast kracht, speelt lef een belangrijke rol. In hoeverre durft een mens zijn/haar eigen gang te gaan. Te leven zonder zich wat aan te trekken van het oordeel van de ander. Een mening ingegeven door de waarheid van die ander. Die niet altijd strookt met de mijne. Die -overigens vaak ongevraagde- mening verander ik niet. Ongenoegens hierover kan ik louter zelf wegnemen.

Geluk ligt voor het oprapen? Aan de andere kant moet je er keihard voor knokken. Geen schemergebied, geen vage vingerwijzingen naar de ander, buurvrouw, (ex)man of instantie. Kies je ervoor om tevreden te zijn met wat je hebt? Nee? Dan is het hard werken voor een beter cq ander bestaan. De makkelijkste weg is om de willekeurige ‘ander’ verantwoordelijk te stellen voor je ongenoegen. Vingerwijzen heeft dan echter geen zin. Boosheid, woede, teleurstelling en verdriet. Hoe vaak worden die gevoelens niet afgereageerd op de ander? Wat doe je er zelf aan om de huidige situatie te verbeteren?

En die inspanning kan pijn doen. Ik lees in de column van Grunberg over een pijnloos leven. Alsof dat ideaal zou zijn. Dat ‘wij menen op wel heel veel dingen recht te hebben: liefde, kinderen, een glanzende carrière en geen eczeem’ Geen speld tussen te krijgen. En terwijl ik lees en allerlei gedachten beginnen te schieten, beveelt mijn lief mij op te houden met krabben aan mijn eczeem. Ik stop mijn griephoofd vol koppijn weer onder de dekens en probeer tegelijkertijd mijn gebroken voet op het kussen op tafel te houden. Pijn? Nee, dit gaat niet over pijn. Dit gaat over een periode waarin t allemaal een beetje tegen lijkt te zitten. 

‘Wie ja zegt tegen het leven, zegt ja tegen pijn’. Eens! Ieder zijn of haar portie. De één net iets meer en anders dan de ander. Wat is erg? En wat is erger? Welke gradatie geldt voor 'ergst'? Mooie en sterke column. Over tevredenheid lees ik door de regels door. Er gaat veel door mijn hoofd. Alles valt te relativeren. Geluk schoonheid verdriet, angst. Ook pijn. Dus niet zeuren. 

Totdat mijn zoon wordt opgenomen in het ziekenhuis. Heftige astma-aanval. Geen lucht. Aan de beademing. Nacht op IC. Spoken uit het verleden die hun kop om de deur steken? Ik vertik het om die gedachten toe te laten. Ik zie dat hij knokt. Hard knokt voor lucht/leven in zijn longen. Mega trots op deze kanjer. Maakt dat het geen zin heeft om te 'klagen over'. Alleen maar dankbaarheid, voortgekomen uit de pijn. Is het pijn? Moet het pijnloos? Of is het soms domweg eventjes teveel. Dat je even niet meer weet welke richting de juiste is. Dat je doodmoe bent. Is het niet de hartverscheurende pijn, maar de laag op de laag op de laag? 

Grunberg sluit zijn column af met de woorden: 'De goden zijn wreed. De mensen eveneens. Soms ontmoet je iemand die minder wreed lijkt te zijn. Dat noemen we dan liefde.' Daar houd ik me dan maar aan vast. 

Morgen gezond weer op...

zondag 8 februari 2015

In Search of Meaning

Haasten. Ik haat dat. Vooral omdat ik me de laatste tijd al zo opgefokt voel. Bijna chagrijnig naar Zwolle, ware het niet dat lief zo positief ingesteld is. Maar om op dit late tijdstip nog de expositie 'Closer - Het megarealisme van Tjalf Sparnaay' in De Fundatie te willen bezoeken, heeft wat mij betreft geen zin meer. Ik wil in alle rust door het museum kunnen dolen en me laten verrassen door werk wat ik niet eerder zag. Me opnieuw laten verrassen door alle favoriete werken die ik al honderd keer gezien heb. 'Laten we gewoon een biertje pakken' opper ik. Lief pakt echter mijn hand en trekt me mee naar de ingang. Het is inmiddels tien over vier.

Om half vijf heb ik de knikkers, gebakken eieren, patat, hamburgers, Barbiepoppen én de binnenkant van de vaatwasser van Tjalf Sparnaay wel gezien. Ik geef toe. Ben onder de indruk. Én van de tijd die ik nodig had om deze expositie te bezichtigen én uiteraard van de olieverf-meesterwerken van de kunstenaar. Stuk voor stuk. Dat iemand in staat is om tot in de fijnste details de werkelijkheid weet uit te vergroten, vind ik zelfs bizar knap. Alleen daar wij hij via zijn schilderijen de kijker in staat wil stellen de realiteit opnieuw te ervaren, opnieuw te laten ontdekken, mis ik persoonlijk alle gelegenheid tot interpretatie. Nog een bekentenis. Wel word ik vrolijk. Blij van zijn schilderijen. Met een schat aan kleur. In de juiste belichting. Onthaasten in twintig minuten. Ik kan dat. Dacht ik.


Zowaar tijd over. Om de andere expositie 'In Search of Meaning - Mensenbeelden in globaal perspectief' te bekijken. Snel. Toch weer haasten. Met de trap naar boven. Op naar een andere wereld. Sparnaay's kleuren zouden met iedere traptrede moeten vervagen. Alsof dat lukt in die korte tijd.

Het contrast blijkt dan ook te groot. Zit al een tijdje niet zo lekker in mijn vel. Weet dan ook eigenlijk niet zo goed hoe ik de nieuwe indrukken moet verwerken. Wat ik er mee aan moet. Sluimerende gedachten krijgen bevestiging door bijvoorbeeld 'Conversation Piece' van Juan Múnoz. Geen grip op zaken. Meningen die er toe doen. Of juist niet? En op afstand? Of toch dichtbij?

Is het wij versus zij? En waar sta ik? Onrust neemt toe. Rest een kwartier. Ik wil meer weten. Maar waar te beginnen met verdiepen? In de toedracht van de expositie. Waarom juist deze werken? Wat is het thema? Wat is de betekenis van 'Mensenbeelden in globaal perspectief'?

Een volgende trap op. Naar de tweede verdieping. Deel twee van de expositie. Nog meer imposant. Indrukwekkend. Creaturen in de vorm van mensen. In diverse hoedanigheden. Ontstaan door mensenhanden, door kunstenaars die vooral bezig zijn met het lichaam, de dood, seksualiteit, geboorte en liefde. 'Geen ruimte voor kwetsbaarheid' lees ik in de folder. Daarentegen op een muur: 'het enige van belang is de relatie met anderen. Als mensen zich meer in de ander zouden inleven'. Inderdaad, in dat geval al die heftige uitingen waarschijnlijk niet nodig. Alsof het me allemaal een beetje te veel wordt, bekruipt het gevoel om, vijf minuten voor sluitingstijd, mijn kop onder de dekens te stoppen. Kussen mag ook.


'Pillow'. En ik herken. Zo goed. Op dat moment. Wanneer ik bijna struikel over de sculptuur van kunstenaresse Berlinde de Brucykere. Ik loop geen tien, maar twintig keer om het werk heen. Blauw, rood en paars. Het vel van de man. Man? Mens. Geen geslacht. Geen ogen om de kwetsbaarheid van af te lezen. Wel te vangen in iedere porie van zijn lijf. Gespannen verstopt hij zich. Of schuilt hij? Is hij moe? Of bang? Schaamte? Alsof er geen plaats is voor kwetsbaarheid. En met wie te delen?

Voordat ik mijn jas aantrek, loop ik nog even terug naar 'Carbon Cycle' van Marc Quinn. Nee, het helpt niet. Integendeel, nog onrustiger dan ik kwam, verlaat ik het museum. Mijn hoofd vol vraagtekens. Intrigerende tentoonstelling. Eén die binnenkwam. En het is nog niet af. Ik wil meer verhaal en meer tijd. Ik kom dan ook terug...

De expositie In Search of Meaning is nog tot en met 6 april 2015 te zien
De expositie Closer is ook nog tot en met 6 april 2015 te zien


zaterdag 17 januari 2015

Blaricummerheide meets Labradoodle

Zaterdagmorgen. Al vroeg op. Alleen in de keuken.  Klein ultiem geluksmoment. Met koffie uiteraard. En de fysieke krant. De pagina's staan weer volgetikt over terreurdreigingen en de jacht op jihadisten. Geen zin om te lezen, even niet. Teveel. Noem het rustig kop in het zand. Ik wil even los van de ellende op deze wereld. Trek mijn regenlaarzen aan, roep mijn stief Australian Labradoodle Twister, en vertrek voor een verfrissende wandeling naar De Blaricummerheide.

De korte autorit blijkt voor Twister al een hele opgave. Al hijgend probeert hij zijn enthousiasme over het naderend uitje onder controle te houden. Door het dolle springt hij bij aankomst dan ook uit de auto en is binnen no time in geen velden of wegen meer te bekennen. Ik ben er gerust op. Twister is trouw. Hij komt altijd terug. Ik ga zitten op een houten bankje dichtbij het verlaten terras van het restaurant. Zicht heb ik zo op de omgeving waar 'mijn' hond zich ergens moet begeven. Serene stilte die door een aantal vogels doorbroken wil worden. Het voorzichtige gefluit probeer ik te vangen. Een flauw zonnetje laat net zo aarzelend haar blik glijden over de met een flinterdunne ijslaag bedekte grond. Ik schakel mijn denktempo terug. En ben weg. Of één met de omgeving. Dat mag ook.

Plotseling gegil verstoort ruw mijn ZEN-moment. Consternatie achter een drietal bomen en struikgewas van waaruit ik een witte staart net iets te enthousiast zie kwispelen. Ik haast me naar de struiken en hoor twee vrouwen opgewonden tegen elkaar praten. 'Tommy! De hond van Yvon! Hij heeft mijn handschoenen!' Twister is inderdaad dol op petten, sjaals én handschoenen. Ik fluit, rammel wat met hondenkoekjes. Nu zie ik ook zijn kop ineens boven de struiken uitsteken. Nieuwsgierig. Of uitdagend? Want ineens zijn hond met handschoenen verdwenen. Spelen wil Twister. De vrouwen kijken enigszins teleurgesteld wanneer niet Yvon -boer-zoekt-vrouw Jaspers, maar ik naar ze toeloop om mijn verontschuldigingen aan te bieden.

Dame 1 kijkt enigszins nors voor zich uit. Vrouw 2 lijkt iets meer vergevingsgezind en begint geïnteresseerd te praten over de Australian Labradoodle. Informeren eigenlijk. Want, toevallig luisterde zij eergisteren naar Edwin Evers en daar vertelde gast -en hondenkenner bij uitstek- Martin Gaus dat de hond in feite niets meer is dan een bastaard, een kruising tussen een Labrador en een Koningspoedel. Dame 1 lijkt iets te ontdooien en mengt zich in het gesprek: 'Eergisteren sprak diezelfde Martin Gaus hierover in het programma Jinek toch wel iets genuanceerder' en vervolgt zonder een moment te aarzelen: 'Daar vertelde hij dat er naast deze Europese kruising ook nog een origineel ras is. Dat fokkers in Australië een weloverwogen keuze hebben gemaakt om een hond te creëren die als hulphond kan functioneren en die bovendien een hypoallergene vacht heeft. Daarom hebben die fokkers er bij de Labrador en de Koningspoedel ook nog een Engels Cocker 'ingedaan' en een Amerikaanse Cocker en een Ierse Waterhond en ook nog een Soft Coated Wheaten Terrier'.

Van verbazing valt mijn mond per uitgesproken ras steeds een aantal millimeters verder open. Dame 1 haalt toch even adem om vervolgens haar betoog over de Australian Labradoodle voort te zetten. 'Obama...'

Terwijl de dames verder praten over de voorkeur van de Amerikaanse president voor dit hondenras, zie ik ineens dat groepjes mensen zich rond mijn Tommy hebben verzameld. Ik verontschuldig me opnieuw en loop op een drafje naar de plek. De één na de ander blijkt op de foto te willen met Twister. Hij laat het zich allemaal gebeuren. Als een echte VIP blijft hij vooral vriendelijk. Sterker nog, hij geniet zichtbaar van al deze aandacht. Zijn buit heeft hij voor deze fotoshoot zelfs even losgelaten. Onopvallend pak ik de handschoenen snel op. Ik ben verbaasd over de buitensporige aandacht die hij krijgt. Wanneer de laatste in de rij gefotografeerd is, lijn ik Twister aan, loop weg van de groep mensen en besluit om nog even een kopje koffie in het restaurant te drinken.

Verboden voor honden. Helaas. Terwijl ik me omdraai en wegloop, schiet de eigenaar naar buiten, haalt me in en vraagt met een schuin oog over mijn schouder richting alle achtergebleven 'Tommy-fans' of ik een koffie van het huis wil. Opnieuw verbaasd. 'Maar mijn hond mag toch niet naar binnen?' 'Voor dit ras maak ik graag een uitzondering!'.


En Twister? Ach, sommige dingen veranderen nooit...


zondag 4 januari 2015

Het Rode Huis

Ik doe niet aan goede voornemens. Niet op lange termijn. In de trant van 'In 2015 ga ik of stop ik of doe ik of weiger ik nog' en zo veel meer. Wél neem ik mij 's avonds de dag van morgen voor. En zo rijden we één van de laatste dagen in 2014 richting Assen. Drents Museum, expositie Kazimir Malevich.

Na binnenkomst in één van mijn favoriete musea wordt lief meteen de expositie ingezogen en is de komende anderhalf uur niet aanspreekbaar. Het is druk in de zaal waar ik een jaar geleden nog 'De Sovjet Mythe' zag. Ook daar hing Malevich. Ik vind zijn werk mooi, maar met mate. Vanaf een bankje bekijk ik de observerende museumbezoekers. Een veelal ouder publiek schuifelt ingetogen langs de schilderijen. Ontspannen en geïnteresseerd. Ik praat graag. Benieuwd naar wat mensen boeit start ik een willekeurig gesprek met een keurige dame in een dito mantelpakje. Haar ogen glanzen wanneer zij vertelt over een andere expositie in het museum: 'Kostbare eieren uit het Tsarenrijk'. Niet geïnteresseerd. Ik.

Onrust neem wat toe. Ik excuseer me, sta op en loop de ruimte in waar werk hangt uit Malevich's figuratieve periode (1928 - 1934). Word daar toch 'gepakt' door een aantal werken. Als zijn 'vrouwenfiguur' en 'boeren'. Dan wil ik verder. Het museum in. Genieten van de prachtige ruimten, hallen, vloeren en glas-in-lood-ramen van het gebouw. Op zoek naar lief, valt mijn oog op 'Het rode huis' (1932). Klik. Foto. Heb ik.

Die foto is niet genoeg. De kracht van mijn dromen, huis aan zee met uitzicht op zee. Dat oneindige, waar alles mogelijk lijkt, vertaalt zich niet via een foto. Koop voor lief aan de vooravond van 2015 een kunstkalender van Malevich. Ook daar staat 'Het rode huis' paginagroot bij de maand september. Het is nog niet eens januari. Maar het papier glanst teveel. De dikke lagen en gebarsten verf, waardoor het huis van het doek afknalt zie ik niet.

Eergisteren nam ik mij gisteren voor. Dat ik niet ga wachten tot het september is. Pak de schildersezel, doek en de kist met kwasten en verf. In twee uurtjes staat het huis op het canvas. Acryl. Droogt snel. 's Avonds hangt mijn eigen Malevich al aan de muur.

Vanaf de bank observeer ik mijn creatie. Ik moet toegeven, ook dit huis knalt niet de kamer in zoals ik graag had gehoopt. Malevich valt niet te overtreffen. Maar het is er wel, dat huis. In mijn huis. En terwijl ik kijk, denk ik na over het nieuwe jaar en voornemens. Laat mij maar schrijven MijnMoment2014) Wie weet ooit nog wel eens in een rood huis, daar ergens aan zee...

De expositie: Kazimir Malevich - De jaren van de figuratie duurt nog tot 15 maart 2015 en is te zien in het Drents Museum Assen

zondag 14 december 2014

Mr. Turner

Donderdagavond recensie over film Mr. Turner: veelzijdig portret van een man die zich niet laat vangen. Nieuwsuur diezelfde avond: Portret van Engelse Rembrandt. Geen idee waarom, maar neigt naar meer. Lees en verdiep me snel door 'William Turner' in Google in te tikken en vervolgens op 'afbeeldingen' te drukken. Maar, die schilderijen, wat mooi! Niet voor niets 'schilder van het licht'! Volgens de Volkskrant zelfs schitterend smerig, wild en verfijnd. Ik wil de film zien, benieuwd naar de kunstenaar.

Kaarten gereserveerd. Vriend wacht in die rij. Ik installeer me geduldig in één van de drie rijen waar koffie wordt uitgeschonken. Met zorg. Zorg die geduld op de proef stelt van het avondje-uit-publiek-. Eén van de koffieapparaten is defect. Gemompel, Zuchten en zweet op de voorhoofden van de vrijwilligers. Daar waar omgevingsprikkels mij normaliter overvoeren, beschik ik gelukkig over de gave om de rust in (de wél altijd verkeerde) rij te bewaken. Relativeren, groot goed. Zitten in het midden van de vijfde rij van boven. In de uitverkochte filmzaal van Filmhuis Hilversum. Goed zicht. Observeren. Tussen net publiek. De 'gevestigde bovenlaag'? Voornamelijk veertig plussers. Kunstminnend waarschijnlijk ook. Consternatie links, twee rijen beneden de onze. Stel installeert zich. Vrouw verheugt over avondje uit. Man zichtbaar en hoorbaar gefrustreerd, misschien over de aanstaande zit. De film duurt tweeënhalf uur. Ik vraag me af of vriend zich daar bewust van is.

Daar waar de één letterlijk zijn neus ophaalt, slaakt Mr. Turner licht grommende geluidjes in geval van verontwaardiging, ongenoegen, onrecht en/of onbegrip. Situaties die zich regelmatig voordoen op het witte doek. De man Turner. Klein, dik, opgezwollen hoofd, vette haren. Norse blik, plotseling omslaand in onderzoekende ogen. Kwetsbaar soms zelfs. Beweegt zich prominent in zijn eigen decor. Prachtige beelden. Luchten gevangen in beeld die verfijnd overgaan van het ene witte film- op het andere canvasdoek. Karakteristieken zonder overdrijven. Liefde, genot en de tegenstellingen hierin. Eenvoud in een eigenzinnige kunstenaarsdynamiek halverwege de negentiende eeuw. Intellect. Maar geen behoefte om dit te bewijzen. Wél vasthoudend aan zijn vernieuwende stijl. 'Schilder van het licht', door het publiek niet altijd begrepen, Tweeënhalf uur film, waarbij ik me moeiteloos overgeef aan de traag in elkaar overlopende scene's. Vriend meer moeite. Af en toe een snurk, bij toeval tegelijk met Turner's gegrom.

Tijd voor evaluatie. Zin in wijn. Wel cafégasten, maar geen bekende in Hilversum, dus zoeken naar een geschikte locatie. Via eerst een knipoog door een hoogblond gepermanente, rokende dame op het terras worden we vervolgens al dansend binnengeloodst door, verdomd(!), Mr. Turner nr. 2. Zelfde vadsige, zij het beter gekleed en grijze haren die vrolijk om het ronde gezicht bewegen in plaats van er vet tegenaan plakken. In het moderne, zij het 'bruin' aanvoelende, danscafe, daar ergens op de hoek van de hoofdstraat. Karakteristieken blijken ook in real life te bestaan. Zie daar de travestiet aan het uiteinde van de lange bar. In een net te strak leren rokje. Wij nestelen zich naast hem/haar en bestellen. Mijn Sauvignon Blanc, zijn La Chouffe. Al snel voegt 'Hoogblond' zich naast me. Stelt zich voor en wil dansen. Niet eerst voordat ze gezegd heeft dat volgend jaar, het jaar van mijn achtenveertigste verjaardag, het jaar wordt waarin een lang gekoesterde droom uit zal komen. Mr. Turner nummer 2 geeft zich al grommend over aan Travestiet. Ik stel voor dat Hoogblond zich eerst voegt bij vriend. Die de dansvloer al gevonden heeft. Dansen op muziek. Na een half uur pas ontdekken dat de muziek live is en verzorgd wordt door een DJ ergens twee meter boven de bar. Heerlijk muziek. Funk, Soul, EightiesMr. Turner gaat los. Geeft zich over. Zijn grijze lokken steken af bij het lange donkere haar van Travestiet. Ik maak beide complimenten. De één gromt, iets over 'overgave', 'gevoel'. Jaja, Mr. Turner...

zondag 16 november 2014

I'll meet you at midnight

Eén van mijn mooiste hardlooprondjes. Via de dijk van Kampen naar Wilsum. Actieve natuur in de uiterwaarden om en boven De IJssel. Alleen wanneer ik lekker in mijn loop zit, oog voor dit detail. Zoals gisteren. Genieten dus. Van het water, vogels, Hollandsche luchten en heel sporadisch ook nog een 'verdwaalde' mens. Tijdens mijn loop ontmoet ik er één. Die vervolgens acuut zijn hoofd afwendt. Om mij niet te hoeven groeten, Dit kleine gebaar interpreteer ik als negatief. Ik snap het niet, ben er zelfs een beetje verbolgen over. De kleine moeite. Het houdt me de eerstvolgende kilometer bezig, waarna ik gelukkig ook kan refereren aan positieve ontmoetingen. Bijvoorbeeld met Karin.

Het heeft wel even geduurd zeg. Onze ontmoeting 'in real life'. De afgelopen maanden al verscheidene pogingen gedaan om elkaar te treffen. Koffie om tien werd verzet naar een wijntje om vijf. Vrijdag dan eindelijk toch samen lunchen. Ik ken Karin van Twitter. En Facebook. Volg dus wat ze eet, drinkt. 'Ken' haar man, kind. Vakantiebestemmingen. Haar mening, een beetje. Eigenlijk van een heleboel maar een beetje. Social Media is en blijft natuurlijk vaak vaag. Voorzichtig zijn we ook. Om ongezouten onze gevoelens en standpunten te ventileren. Want stel je voor dat we onze volgers 'beschadigen'? Algemene zin is beter. Veiliger. Karin daarentegen is spontaan en laat van zich horen. Op haar eigen wijze. Daar hou ik van. Contact is gelegd.

De Suikerberg in Zwolle. Daar rijden we naar toe nadat ik haar van het Centraal Station heb opgepikt. Wat is kennen? De hartelijke persoon die bij me in de auto stapt is in ieder geval geen vreemde voor me. Dat blijkt wederzijds. Na de warme groet, raken we de eerstvolgende drie uur in het knusse theehuis naast museum De Fundatie niet uitgesproken. Verdieping van de tweets en facebookberichten vindt plaats tussen het oppeuzelen van de gedeelde brownie ('het duurt toch nog even voordat we lunchen') en later eveneens doormidden gesneden broodjes ('kunnen we lekker van elkaar proeven') in.

Het bord van Karin blijft echter het langst gevuld. Ik eet te snel? Karin praat honderduit. Ik luister. Naar haar als vrouw, moeder, maar ook dochter. Geraakt word ik door het verhaal over de aanschaf van haar eerste LP. 'Ik was twaalf, hield van rauwe stemmen en viel als een blok voor Smokie, het nummer 'I'll meet you at midnight' het meest. Wilde persé die LP hebben. Maar had een gat in mijn hand, daar paste die hele LP wel door! Dus geen geld. Mijn vader stelde toen onverwacht voor om de LP samen te kopen. Gedeeld bezit. Werd natuurlijk toch mijn bezit.' Voor Karin de aanleiding om meer over haar vader te vertellen. 'Op dat moment werd ik me er van bewust wat een vrijgevig man hij is. Werd ik me bewust van mijn vader's rol in ons gezin. De degelijke man, conservatief zelfs, werd nooit boos'. Karin valt even stil. Ogen dwalen af. Dan toch verder 'Koken deed hij zo graag. Kwam hij thuis na het werk, schonk mijn moeder een borrel voor beide in en nam hij 'de schort' van haar over. Hij werkte altijd hard. Zorgde goed voor zijn gezin met vier meiden. Op zijn manier, want hij bemoeide zich eigenlijk nooit met de opvoeding'. Opnieuw overpeinzing. 'Ik mis hem'. Ik waag het erop: 'Leeft hij niet meer?' 'Alzheimer'.

Beide stil. Onder de indruk van het liefhebben van de mens die er ooit (voor je) was en terwijl diezelfde persoon er nog is, toch mist. Stil. In plaats van woorden nu gedachten tussen de happen door. Even 'lucht' door naar de oppervlakte te zwemmen. En toch de opening naar nog meer. Mooie, gekke, vrolijke, maar ook kwetsbare momenten. Delen met een vreemde. Bijzonder.

Tussen alle commerciële tweets passeert daar gelukkig ook nog de mens. Eén die haar hoofd niet afwendt, maar vriendelijk en geïnteresseerd groet, Twee mensen, ontmoeten en raken niet uitgepraat.

Wijn is op. Verhaal nog lang niet. Ik moét nu toch echt weg. Tot de volgende keer fijn mens!

Smokie -  I'll meet you at midnight

donderdag 13 november 2014

Pays-Sas

Boterham met pindakaas opgegeten. Joe Cocker klinkt op de achtergrond. 'Summer in the city'. En later Di-rect met akoestische versie van 'Inside My Head'. 'Better of without you?'. Mijn gedachten dwalen. Schieten als stuiterballen van heden naar verleden en vice versa. Helemaal deze week. Verlof. Om te schrijven. Schrijven, veel schrijven. Soms raak ik verstrikt in de wirwar van herinneringen, fragmenten die ondergesneeuwd leken. Dat weet ik. Inmiddels. Dat ik vatbaar ben voor het stoepje dat ik nu bewust schoonveeg. Alsof ik kon vergeten wat eronder ligt. En plan daarom een aantal ontmoetingen. Om even los van mijn verhaal te komen. Maar ook weer niet helemaal. Delen. Niet het verhaal, maar het schrijverschap.

Ik ben blij met social media. Een nieuwe wereld opende zich een aantal jaren geleden voor me. Een wereld die me in contact brengt met mensen met dezelfde interesses en vakgebieden. Soms ontstaat een contact. Actie en reactie. Soms blijkt dat contact zo interessant, dat een ontmoeting in 'real life' niet uitblijft. En moet zo zijn. Omdat het past in de tijd. Mensen die iets voor me betekenen. En ik mogelijk voor hen. Een ontmoeting uit nieuwsgierigheid. Om te leren?  Ik herinner me het hoofdstuk waarin ik mijn personage een overwinningsklus laat aangaan. Ze slaagt. Uiteindelijk. Het duurde een paar weken voor dit verhaal 'stond'. Zondags gemaild aan mijn schrijfcoach. Een dag later ontmoet ik een belangrijk karakter uit dat hoofdstuk. Zeventien jaar niet gezien en gesproken. Veranderd, maar ogen en lach hetzelfde. Herkenning. Weten.

Zo spreek ik uit interesse ook af met Saskia. Ken haar alleen via Twitter en Facebook. Via wederzijdse berichtgevingen blijkt wederzijdse interesse. En het contact ligt daar. Eerst virtueel, nu op uitnodiging bij haar thuis. Ik betreed de wereld van Pay-Sas en ben verrast. Een warme gastvrije lach past precies in het evenzo warme huis. Aan de keukentafel voeren wij het gesprek. Hond ligt aan mijn voeten. Keukentafel, schrijftafel, bijlestafel? Ontmoetingstafel. En mogelijk zelfs de belangrijkste plek in het huis. Tenminste. Zo dacht ik eerst. Totdat ze me haar huis laat zien. Haar eigen schrijfplek, waar ze werkt aan haar boek. Atelier boven, waar prachtige schilderijen het levenslicht zien. Een vol vrolijk huis, creatieve dynamiek. Geen object past. En al helemaal niet in de laatste mode. Maar alles past. Heeft een betekenis. Een verhaal en zegt zoveel meer dan alle commerciele loze trends waar half Nederland braaf in lijkt te volgen. De hartjes aan de tak. Voor het raam. Niet bij Saskia. Voor haar raam prijkt een uithangbord. Welkom in de wereld van Pay-Sas. En dan het porseleinen vierkante potje op pootjes, met dekseltje. Voor de one-liners, hersenspinsels. Op kleine papiertjes. 'Komen altijd weer terug, van pas...' De kan waar je hoop en kracht uit mag schenken. Altijd. Gevuld. En altijd mogen schenken, zoveel je wilt. Kaarsen, warm en licht. Een wereld tussen kunst en kitsch? Boeken. Veel. Net als haar eigen schilderijen.

We praten. Over onze boeken. Zij is verder. Heeft haar lijn al te
pakken. Ik nog ietwat onwennig en onderzoekend. Net begonnen. Toch noemt ze me 'collega'. Over andere boeken, schrijvers. Lezingen. Gedachten en gevoelens en deze ook vertaald naar de techniek. Onzekerheden over het schrijverschap. Voorbeelden en kwetsbaarheden over en weer. Soms valt het gesprek stil. Ieder voor zich op zoek naar een nieuw item. Want we vertellen veel. Luisteren ook. Leren. Ons verhaal vertellen we. De inhoud van ons boek houden we voor onszelf. Misschien af en toe een tipje. Maar dat komt.

Een bijzondere ontmoeting met Saskia. Ik gun iedereen een kop koffie of thee aan deze ontmoetingstafel. Welkom in de (wondere) wereld van Pay-Sas. Zeg dat wel. Ik schrijf dit nu aan mijn tafel. Nodig Saskia uit. Voor het volgende gesprek....