Er is een rubriek in De Volkskrant, 'Eindelijk Weekend' en beschrijft de invulling ervan door een bekende Nederlander. Afgelopen weekend is het de beurt aan extravagante Petra Heyboer. Bonte kleden, zowel op haar bed als die ze draagt, steken fel af tegen het sobere hout van haar slaapkamer. Of iets wat er voor door gaat. In ieder geval vertelt ze in het artikel dat ze vanuit haar bed naar het beeld van twee televisies kijkt: 'dan hoef ik niet te zappen'. Ook is Petra's gezicht en kapsel verfraaid met felgekleurde versiersels. Ik blijf kijken. Details ontdekken in de overweldigende foto. Achter Petra dé foto van Maxima. Al verder verkennend valt mijn oog op het schilderde gezicht van vrouw die door haar ogenschijnlijke soberheid in schril contrast staat met de opvallende Petra. 'Het is geschetst', vertelt ze me later via een Facebook bericht. Door Frans van de Berg. 'En het is mijn moeder'.
Het beeld blijft spoken. Vanochtend, eigenlijk zonet, schiet me ineens Fransjes naam door mijn hoofd. Altijd vrolijk uitgedoste Fransje met bonte kleuren van kleren laag over laag. Een gulle lach uit een mond met knalrode, roze of zelfs groene lippen. Nooit overdreven die lach, altijd gemeend. Als een vrije vogel creëert Fransje een omgeving waar menigeen zich ook graag in wil begeven. Wordt het vervolgens te druk in dat gebied, fladdert ze onbevangen verder naar een volgend bankje op het schoolplein om kort daarop daar haar eerste fans alweer te mogen verwelkomen. Geïnteresseerd was Fransje. Of nieuwsgierig bedacht ik me later. Geïnteresseerd in hoe wij onze weekenden doorbrachten. Naar oma geweest? Gewandeld? Bijna gênant om dat te vertellen tegen Fransje, wiens vrije dagen ongetwijfeld gevuld werden met 'iets spannends' waar wij ons geen voorstelling van konden maken.
Fransje sprak nooit over haar privéleven. Na schooltijd verliet ze vrijwel altijd direct het schoolplein met haar brommertje om de brug over te rijden richting een klein dorpje tussen Deventer en Apeldoorn. Soms passeerde ze ons, rode brommer, knalgele helm met paars, dan weer groen haar, wat er rommelig onder uitstak. Al toeterend en zwaaidend zoals alleen Fransje dat zo uitbundig kon om ons binnen een fractie van drie seconden alweer het nakijken te geven. Ongrijpbaar. Vrienden? Nee. Hoewel, Dirk misschien? Maar dat vermoeden rees pas op het moment dat mijnheer Brands ons die bewuste dag toesprak. Die dag waarop Fransjes stoel leeg was. Haar brommertje niet op de door haar toegeëigende, eigenlijk lerarenplek stond.
Dirk woonde ongeveer anderhalve kilometer van Fransje vandaan. Mijn geheugen begint weer te werken. Beelden uit die tijd worden concreter. Ik herinner me dat ik die twee wel eens samen had zien 'brommeren'. Onopvallend Dirk op zijn fiets slungelig bungelend aan de arm van extravagante Fransje. Eigenlijk was het andersom. Dirk viel daardoor juist op.
Hoe Brands precies die dag de boodschap bracht, herinner ik me niet meer. Niet alleen Fransje, maar ook Dirk werd sinds een paar dagen vermist. De wederzijdse ouders hadden inmiddels de politie ingeschakeld.
Een golf van ontzetting vermengt zich op dat moment met ongeloof, maar zelfs ook met een vlaag van sensatie die ongeveer hetzelfde moet hebben gevoeld als wanneer Fransje in je nabijheid verkeerde. In de dagen die volgden werd over niets anders gesproken. Niet alleen op school, maar ook regionale als landelijke kranten stonden er vol van en het nieuws bereikte zelfs het NOS Journaal, waar Fred Emmer melding deed van de vermissing. Een paar weken lang verkeerde de school in rep en roer en heerste er grote onrust. Iedere dag gebeurde er wel iets nieuws in de vorm van een mededeling of onbekende personen in en om onze school die uiteraard verband hielden met de verdwijning van Fransje en Dirk.
Het grote grijze grauwe schoolplein was veranderd. De lege plek waar Fransjes brommertje feitelijk niet hoorde te staan, bleef leeg. Geen leraar zelfs die waagde zijn of haar vehikel daar te plaatsen. Ogen die in de eerste periode na de mededeling continu afdwaalden naar de lege plek vonden gaandeweg een nieuwe bestemming. De opwinding verstomde, het onopgeloste verhaal bleef. En rakelde na weken, maanden, af en toe weer op.
Zo ook die morgen. Plotseling passeert zij 'ons' muurtje. Lijkt eerst voorbij te willen lopen, bedenkt zich, stopt en draait zich om. Een paar van ons verslikt zich in de net geïnhaleerde sigarettenrook en starten een ongemakkelijke hoestbui. De statige en keurig in tweed geklede dame kijkt ons teneergeslagen aan. 'Zijn jullie Fransje's vrienden?' vraagt ze met eenzelfde warme hartelijke stem als haar dochter. Een stem die uitnodigt, maar tegelijkertijd ondoorgrondelijk is en daardoor afstand weet te creëeren. Niemand van ons weet zich raad met deze vraag. Met stomheid geslagen knikken we vaag instemmend. Fransje had geen vrienden...
Als ik opnieuw naar de foto in De Volkskrant kijk vraag ik me af. Petra. Fransje?
vrijdag 12 september 2014
vrijdag 29 augustus 2014
Eenzaam. Of niet?
De confrontatie is eigenlijk best groot wanneer ik onbedachtzaam een volgende ruimte in het Singer Museum Laren betreed. Getroffen word ik door de grote panelen waarin een figuur, de mens, zich solistisch beweegt in een blauwe 'wereld' omgeven door spotlights van heldere gele bollen. Ook door de titel van het werk: 'Eenzaamheid op zoek naar verbinding'. Maar nog meer door de vraag 'Heeft u dat gevoel ook vaak?'

De man lijkt te zweven. Negen afzonderlijke panelen met daarop negen keer dezelfde persoon. Door de kaders van de randen van het papier waarop hij is afgebeeld, lijkt het alsof hij niet in staat is om in contact te treden met de figuur op de volgende paneel of zelfs met de rest van dé of zijn wereld. Of wil hij dat niet? En die vraag brengt me terug naar de tijd dat ik alleen was. Maar niet eenzaam.
Eenzaamheid. Zo anders dan alleen. Zonder mensen omgeven. Niet alleen fysiek, maar vooral in mijn hoofd. Vrij en ongestoord mijn gedachten de vrije loop kunnen laten.Vooral dat ongestoord. Dat zijn mijn momenten en die koester ik. Bijvoorbeeld wanneer ik achter mijn laptop mijn verhaal schrijf. In gedachten, mijn woorden. Alleen. Voelt prettig. En staat haaks op eenzaamheid.
Het sociale leven miste ik vlak na mijn scheiding eerst niet. Integendeel. Ik had genoeg aan mijn werk, kinderen en bovenal mijzelf. De pot energie die tot op de bodem was leeggeraakt moest weer vollopen. Maar niet te snel. Tijd had ik daarvoor nodig. Veel tijd in rust. Om zogezegd eerst de kop boven water te houden, op te krabbelen, te blijven staan en uiteindelijk weer stappen in de toekomst te zetten. In plaats van dat ik mij opgesloten voelde, bood mijn 'nieuwe' onderkomen veiligheid en rust. Hier kon ik me weer vrij en ongedwongen bewegen, zonder rekening te hoeven houden mét. Het uren wezenloos en in gedachten voor me uit staren interpreteerde de ander als eenzaam. Ik niet. Ik moest alleen zijn.
Naarmate de tijd verstreek, ontstond voorzichtig weer ruimte voor verbinding. Persoonlijke interesses, maar ook de digitale link met de buitenwereld via social media resulteerde in hernieuwde contacten, waaruit later zelfs vriendschappen. Mijn sociale netwerk groeide. In mijn tempo. Met personen die ik zelf uitzocht. Of die mij vonden. Door mijn hervonden energie straalde ik weer plezier uit. Naarmate die momenten vaker voorkwamen, leek ik steeds meer mezelf te worden. En die persoon trok de mensen aan waar zij graag bij wil zijn.
Over de kunstenaar:
'Frank van Hemert werkt vrijwel uitsluitend in reeksen waarin hij belangrijke thema's van het menselijk bestaan centraal stelt. In eerdere series kwamen de volgende onderwerpen aan bod: geboorte, leven en dood, hoop, waanzin en verlossing, eenzaamheid en verlangen, afzondering en terugkeer, zelfbeschadiging en overleven. Vertrekpunt voor zijn nieuwste serie vormde het gelijknamige gedicht van de Roemeense dichter Paul Celan (1920-1970). In der Luft gaat over de noodzaak van intermenselijk contact dat als referentiepunt dient voor de eigen identiteit.
Communicatie vormt de sleutel voor geestelijk welzijn. Leidt gebrek daaraan tot waanzin?'
(bron Singer Museum)
Meer over Frank van Hemert Frank van Hemert
Inspiratie Gedicht 'in der Luft' van Paul Celan
Museum Singer Laren Singer Laren

De man lijkt te zweven. Negen afzonderlijke panelen met daarop negen keer dezelfde persoon. Door de kaders van de randen van het papier waarop hij is afgebeeld, lijkt het alsof hij niet in staat is om in contact te treden met de figuur op de volgende paneel of zelfs met de rest van dé of zijn wereld. Of wil hij dat niet? En die vraag brengt me terug naar de tijd dat ik alleen was. Maar niet eenzaam.
Eenzaamheid. Zo anders dan alleen. Zonder mensen omgeven. Niet alleen fysiek, maar vooral in mijn hoofd. Vrij en ongestoord mijn gedachten de vrije loop kunnen laten.Vooral dat ongestoord. Dat zijn mijn momenten en die koester ik. Bijvoorbeeld wanneer ik achter mijn laptop mijn verhaal schrijf. In gedachten, mijn woorden. Alleen. Voelt prettig. En staat haaks op eenzaamheid.
Naarmate de tijd verstreek, ontstond voorzichtig weer ruimte voor verbinding. Persoonlijke interesses, maar ook de digitale link met de buitenwereld via social media resulteerde in hernieuwde contacten, waaruit later zelfs vriendschappen. Mijn sociale netwerk groeide. In mijn tempo. Met personen die ik zelf uitzocht. Of die mij vonden. Door mijn hervonden energie straalde ik weer plezier uit. Naarmate die momenten vaker voorkwamen, leek ik steeds meer mezelf te worden. En die persoon trok de mensen aan waar zij graag bij wil zijn.
Over de kunstenaar:
'Frank van Hemert werkt vrijwel uitsluitend in reeksen waarin hij belangrijke thema's van het menselijk bestaan centraal stelt. In eerdere series kwamen de volgende onderwerpen aan bod: geboorte, leven en dood, hoop, waanzin en verlossing, eenzaamheid en verlangen, afzondering en terugkeer, zelfbeschadiging en overleven. Vertrekpunt voor zijn nieuwste serie vormde het gelijknamige gedicht van de Roemeense dichter Paul Celan (1920-1970). In der Luft gaat over de noodzaak van intermenselijk contact dat als referentiepunt dient voor de eigen identiteit.
Communicatie vormt de sleutel voor geestelijk welzijn. Leidt gebrek daaraan tot waanzin?'
(bron Singer Museum)
Meer over Frank van Hemert Frank van Hemert
Inspiratie Gedicht 'in der Luft' van Paul Celan
Museum Singer Laren Singer Laren
zaterdag 21 juni 2014
Bucketlist
Noem het sentimenteel. Het moment dat mijn vader de streep door dát actiepunt van zijn to-do-lijst zette. Ik was er bij. Sterker nog, zag en voelde. Die emotie. Maakte me blij. 'Dat ik dit nog mag meemaken', zegt hij. Dat ik daar getuige van mag zijn. Denk ik.
Mei en juni. De maanden waarin feest- en vrije dagen hoogtij vieren. Volgens mij was het Hemelvaartsdag waarop we besloten er met de kinderen op uit te gaan. Mijn wens om tijdens dit soort dagen nog enig cultuurbesef bij te brengen, resulteert in een zoektocht op Internet en een oproep via Twitter naar een geschikte activiteit voor zes personen in de leeftijd tussen dertien en drieënzeventig. Opa en oma gaan namelijk ook mee. Genoeg suggesties. Lang leve #durftevragen.
Water, weilanden, en Hollandse luchten vormen het decor tijdens onze tocht richting het Noorden. Of all places, Friesland welteverstaan, daar valt onze unanieme keuze voor het dagje uit op. Een bezoek aan het Jopie Huismanmuseum opperen we. Best leuk voor zowel kind als ouder. Enthousiast bijval, alleen opa rijdt voorop en passeert Workum om de rit voort te zetten richting Franeker. Ik steek mijn vooroordeel jegens Friesland normaliter niet onder stoelen of banken. De stugheid onder andere. Valt mee blijkt later. Gastvrij land. Dat is ook Friesland. Vooroordeel zeg ik toch? Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik tijdens de rit geraakt word door de schoonheid van het landschap, Mijn oog valt op de karakteristieke kerkjes die vol trots boven de huizen van de kleine dorpen uitsteken.
In Franeker parkeren we de auto aan de gracht die dwars door het centrum loopt en steken de weg over richting het Planetarium. Aha, vooropgezet plan van opa. Ik zie een glundering over zijn gelaat trekken bij iedere stap richting het oudst werkende planetarium van de wereld. De man, met zijn meer dan normale interesse voor cijfers, feiten, wetenschap, maar bovenal bewondering voor de mens die in staat is het ongrijpbare en onverklaarbare toch beeld en betekenis te geven. Zo ook valt vaders mond open tijdens een uitleg in de Planetariumkamer. Op het plafond heeft Eisinga het sterrenstelsel zichtbaar gemaakt. Eerst voor zijn tijdgenoten om ze ervan te overtuigen dat de aarde niet zou vergaan. Dit via een fascinerend schouwspel aan het plafond wat laat zien hoe de planeten ten opzichte van elkaar staan en bewegen. Hoe laat is het nu? En in welk jaar begeven wij ons? Tot in detail de datum. Tot op de dag en minuut van vandaag en nu. En in het schrikkeljaar hoeft alleen handmatig een dagje terug te worden gezet. Tweemaal 28 februari. Omdat Eisinga, van beroep wolkammer, dat kon. Ingenieus.
Vind ook mijn vader. Gebiologeerd. En emotioneel. Als ik naar buiten loop om het Planetarium te verlaten, werp ik nog terloops een blik op het gastenboek en word ik geraakt door de notitie van mijn vader. Op het terras zie ik opa en kleinzoon nagenieten. Onderweg in de auto richting het Jopie Huismanmuseum in Workum, al kronkelend door het Friese landschap, word ik overvallen, door een gevoel van dankbaarheid. Niet alleen voor hem, dan wel om de drie generaties die op dit moment nog samen kunnen zijn.
Planetarium Friesland - Franeker
Jopie Huisman Museum
Mei en juni. De maanden waarin feest- en vrije dagen hoogtij vieren. Volgens mij was het Hemelvaartsdag waarop we besloten er met de kinderen op uit te gaan. Mijn wens om tijdens dit soort dagen nog enig cultuurbesef bij te brengen, resulteert in een zoektocht op Internet en een oproep via Twitter naar een geschikte activiteit voor zes personen in de leeftijd tussen dertien en drieënzeventig. Opa en oma gaan namelijk ook mee. Genoeg suggesties. Lang leve #durftevragen.
Water, weilanden, en Hollandse luchten vormen het decor tijdens onze tocht richting het Noorden. Of all places, Friesland welteverstaan, daar valt onze unanieme keuze voor het dagje uit op. Een bezoek aan het Jopie Huismanmuseum opperen we. Best leuk voor zowel kind als ouder. Enthousiast bijval, alleen opa rijdt voorop en passeert Workum om de rit voort te zetten richting Franeker. Ik steek mijn vooroordeel jegens Friesland normaliter niet onder stoelen of banken. De stugheid onder andere. Valt mee blijkt later. Gastvrij land. Dat is ook Friesland. Vooroordeel zeg ik toch? Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik tijdens de rit geraakt word door de schoonheid van het landschap, Mijn oog valt op de karakteristieke kerkjes die vol trots boven de huizen van de kleine dorpen uitsteken.
![]() |
Vind ook mijn vader. Gebiologeerd. En emotioneel. Als ik naar buiten loop om het Planetarium te verlaten, werp ik nog terloops een blik op het gastenboek en word ik geraakt door de notitie van mijn vader. Op het terras zie ik opa en kleinzoon nagenieten. Onderweg in de auto richting het Jopie Huismanmuseum in Workum, al kronkelend door het Friese landschap, word ik overvallen, door een gevoel van dankbaarheid. Niet alleen voor hem, dan wel om de drie generaties die op dit moment nog samen kunnen zijn.Planetarium Friesland - Franeker
Jopie Huisman Museum
woensdag 7 mei 2014
Klem
Het verhaal start een paar maanden terug. Nee, niet waar. Eigenlijk al een aantal jaren geleden. Metaforen? Hou het maar op uit mijn schulp kruipen. Vrijheid ervaren, steeds minder drang naar de schelp. Zelf creëren. Honderd lampjes in mijn hoofd en deze omzetten naar bruikbare initiatieven, ontwikkelen, opbouwen. Energie kost het niet, levert het alleen maar op. Bereid om meer te geven. En dat gaat vanzelf. Domweg omdat het leuk is. Leuk is niet genoeg. Ook omdat het functioneel is en ik zie, merk en voel dat mijn omgeving blij van me wordt. Zoals ik ben en mag zijn. In alle vrijheid. Zonder schulp. Met lef.
Het voeren van eigen regie. Persoonlijk leiderschap. Zo noemen ze dat zo mooi. Ik geloof daar in. Ook geloof ik in talenten van mensen, zakelijk en/of privé. In het bundelen van die diversiteit aan talenten. Zodat een persoon nog beter wordt, zodat het team nog krachtiger staat. Zodat een organisatie nog meer dienstverlenend kan zijn. Ik geloof in welwillend- en bereidheid van mensen. Noem het wat mij betreft naïef. Maar 'goed' komt eerst, totdat het tegendeel bewijst. Ik geloof in de hardwerkende, zelfstandige en zelfredzame collega's. Als individueel en oorspronkelijk persoon. Niet in de vervormde en vervolgens mogelijk murw geslagen medewerker. Af en toe kom ik ze tegen. Kijk ik snel de andere kant op. Zo wil ik niet zijn. Totdat ik de laatste maanden mezelf erop betrap dat mijn blik nét iets langer op deze personen rust, ik zelfs neig met staren. Zoek ik een blik van herkenning?
Onrust in mijn lijf. Glijdt erin. Onbewust, totdat mijn omgeving me hierop attendeert. En ik raak het niet meer kwijt. Pogingen dit gevoel te ontleden bezorgen me hoofdpijn. Ik wil weten hoe het zit, waar het vandaan komt. Wil die zogenaamde vinger erop krijgen... Is het beperking van vrijheid? Alsof iets of iemand me terug wil proppen in die schulp. Maar dat kan toch niet meer? De glorie van vrijheid ervoer ik. Als zeer positief. Levert vruchtbare ideeën op en worden omgezet in resultaten waar zowel ikzelf als mijn omgeving van profiteert. Een straffe hand voel ik nu in mijn rug. De adem van een ongrijpbaar systeem hijgt in mijn nek. Ondefinieerbaar ook, maar alsof het vastberaden is me in te halen en dwingt om tot in detail aan te geven hoe en waarmee en met wie ik mijn tijd besteed om daarmee mijn resultaten inzichtelijk te maken. Niet eerder ervoer ik dit gevoel van . Ligt het aan mijn omgeving? Aan mezelf? Ik wil dit niet en kán het ook niet (meer...). Het beklemt me. Het dreigt mijn creativiteit lam te slaan. Murw?
Even los van het systeem... Tijd voor een break. Korte vakantie. Natuur. Frisse lucht. Wandelen. Museum.
In het Bonnefantenmuseum zie ik haar. Zij zit klem. Behoorlijk zelfs. En ook zie ik háár. Gehavend en dreigt om te vallen. Net als ik? Wederom herkenning? Of toch niet, voelt het anders? Nu wend ik mijn hoofd niet af. Blijf kijken. Beide figuren zijn vervaardigd uit steen en ontstaan uit de dynamiek en verbeelding van de ander. De kunstenaar in dit geval. Ik ben mens van vlees en bloed en projecteer mijn gemoedstoestand, mijn vraagtekens, op de kunstwerken. In plaats van herkenning besef ik dat ik in de gelukkige staat ben om zelf vorm, oftewel eigen regie, te bepalen. Mijn weg loopt niet dood, hooguit stopt het asfalt. De aarde is rond, dan maar op een andere manier verder. Immers... Ik wil niet verstenen. Maar blijven wie ik ben. Sterker nog, doorontwikkelen. Groeien. De schulp is te klein. Het is tijd voor een grotere en mogelijk zelfs andere behuizing. Hoe en wat is aan mij. Bepaal ik alleen. Ik kan niet naar een ander wijzen...
De tentoonstelling Beating around the bush met werken van Mark Manders is nog tot 22 juni 2014 te zien in het Bonnefantenmuseum Maastricht
Het voeren van eigen regie. Persoonlijk leiderschap. Zo noemen ze dat zo mooi. Ik geloof daar in. Ook geloof ik in talenten van mensen, zakelijk en/of privé. In het bundelen van die diversiteit aan talenten. Zodat een persoon nog beter wordt, zodat het team nog krachtiger staat. Zodat een organisatie nog meer dienstverlenend kan zijn. Ik geloof in welwillend- en bereidheid van mensen. Noem het wat mij betreft naïef. Maar 'goed' komt eerst, totdat het tegendeel bewijst. Ik geloof in de hardwerkende, zelfstandige en zelfredzame collega's. Als individueel en oorspronkelijk persoon. Niet in de vervormde en vervolgens mogelijk murw geslagen medewerker. Af en toe kom ik ze tegen. Kijk ik snel de andere kant op. Zo wil ik niet zijn. Totdat ik de laatste maanden mezelf erop betrap dat mijn blik nét iets langer op deze personen rust, ik zelfs neig met staren. Zoek ik een blik van herkenning?
Onrust in mijn lijf. Glijdt erin. Onbewust, totdat mijn omgeving me hierop attendeert. En ik raak het niet meer kwijt. Pogingen dit gevoel te ontleden bezorgen me hoofdpijn. Ik wil weten hoe het zit, waar het vandaan komt. Wil die zogenaamde vinger erop krijgen... Is het beperking van vrijheid? Alsof iets of iemand me terug wil proppen in die schulp. Maar dat kan toch niet meer? De glorie van vrijheid ervoer ik. Als zeer positief. Levert vruchtbare ideeën op en worden omgezet in resultaten waar zowel ikzelf als mijn omgeving van profiteert. Een straffe hand voel ik nu in mijn rug. De adem van een ongrijpbaar systeem hijgt in mijn nek. Ondefinieerbaar ook, maar alsof het vastberaden is me in te halen en dwingt om tot in detail aan te geven hoe en waarmee en met wie ik mijn tijd besteed om daarmee mijn resultaten inzichtelijk te maken. Niet eerder ervoer ik dit gevoel van . Ligt het aan mijn omgeving? Aan mezelf? Ik wil dit niet en kán het ook niet (meer...). Het beklemt me. Het dreigt mijn creativiteit lam te slaan. Murw?Even los van het systeem... Tijd voor een break. Korte vakantie. Natuur. Frisse lucht. Wandelen. Museum.
In het Bonnefantenmuseum zie ik haar. Zij zit klem. Behoorlijk zelfs. En ook zie ik háár. Gehavend en dreigt om te vallen. Net als ik? Wederom herkenning? Of toch niet, voelt het anders? Nu wend ik mijn hoofd niet af. Blijf kijken. Beide figuren zijn vervaardigd uit steen en ontstaan uit de dynamiek en verbeelding van de ander. De kunstenaar in dit geval. Ik ben mens van vlees en bloed en projecteer mijn gemoedstoestand, mijn vraagtekens, op de kunstwerken. In plaats van herkenning besef ik dat ik in de gelukkige staat ben om zelf vorm, oftewel eigen regie, te bepalen. Mijn weg loopt niet dood, hooguit stopt het asfalt. De aarde is rond, dan maar op een andere manier verder. Immers... Ik wil niet verstenen. Maar blijven wie ik ben. Sterker nog, doorontwikkelen. Groeien. De schulp is te klein. Het is tijd voor een grotere en mogelijk zelfs andere behuizing. Hoe en wat is aan mij. Bepaal ik alleen. Ik kan niet naar een ander wijzen...
De tentoonstelling Beating around the bush met werken van Mark Manders is nog tot 22 juni 2014 te zien in het Bonnefantenmuseum Maastricht
dinsdag 21 januari 2014
Stories We Tell
Tegelijkertijd in
hetzelfde verhaal, alleen jij vertelt het anders....
Ik voel gewoon dat zijn ogen vochtig worden. Ondertussen ken ik hem al goed genoeg om te weten wanneer dit gebeurt. Tijdens welk fragment welke emotie. Ik voel het en werp vanuit mijn ooghoeken een vluchtige blik op hem. En inderdaad. Gedurende de paar seconden waarop het licht vanaf het doek zijn gelaat treft, zie ik dat zijn handen proberen de geruisloos glijdende tranen weg te vegen. Ik vraag me af waarom? Het is toch donker? En dan nog... Ook vraag ik me waarom ik me meer op zijn gemoed focus dan op de film. Ik schuif eerst nog wat onrustig heen en weer op mijn bioscoopstoel om me vervolgens over te geven....
Op uitnodiging van een facebookvriendin. Veronica. Schrijfcoach. Naar de documentaire 'Stories We Tell' van Sarah Polley. Afgelopen zondag in Filmtheater Hilversum. In de film reconstrueeert Sarah het verleden van haar moeder. en benadrukt thema's als omgang met verlies rouw en verdringing. Dit doet ze via interviews die ze afneemt met haar vader en broers en zusters. Daarnaast ook met direct betrokkenen uit de tijd dat Sarah's moeder leefde. En ze ontmoet haar biologische vader en vraagt naar zijn verhaal.Gevolg: verwarring. De diverse verhalen zijn ontstaan en hebben betekenis gekregen door en in de tijd. Gelaagd. Fragmenten zijn versterkt, danwel vergeten cq verdrongen. Er wordt verteld vanuit een ieders persoonlijke beleving en daardoor ontstaan verschillen in interpretatie en daarmee tegelijkertijd verschil in 'waarheid'. Sarah komt er achter dat de waarheid afhankelijk is van wie het verhaal vertelt.
Verwarring.
Al kijkend en zelfs nu al schrijvend betrap ik mezelf erop dat ik het verhaal van de film wil ontleden. Dat werkt niet. Het is Sarah's film, inhoud gegeven door de mensen die haar lief zijn. Ik laat het los. Het effect van deze film, naast de ontroerende verhaallijn, gaat verder. Zoveel fragmenten die gedurende de documentaire parallel lopen aan of confronteren met mijn eigen levensverhaal.
Mijn handen glijden over mijn wangen. Tranen veeg ik weg. Ik voel me betrapt. We kijken naar elkaar. Contouren. In de schemering van de filmzaal. Eerst. En later ietwat onthutst in de lobby van het filmhuis. Het licht te fel en er is teveel in mijn hoofd.
Verwerken...
En dan het besef dat de kracht van een verhaal in openheid en kwetsbaarheid zit. Zo ook in dit verhaal. Dat juist die elementen zoveel in de ander losmaken dat, zonder te oordelen, de inhoud ervan er eigenlijk niet meer zoveel toe doet... Dat de bezieling en passie van de verteller er toe doet. Dat die emotie raakt. En het verhaal vertelt.
De film zet me aan tot nadenken
over mijn eigen ideeën over schrijven. Iets wat ik fijn vind om te doen.
Iets waarvan ik nog steeds niet zo goed weet hoe vorm te geven. Zowel
fysiek als digitaal vastgelegd materiaal in overvloed. Op schrift en
beeld. Mijn verhaal. Mijn waarheid. Vanaf het moment al dat ik kon
schrijven. Zoveel situaties, gebeurtenissen en vooral gevoelens waarover
ik schreef. Zoveel passanten. Waar ik ook over schreef. Die ertoe
deden. In diezelfde tijd en ook later.
En ik vraag me af aan wie ik mijn verhaal eigenlijk zou willen vertellen? Delen? En waarom? Wie zou er naar luisteren? Het willen lezen? Voor wie en in welke mate doet mijn verhaal er toe... Mijn kinderen? Partner? Directe omgeving? Derden? Ik hoef niet zo nodig te spiegelen of anderen wakker te schudden. Wel wil ik verbinden en inspireren.
Zoals de film mij inspireert. Me laat (in)zien, maar vooral laat voelen dat eenieders verhaal er toe doet. Dat jouw verhaal iets voor mij kan betekenen. En het mijne mogelijk iets voor jou....
Bekijk hier de trailer: http://www.youtube.com/watch?v=ytq4VZ2Nyxg
Ik voel gewoon dat zijn ogen vochtig worden. Ondertussen ken ik hem al goed genoeg om te weten wanneer dit gebeurt. Tijdens welk fragment welke emotie. Ik voel het en werp vanuit mijn ooghoeken een vluchtige blik op hem. En inderdaad. Gedurende de paar seconden waarop het licht vanaf het doek zijn gelaat treft, zie ik dat zijn handen proberen de geruisloos glijdende tranen weg te vegen. Ik vraag me af waarom? Het is toch donker? En dan nog... Ook vraag ik me waarom ik me meer op zijn gemoed focus dan op de film. Ik schuif eerst nog wat onrustig heen en weer op mijn bioscoopstoel om me vervolgens over te geven....
Op uitnodiging van een facebookvriendin. Veronica. Schrijfcoach. Naar de documentaire 'Stories We Tell' van Sarah Polley. Afgelopen zondag in Filmtheater Hilversum. In de film reconstrueeert Sarah het verleden van haar moeder. en benadrukt thema's als omgang met verlies rouw en verdringing. Dit doet ze via interviews die ze afneemt met haar vader en broers en zusters. Daarnaast ook met direct betrokkenen uit de tijd dat Sarah's moeder leefde. En ze ontmoet haar biologische vader en vraagt naar zijn verhaal.Gevolg: verwarring. De diverse verhalen zijn ontstaan en hebben betekenis gekregen door en in de tijd. Gelaagd. Fragmenten zijn versterkt, danwel vergeten cq verdrongen. Er wordt verteld vanuit een ieders persoonlijke beleving en daardoor ontstaan verschillen in interpretatie en daarmee tegelijkertijd verschil in 'waarheid'. Sarah komt er achter dat de waarheid afhankelijk is van wie het verhaal vertelt.
Verwarring.
Al kijkend en zelfs nu al schrijvend betrap ik mezelf erop dat ik het verhaal van de film wil ontleden. Dat werkt niet. Het is Sarah's film, inhoud gegeven door de mensen die haar lief zijn. Ik laat het los. Het effect van deze film, naast de ontroerende verhaallijn, gaat verder. Zoveel fragmenten die gedurende de documentaire parallel lopen aan of confronteren met mijn eigen levensverhaal.
Mijn handen glijden over mijn wangen. Tranen veeg ik weg. Ik voel me betrapt. We kijken naar elkaar. Contouren. In de schemering van de filmzaal. Eerst. En later ietwat onthutst in de lobby van het filmhuis. Het licht te fel en er is teveel in mijn hoofd.
Verwerken...
En dan het besef dat de kracht van een verhaal in openheid en kwetsbaarheid zit. Zo ook in dit verhaal. Dat juist die elementen zoveel in de ander losmaken dat, zonder te oordelen, de inhoud ervan er eigenlijk niet meer zoveel toe doet... Dat de bezieling en passie van de verteller er toe doet. Dat die emotie raakt. En het verhaal vertelt.
De film zet me aan tot nadenken
over mijn eigen ideeën over schrijven. Iets wat ik fijn vind om te doen.
Iets waarvan ik nog steeds niet zo goed weet hoe vorm te geven. Zowel
fysiek als digitaal vastgelegd materiaal in overvloed. Op schrift en
beeld. Mijn verhaal. Mijn waarheid. Vanaf het moment al dat ik kon
schrijven. Zoveel situaties, gebeurtenissen en vooral gevoelens waarover
ik schreef. Zoveel passanten. Waar ik ook over schreef. Die ertoe
deden. In diezelfde tijd en ook later.En ik vraag me af aan wie ik mijn verhaal eigenlijk zou willen vertellen? Delen? En waarom? Wie zou er naar luisteren? Het willen lezen? Voor wie en in welke mate doet mijn verhaal er toe... Mijn kinderen? Partner? Directe omgeving? Derden? Ik hoef niet zo nodig te spiegelen of anderen wakker te schudden. Wel wil ik verbinden en inspireren.
Zoals de film mij inspireert. Me laat (in)zien, maar vooral laat voelen dat eenieders verhaal er toe doet. Dat jouw verhaal iets voor mij kan betekenen. En het mijne mogelijk iets voor jou....
Bekijk hier de trailer: http://www.youtube.com/watch?v=ytq4VZ2Nyxg
woensdag 23 oktober 2013
What's in it for her?
Zonlicht valt via de ramen op de bank in de woonkamer en raakt de gouden haren van dochter. Daar valt mijn oog op. Eerst. Bewondering die vervolgens omslaat in lichte ergernis wanneer ik dé standaard van tegenwoordig aanschouw. Achter die hoogglans haren een hyperfocus op mobiel, vastgekleefd in de hand; lichte frons op haar gezicht afgewisseld met af en toe een flauwe glimlach. Om alles wat voorbij komt in haar TL. Vingers die reageren hou ik niet bij. Maar wie ben ik? 'Goed' voorbeeld doet goed volgen?
Twee dingen. Eerst over dochter. Examenjaar. MAVO. Volgend jaar geen HAVO, maar MBO Mode en Design, om daarna gekozen richting voort te zetten op HBO niveau. Het liefst in Amsterdam. Waarna een carrière in Parijs, nee Amerika! Hoewel... China spookt tegenwoordig ook steeds door haar hoofd... Het hoofd van mijn 15-jarige dochter. Vol overtuiging dat dit allemaal gaat gebeuren. Dit is haar plan. Fantasieën die vorm krijgen door de koers die zij bepaalt. En daar blijf je (ik) vanaf. Hooguit stimulans en support door haar omgeving.
Wij zijn die omgeving. Dat is tevens punt twee. Co-ouderschap samen met de vader van mijn kids. Ik de doordeweekse zorg, mijn ex de vrijheid van het weekend. Op deze manier functioneert het co-ouderschap al zo'n tien jaar perfect. Voor de kinderen, mijn ex en mijzelf. Vanwege de flexibiliteit en souplesse ingegeven door wederzijds respect. En bovenal omwille van de zorg over de kinderen. En natuurlijk zijn er ook weekenden dat de kinderen bij mij zijn. Hoewel zij steeds meer andere (eigen) belangen hebben, komt het gelukkig ook nog wel eens voor dat er dan ruimte is voor een gezamenlijke activiteit.
Zo ook afgelopen weekend. Kids bij mij. Zondagmorgen, die flauwe zonnestralen. Krant uit, koffie op. 'Bankhangen'. Levert zo waar een goed gesprek op. Over die stimulans. Prikkels. Wat heb je nodig om een goed designer te kunnen worden? Wat bepaalt je exclusiviteit? Creativiteit? Waar haal je de inspiratie vandaan? Enthousiast word ik van mijn dochter. Zij die zo goed weet wat ze wil. En open staat voor het opdoen van indrukken. Al pratend en luisterend valt mijn oog op een kleine advertentie van Museum De Fundatie, waar een expositie van kunstenaar Marino Marino wordt aangekondigd. Wat te doen vandaag? Daar naar toe? Dochter, gevoed door gesprek, geeft aan wel mee te willen.
En ik zie haar kijken.
Eerst aarzelend, onwennig. Even later, op een enkel werk na, bijna ongeïnteresseerd zelfs in de werken van Marino Marini. Thema paarden spreekt haar niet aan. Ik kijk over haar schouder mee en probeer niet teveel te 'wijzen op'.Wil haar zelf laten kijken. Met eigen ogen de vertaalslag laten maken. "What's in it for her"? Dochter tikt aan op ronde vorm en kleur. Ik ook.

Na Marino Marini lopen we de trappen op naar 'Het Oog'. Daar exposeert fotograaf Pieter Henket. En daar lijkt dochter 'open' te gaan. Aansprekende foto's en bewegende beelden prikkelen haar fantasie. Laten zien wat kan. Creatief. Als je kunt. Grensverleggend. Als je durft. Bewondering voor de fotograaf die haar via zijn werk stimuleert om te gaan maken wat zij wil en zoals zij wil.
Later op een terrasje. Daar waar ik normaliter de neiging heb om teveel te praten, luister ik nu. Naar haar commentaar, belevingen en plannen... Soms lijkt opvoeden gewoon vanzelf te gaan. Dankbaar voor dit moment. Mijn ingelaste co-ouderschap weekend kan niet meer stuk.
Meer informatie over de exposities Marino Marini en Pieter Henket vind je op de site van Museum De Fundatie http://www.museumdefundatie.nl/
Twee dingen. Eerst over dochter. Examenjaar. MAVO. Volgend jaar geen HAVO, maar MBO Mode en Design, om daarna gekozen richting voort te zetten op HBO niveau. Het liefst in Amsterdam. Waarna een carrière in Parijs, nee Amerika! Hoewel... China spookt tegenwoordig ook steeds door haar hoofd... Het hoofd van mijn 15-jarige dochter. Vol overtuiging dat dit allemaal gaat gebeuren. Dit is haar plan. Fantasieën die vorm krijgen door de koers die zij bepaalt. En daar blijf je (ik) vanaf. Hooguit stimulans en support door haar omgeving.
Wij zijn die omgeving. Dat is tevens punt twee. Co-ouderschap samen met de vader van mijn kids. Ik de doordeweekse zorg, mijn ex de vrijheid van het weekend. Op deze manier functioneert het co-ouderschap al zo'n tien jaar perfect. Voor de kinderen, mijn ex en mijzelf. Vanwege de flexibiliteit en souplesse ingegeven door wederzijds respect. En bovenal omwille van de zorg over de kinderen. En natuurlijk zijn er ook weekenden dat de kinderen bij mij zijn. Hoewel zij steeds meer andere (eigen) belangen hebben, komt het gelukkig ook nog wel eens voor dat er dan ruimte is voor een gezamenlijke activiteit.
Zo ook afgelopen weekend. Kids bij mij. Zondagmorgen, die flauwe zonnestralen. Krant uit, koffie op. 'Bankhangen'. Levert zo waar een goed gesprek op. Over die stimulans. Prikkels. Wat heb je nodig om een goed designer te kunnen worden? Wat bepaalt je exclusiviteit? Creativiteit? Waar haal je de inspiratie vandaan? Enthousiast word ik van mijn dochter. Zij die zo goed weet wat ze wil. En open staat voor het opdoen van indrukken. Al pratend en luisterend valt mijn oog op een kleine advertentie van Museum De Fundatie, waar een expositie van kunstenaar Marino Marino wordt aangekondigd. Wat te doen vandaag? Daar naar toe? Dochter, gevoed door gesprek, geeft aan wel mee te willen.
En ik zie haar kijken.Eerst aarzelend, onwennig. Even later, op een enkel werk na, bijna ongeïnteresseerd zelfs in de werken van Marino Marini. Thema paarden spreekt haar niet aan. Ik kijk over haar schouder mee en probeer niet teveel te 'wijzen op'.Wil haar zelf laten kijken. Met eigen ogen de vertaalslag laten maken. "What's in it for her"? Dochter tikt aan op ronde vorm en kleur. Ik ook.

Na Marino Marini lopen we de trappen op naar 'Het Oog'. Daar exposeert fotograaf Pieter Henket. En daar lijkt dochter 'open' te gaan. Aansprekende foto's en bewegende beelden prikkelen haar fantasie. Laten zien wat kan. Creatief. Als je kunt. Grensverleggend. Als je durft. Bewondering voor de fotograaf die haar via zijn werk stimuleert om te gaan maken wat zij wil en zoals zij wil.Later op een terrasje. Daar waar ik normaliter de neiging heb om teveel te praten, luister ik nu. Naar haar commentaar, belevingen en plannen... Soms lijkt opvoeden gewoon vanzelf te gaan. Dankbaar voor dit moment. Mijn ingelaste co-ouderschap weekend kan niet meer stuk.
Meer informatie over de exposities Marino Marini en Pieter Henket vind je op de site van Museum De Fundatie http://www.museumdefundatie.nl/
vrijdag 20 september 2013
Freedom
Het fenomeen vrijheid. Niet in de wereldwijde context. Oorlogen - religieus of politiek, gevangenschap, en/of anders. Maar dicht bij huis. Heel dichtbij. Over mezelf. Hoe ervaringen zich hebben vertaald in vrijheid. Over hoe fijn ik het eigenlijk vind om ouder te worden en daardoor steeds meer over mezelf te begrijpen. En te accepteren. En daardoor te worden geaccepteerd door de ander. Of niet.
Ik praat erover in mijn omgeving. Wil mijn gevoel delen en vraag ook hoe zij en hij ervaart. Ik praat erover met hem. Mijn relatie met hem. Die was. En daarna kwam. En nu is. De relatie met mijn kids. Ouders. Niet meer in het keurslijf van zogenaamde verwachtingen te hoeven opereren, acteren. Opgelegd door anderen. Er past geen onnatuurlijke rol bij me. Hoe handig het volgens die anderen in bepaalde situaties juist wél is. Ik ben ik. Of ik nu moeder of geliefde ben. Buurvrouw of collega. Ik praat dezelfde stem vanuit dezelfde gedachtegang. Ik kan en wil niet anders zijn dan mijzelf, opdat zij dezelfde persoon meemaken en herkennen.
En ik vraag. Aan hem. Hoe ziet en voelt hij persoonlijke vrijheid? Mijn kids? Ik laat ze vrij. Zijn ze vrij? Ik met mijn moeder-argus-ogen? Geraakt word ik door mensen die vanuit de zuiverste intenties gevoel, kennis, ervaringen én persoonlijke mening delen. Omdat het kan en mag, omdat ze vrij zijn. Geen angst hoeven voelen. Waarvoor? Open kán ik zijn en wil ik zijn. Maar... tot hoever gaat dit gevoel? Heb ik de kern al bereikt?
In mijn vertwijfeling over wat nu precies de definitie van vrijheid is en hoe ik deze persoonlijk interpreteer en daarmee hoe vrij ik eigenlijk ben, kom ik via social media 'toevallig' een sculpture tegen. Geraakt. Wie is die kunstenaar? Waar staat het? Hoe heet het? De vraag zet ik uit via Twitter en al snel word duidelijk dat het 'Freedom' van Zenon Frudakis is en in Philadelphia staat.
Ik kijk naar de sculpture en stel mezelf en anderen de vraag opnieuw. Hoe voelt persoonlijke vrijheid? Probeer mezelf te identificeren met één van de figuren. Wie ben ik op de schaal van 1-4?
Ik weet waar ik sta. Omdat de mensen die ik ontmoette en waarmee ik relaties aanging, niet voor niets voorbij kwamen.Omdat we elkaar op dat moment iets te vertellen hadden, omdat we elkaar even nodig hadden. Leerden en beter werden van elkaar. Omdat zij me lieten groeien. Tot wie ik nu ben. Omdat ik me nu veilig voel. Bij hem. En haar. En natuurlijk hen. Omdat het goed voelt. Omdat ik er mag zijn... bén ik er. Zoals ik wil zijn. Zo wil ik mijn vrijheid voelen...
Hoe zit dat met jou? Waar sta jij?
Ik praat erover in mijn omgeving. Wil mijn gevoel delen en vraag ook hoe zij en hij ervaart. Ik praat erover met hem. Mijn relatie met hem. Die was. En daarna kwam. En nu is. De relatie met mijn kids. Ouders. Niet meer in het keurslijf van zogenaamde verwachtingen te hoeven opereren, acteren. Opgelegd door anderen. Er past geen onnatuurlijke rol bij me. Hoe handig het volgens die anderen in bepaalde situaties juist wél is. Ik ben ik. Of ik nu moeder of geliefde ben. Buurvrouw of collega. Ik praat dezelfde stem vanuit dezelfde gedachtegang. Ik kan en wil niet anders zijn dan mijzelf, opdat zij dezelfde persoon meemaken en herkennen.
En ik vraag. Aan hem. Hoe ziet en voelt hij persoonlijke vrijheid? Mijn kids? Ik laat ze vrij. Zijn ze vrij? Ik met mijn moeder-argus-ogen? Geraakt word ik door mensen die vanuit de zuiverste intenties gevoel, kennis, ervaringen én persoonlijke mening delen. Omdat het kan en mag, omdat ze vrij zijn. Geen angst hoeven voelen. Waarvoor? Open kán ik zijn en wil ik zijn. Maar... tot hoever gaat dit gevoel? Heb ik de kern al bereikt?
In mijn vertwijfeling over wat nu precies de definitie van vrijheid is en hoe ik deze persoonlijk interpreteer en daarmee hoe vrij ik eigenlijk ben, kom ik via social media 'toevallig' een sculpture tegen. Geraakt. Wie is die kunstenaar? Waar staat het? Hoe heet het? De vraag zet ik uit via Twitter en al snel word duidelijk dat het 'Freedom' van Zenon Frudakis is en in Philadelphia staat.
Ik weet waar ik sta. Omdat de mensen die ik ontmoette en waarmee ik relaties aanging, niet voor niets voorbij kwamen.Omdat we elkaar op dat moment iets te vertellen hadden, omdat we elkaar even nodig hadden. Leerden en beter werden van elkaar. Omdat zij me lieten groeien. Tot wie ik nu ben. Omdat ik me nu veilig voel. Bij hem. En haar. En natuurlijk hen. Omdat het goed voelt. Omdat ik er mag zijn... bén ik er. Zoals ik wil zijn. Zo wil ik mijn vrijheid voelen...
Hoe zit dat met jou? Waar sta jij?
Abonneren op:
Posts (Atom)






