dinsdag 6 augustus 2019

Sur la vie belle!

“Veux-tu boire quelque chose” vraagt de dame op leeftijd als we eindelijk neerstrijken op een terrasje in La Tour d’Auvergne. Het terras, gelegen op een vlonder, kijkt uit over uitgestrekte landerijen met in de verte de Puy de Sancy. Het kent hooguit drie zitjes onder verweerde parasols waarop de naam van het biermerk nauwelijks nog te onderscheiden is. Overal staan dieprode geraniums in potten waarvan er geen een hetzelfde is, niet in kleur en niet in grootte. Nog verhit van het opzetten van onze luxe, hetzij tweedehandse, vierpersoonstent op de lokale camping en verschillende over en weer gaande verwijten, was er dringend behoefte aan verkoeling.
“Deux bières fraîches s'il vous plaît.“ Even later verzacht het heerlijke vloeibare goud niet alleen onze kelen, ook de gemoederen lijken enigszins te bedaren. Spreken is nu nog even beter van niet. Dat realiseren we ons beiden. Het laatste verwijt over de stokken die niet op de juiste manier in de tent geschoven werden, waardoor alle verhouding zoek was, galmt nu nog na over de camping. De gewonde teen is inmiddels geHansaplast en op het terras hervinden we onze rust.
Een aantal Leffe’s verder en met een voorgebraden kip van de plaatselijke boucherie op de achterbank van de auto, rijden we stilzwijgend ‘huiswaarts’ oftewel naar het veroverde plekje op de camping. Het is een mooi plekje, dat kan ik niet ontkennen. Een stuk gras van tien bij tien meter waar ons tweedehandsje parmantig staat te pronken. De stokken en het elastiek daar binnenin werkten even niet mee. Maar vooruit, dat mag de pret niet drukken! We kijken elkaar trots aan. De vakantie is begonnen.
Met voor ons op tafel de kip en een fles rode wijn werp ik een blik op het territorium tegenover ons. De overbuurvrouw schuift haar bril omhoog en kijkt me knipogend vanuit haar hangmat aan terwijl ze haar glas rosé opheft: “Sur la vie belle!” Ik kan niet ontkennen dat dit alles is wat ik me wens, dus steek mijn arm met het met vin rouge gevulde Ikeaglas omhoog en proost met haar mee.
De rust lijkt zich in zowel mijn als mijn liefs gemoed te settelen en stroomt tegelijkertijd met de rode wijn door mijn bloed. Het moment voor zelfreflectie. Om mijn reactie van vanmiddag toch even in twijfel te trekken, reageerde ik niet te explosief? Vermoeid door de reis, de warmte en de onhandigheid met de tentstokken was mijn overreactie misschien zelfs nog meer dan ‘overtrokken’? Nu is goed. Lief verdiept zich in een omgevingskaart op zoek naar interessante wandelroutes. Ik hoef even helemaal niets te zeggen, denken, anticiperen, reageren. Ik mag even helemaal alleen met mezelf zijn. Zo is het goed. Nu en een uurtje later ook nog. Als de ondergaande zon tussen de bomen door schijnt en de glooiende gemaaide glasvlakten van diverse lichtinvallen voorziet, lijkt onze eerste vakantiedag bijna perfect te worden afgesloten. De fles is nog met een paar laatste slokken gevuld. Deze tevreden achteroverslaand, maak ik aanstalten om ons luchtbed op te zoeken.
Ik herinner me de dag een paar weken voor onze vakantie dat lief met een enorme doos en een gigantische grijns op zijn gezicht vanuit zijn werk thuiskwam. Om mijn laatste aarzelingen over onze aanstaande kampeervakantie weg te nemen, werd ik verblijd met een luchtbed waarvan de hoogte minimaal 70 cm is. Eén die zichzelf - met behulp van elektriciteit - opblaast. Het bed trok me de drempel over. Ik herinner me ook zijn woorden: “Je keek niet eerder zo blij als ik thuiskwam”. Zijn voorstel om alsnog ons oude (van hooguit 20 cm hoog) luchtbed én pomp mee te nemen, wuifde ik weg. Absoluut niet nodig. Dit bed kwam van dezelfde leverancier als onze tent. Kwaliteit gegarandeerd. En daarbij: de auto zat al tjokvol. De ruimte die restte, werd gereserveerd voor de eventueel verzamelde brocante uit de Auvergne.
Toch meer beneveld dan ingeschat, rol ik nog net niet onze tropisch getemperatuurde tent in, maar struikel wel over een paar rondslingerende sandalen en plof neer op ons riant met lucht gevulde bed. Vergis ik me of is de verhouding ervan enigszins zoek? Is het bed niet meer 70 cm hoog, maar is het oppervlak zowel in de breedte als hoogte in omvang toegenomen? Het ligt aan mijn perceptie prent ik mezelf in. Ik ben niet meer helder en zie misschien zelfs dubbel. Languit en armen en benen wijd uit elkaar gestrekt, raak ik er steeds meer van doordrongen dat ik drie weken achtereen niets hoef!
Ik ben blij dat - ondanks enkele opstartperikeltjes - ik deze dag met dit gevoel mag afsluiten. Intens geniet ik niet alleen van het zachte fluweel onder me, ook ben ik me volledig bewust van de doodse stilte die in en om de tent heerst. In sluimertoestand begint het aftellen naar de slaap. Nog een paar tellen. Drie, twee, een… waarna een oorverdovende - harder dan een met carbid gevulde melkbus - knal mij met beide benen weer in het hier en nu brengt. Wat zeg ik? Met mijn kont op de grond…

zaterdag 6 augustus 2016

Ponte Vecchio

Mijn boekenkast. Vol. Meer dan vol. Als ik nu eens een paar boeken verkoop, kan ik er misschien een kast voor (bij)kopen. En mijn verzameling opnieuw aanvullen om daarna weer uit te breiden. Geen boekwinkel, kringloop of rommelmarkt verlaat ik zonder een stapel 'nieuwe' boeken. En dan is er aankomende zondag ook nog Deventer Boekenmarkt, de grootste van Europa. 

Ik waag een poging om voor mijn bezoek aan de boekenmarkt ruimte in mijn kast te creëren. Een stapel met 'kan weg', een aantal 'twijfel' en de rest 'blijft'. Tijdens mijn selectie stuit ik op een steen. Herinneringen schieten door mijn hoofd. Verse nog. Volgens mij is het precies een jaar geleden dat ik door de straten van Florence liep. Via Piazza Della Signoria op zoek naar het Uffizi museum. In Forence horden mensen. Massa toeristen. Te druk voor mij. In de wachtrij voor het Uffizi. Prognose? Drieënhalf uur wachttijd. Ik niet. Jammer. De teleurstelling had ik kunnen voorkomen als ik in plaats van 'hartje zomer' een ander moment had gekozen om het museum te bezoeken. Ik verheugde me op Caravaggio, Michelangelo en da Vinci. Bovenal om mijn voetstappen in de imposante zalen van het dito museum te kunnen zetten.

Knop om. Ik leef en Florence en het Uffizi blijven. Ik kom terug. Ik overdenk terwijl ik de schaduw probeer te pakken. Met mij vele andere toeristen. Ook deze gewilde plekjes blijken schaars. Doorlopen dan maar. Van het hoofd naar de maag. Verplaatst het verlangen van kunst zich naar voedsel, drank en koelte. Trattoria gezocht! Op weg van het museum naar een straatje vol met typisch Italiaanse restaurantjes, laat ik rivier 'De Arno' links van me liggen. Op een brug tegenover de Ponte Vecchio wordt water verkocht. Ik snel me hier naar toe, maar word gehinderd door commotie. Een Koreaanse dame schreeuwt zo hard 'Fernando', dat de naam weerkaatst op het kabbelende water van De Arno en boven het toeristisch rumoer uitkomt. Commotie gaat over in een normaal gesprek. Hier overstijgt een ander geluid. Het is een fiets, dat is zeker. Waarbij de slag van het wiel vertraging lijkt op te lopen door een schuurmoment met het spatbord.

De menigte op de brug draait zich om. Hoewel, op een afstand van drie meter zie ik dat het al met al om vijf personen gaat. Net als die vijf draai ik me ook om naar het geluid van het schurende wiel. De eigenaar van de fiets, zou dat Fernando zijn? Ik haast me - nieuwsgierig als ik ben - op de brug om deel uit te kunnen maken van het schouwspel. Ik kan niet anders. Niet voor niets loop ik hier. Wat is toeval? Ik word deelnemer nummer 6. Samen wachten we op Fernando. Het geschuur van het wiel tegen het kapotte spatbord komt steeds dichterbij. Wie is die man? vraag ik me af. Die voor de Koreaanse zo bijzonder is. Opnieuw kijk ik om. Dit keer omdat het gerammel opeens onderbroken wordt door een gigantische knal. Voordat ik überhaupt besef wat er gebeurt, moet ik een dag wachten. Inclusief buil op mijn hoofd.

Ik word wakker in Ospedale di Santa Maria Nuova. Voorzichtig open ik mijn ogen en kijk verdwaasd om me heen. De kamer is steriel wit. Tegenover mijn bed staat een dressoir met daarop een kleine televisie. Aangeschoven staat een jaren zeventig stoeltje. TL-lampen zorgen voor een gedempt licht. Rechts naast mij staat een ziekenhuisbed. Links van mij twee. Alle drie leeg. Ziekenhuis? Ik schiet acuut overeind. Een actie die me duur komt te staan. Een helse steek in mijn hoofd dwingt me om heel voorzichtig weer te gaan liggen. Ik snap het niet! Wat doe ik hier? Hoe kom ik hier? Mijn hand reikt naar mijn voorhoofd waar ik rechtsboven verband en pleisters aantref. Ik sluit mijn ogen en probeer in de tijd terug te gaan. Geen flarden zelfs. Vanuit mijn kussen hoor ik dat er iemand de kamer inloopt. Voorzichtig open ik mijn ogen en zie dat mijn lief een paar plastic bekertjes met water op het nachtkastje naast mijn bed zet. Naast de bekertjes ligt een steen. Met daarop minuscuul 'Ponte Vecchio' geschilderd.

En lief vertelt. Dat Fernando's fietsband klapte. Waarschijnlijk door het geschuur tegen het spatbord. Het (werk)mandje op de fiets, met daarin alle kwasten, tubes verf en stenen kunstwerkjes, door de plotselinge klap losliet, waarna de stenen als stuiterballen door de lucht vlogen. Eén ervan kwam terecht op mijn hoofd. Ik raakte bewusteloos en gewond. Een ambulance bracht me hier. Waarschijnlijk mag ik vandaag het ziekenhuis verlaten. Ik pak de boosdoener van het nachtkastje en bekijk het kunstwerkje nu met meer aandacht. Groot is de steen niet. Hooguit 7 bij 3 centimeter. De bonte kleuren samen stellen inderdaad de beroemde brug voor. "En Fernando? En de rest van het zestal op de brug?" vraag ik?

Anderhalve dag later verlaat ik het ziekenhuis en lopen we nog een keer door de straten van Florence, De Arno links van ons. Op zoek naar Fernando. Als een flashback hoor ik opnieuw iemand heel hard zijn naam roepen. Flarden schieten nu wel door mijn hoofd. Beelden bezorgen me opnieuw een stekende pijn. Versterkt door de zon. Mijn zonnebril helpt niet om de pijn te voorkomen. Ik herinner me alles weer. Geen schurende en rammelende geluiden dit keer. De Koreaanse staat wel weer op de brug. En voor het eerst zie ik de kunstenaar Fernando. Zijn fiets is zijn atelier. Tot in detail plaatst hij bruggen, gebouwen en straten van Florence op kiezelstenen. Voor 1, 2 of 3 euro biedt hij ze aan. Een kleine man met op zijn hoofd een grote gehavende strohoed. Zijn iele lijf in een strak zittend wielrennersshirt. De schildersattributen op zijn fiets heeft hij weer op orde. De man leeft van de straat. Leeft wellicht zelfs op straat. Fernando ziet dat ik hem observeer. Ik krijg een grijns. Ik zet mijn zonnebril af en probeer te reageren. Een mislukte knipoog. Meer prestatie kan ik op dat moment niet leveren. In het kleine zakje van mijn jurk beweeg ik de steen tussen mijn vingers. Bedoeld om terug te geven, tref ik hem een jaar later in mijn boekenkast.


zondag 3 juli 2016

Mia & Penelope

Klein van formaat met dito maat schoen stampt ze resoluut door het museum. Gehaast. Haar handen diep in de spijkerbroekzakken gestoken. Jas nog aan. 'Ik heb het koud!' Het knotje op haar hoofd danst bij elke stap die ze zet driftig op haar kleine vastberaden hoofd. Snel schieten haar ogen als een volwaardig curator van links naar rechts over Kröller-Müller's kunstschatten. Van Pablo Picasso's Viool naar een stilleven van Severini. 'Veel te donker. Kan ik niks mee. Wat moet dit voorstellen?' Donkere ogen be- en veroordelen. Ogen omlijst met glans. Glinstering die ik herken van de momenten waarop ze eigenlijk intens geniet. 

Enigszins geacclimatiseerd. Haar pas vertraagt. Stem verstomt. Een paar minuten terug hield ik haar niet bij. Nu loop ik voor haar uit en kijk ik zoekend achterom. Ik wil het werk van één van mijn favoriete schilders, Charley Toorop, graag laten zien. In de ruimte waar nu een aantal van Toorop's portretten hangt, schiet haar stem weer omhoog: 'Smaken verschillen gelukkig, maar dit is toch écht niet mooi! Kijk deze eens! Hoe monsterlijk!' Mijn blik volgt de hare naar 'Medusa kiest zee'. Prachtig. Ik zag het niet eerder en ben onder de indruk. Monsterlijk. Inderdaad. De mooie en jonge Medusa is door de godin Athene uit wraak veranderd in een afzichtelijk monster, met grote giftanden en haar van slangen. 

We wandelen verder. Aangekomen bij de Van Gogh expositie geen woorden meer. Ontspannen glijdt haar blik over de collectie. Waarbij de glinstering van haar ogen zelfs De Aardappeleters verlicht. Van Gogh kent ze. Maakt haar blij. Verrukt zelfs wanneer ze De Vissersvrouw ziet. 'Bij ons vroeger in Deventer kwam er ook altijd een paar keer in de week een vissersvrouw in de straat. Zag er precies zo uit!' Vlaag van herkenning. Vroeger wordt vastgelegd met de middelen van nu. Ook door haar. Steeds meer schilderijen worden verzameld in het fotoalbum op haar mobiel. 

Van binnen naar buiten. De Beeldentuin in. Wandelen in de regen.'Gelukkig heb ik mijn witte jeans verruild voor deze. Bah! Wat een rotweer!' Ma's 'gemor' gaat op in het geluid van de dansende regendruppels op de paraplu. Verdwijnt wanneer ze de eerste sculpturen ontwaart en wordt zelfs ingeruild voor een schaterlach als ze 'Penelope' van Emile-Antoine Bourdelle tegen het lijf loopt. Bij het overdekte Aldo van Eyckpaviljoen, aan de andere kant van de tuin,  kan de paraplu even dichtgeklapt. Een paviljoen als een besloten ruimte met zes evenwijdige muren als straatjes in de stad. Aldo van Eyck plaatste (in 1966) zowel sokkels voor zowel de beelden als de mensen, zodat mens en beeld elkaar ontmoetten. In 2006 is het paviljoen herbouwd in het Kröller-Müller park, bedoeld voor de beelden die niet in weer en wind in de tuin kunnen staan. Nu sta ik hier samen met mijn ouders en echoot het af en toe een bewonderend 'ooh' en 'aaah' tussen de lichtgrijze stenen. Vooral 'Love' van Joseph Mendez da Costa trekt de aandacht van beiden. 

Bijna half vijf. We moeten ons nu zelfs haasten om Jardin d'email van Jean Dubuffet nog te bekijken. Sterker nog, we willen er bovenop klimmen. Onderdeel uitmaken van deze kunstmatige tuin waarbij het contrast tussen het stralende wit met de grillige zwarte lijnen en de natuurlijke (groene!) omgeving bijzonder groot is. Eenmaal binnen, waan je je in een volstrekt andere wereld. In verband met een restauratie helaas gesloten! Nu mompel ik mijn ongenoegen. Toch beter, gezien het slechte weer. Naast het kunstwerk is een uitkijktorentje geplaatst. Vanaf hier perfect zicht op het werk. 

Mijn moeder geniet. Niet altijd met zoveel woorden. Wel zichtbaar. Haar ogen glanzen nog steeds. Zelfs meer nog. De mijne wanneer ze als dank voor het bezoek aan Kröller-Müller in de museumshop een kaart met daarop 'Medusa kiest zee' voor me koopt.  

Bekijk de website voor meer informatie over het museum en de beeldentuin: Kröller-Müller Museum

dinsdag 24 mei 2016

De Witte Olifant

De oeverloze discussie over wat nu kunst is. Wat zijn de criteria hiervoor? Welke opleiding moet je gevolgd hebben om met de juiste ogen te kunnen kijken? Om de kunsttaal te beheersen om 'mee te kunnen praten' over de definitie van kunst. Ten slotte, wat maakt iemand kunstenaar? De discussie hierover vindt niet alleen aan de keukentafel plaats. Of tijdens een museumbezoek.

Zelfs tijdens een dagelijks praatprogramma kan een vijftal conservatoren geen duidelijkheid bieden. Misschien ligt het aan mezelf. Mis ik schijnbaar enig intellect om het werk van de grote kunstenaar te kunnen begrijpen. Vakjargon en -kretologie worden over tafel gespuugd. Op het moment dat ik mijn mond open wil doen om tegen lief te zeggen dat ik het eigenlijk gewoon mooi vind, straft Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum, me af: "Je mocht zijn werk vooral niet mooi vinden, dan raakte Rothko in razernij!"

In aanloop naar de expositie 'Mark Rothko' in Het Gemeentemuseum Den Haag (vorig jaar) worden tijdens het programma vier werken van de beroemde kunstenaar aan de conservatoren getoond. De presentator vraagt negen seconden stilte per schilderij voor observatie. Dit lukt niet. Het intellectuele woord lijkt zwaarder te wegen dan het gepresenteerde beeld.

'Ik voel de spanning, schoonheid en vernietiging van het oneindige.'
'Dit is een werk uit zijn surrealistische, nieuwe, periode, loskomen van de figuratie waarin hij op zoek is naar abstractie', 'De functie van mystiek.'

Discussie over feiten die ten overstaan van de kijker blijk moeten geven van de hoeveelheid geconserveerde kennis van zaken? Ik ben blij dat deze dag ook Nico Dijkshoorn zich tussen het publiek begeeft: 'Soep. Dat zie ik. De soep die mijn moeder maakte. Met een beetje suiker...' Kijk, dat vind ik nu mooi.

Wat maakt iets tot kunst? Twintig jaar na zijn 'Anna Karenina' probeert Tolstoj in zijn boek 'Wat is kunst?' te vatten wat kunst precies is en niet is. Een vraag waarop we nog steeds een passend antwoord zoeken. Wie bepaalt?

Wil de echte kunstenaar opstaan? De één leeft helaas niet meer, dus onmogelijk. De ander zoek ik zelf op. In Almere. Bij 'De Witte Olifant', een plek waar mensen met een beperking als Jeroen hun creatieve talenten kunnen ontwikkelen. Dit onder begeleiding van een team van professionele kunstenaars waaronder Wieteke Opmeer.

Wieteke ontwerpt in samenwerking met het team producten waar veel kunstenaars aan meewerken en waarvan ieder item uniek is. Het mooist hier is het respect voor elkaars eigenheid dat ik iedere dag weer voel. Er is geen competitie. Er bestaat geen dubbele bodem. Ondoorgrondelijk is soms de sfeer, omdat eenieder op een eigen manier communiceert. De gebruiksaanwijzingen laten zich echter gemakkelijk lezen. Onbevangenheid en humor zijn belangrijke en vanzelfsprekende ingrediënten voor onze omgangswijze en zorgen ervoor dat ik meer terugkrijg dan ik geef", vertelt Wieteke. Ik vraag wat zij De Witte Olifant biedt:
'Mijn kennis en kunde over materialen en processen. Maar belangrijker is dat ik duidelijk ben. Dat is nodig en werkt verhelderend. Vaak zie ik in werk details. Ik licht deze uit en maak het aan iedereen zichtbaar. Ik speel niet in op clichés. En wil voorbij gaan aan productie, massa. Ik geniet intens wanneer mijn oog op het detail valt wat de maker/kunstenaar uniek maakt.'

Bijvoorbeeld? "Kom maar mee, dan laat ik je zien". En daar sta ik. In het atelier tussen de kunstenaars van 'De Witte Olifant'. Wieteke laat me diverse schatten zien. Niet alleen ben ik aangenaam verrast door de prachtige handgemaakte koffie- en theelepels van Mina en de fantastische tekeningen van Jeroen. Nog meer door de vriendschappelijke sfeer die in het atelier hangt. Waar ruimte is voor diversiteit, wat weer zichtbaar wordt in het werk. Een sfeer die veiligheid biedt. Die nodig is om jezelf te kunnen zijn.



Even terug nog naar de uitzending. Ik zou graag willen dat conservatoren en museumdirecteuren van Nederland eens een kijkje zouden nemen in het atelier van 'De Witte Olifant'. Om daar negen seconden stil te zijn tijdens de observatie van één van de prachtwerken. Of in ieder geval stil te staan bij de enorme talenten met onbegrensde creativiteit van mensen met een beperking. Los van commentaar. Want wat kunst is, wil ik zelf kunnen interpreteren op schoonheid. En... 'Wat is nu eigenlijk de beperking?' vraag ik me af.


"Kunst bevat moraliteit: ze gaat over het mens-zijn en hoe we omgaan met onze emoties. Ze zet ons aan het denken, maar bovenal leert ze ons te observeren".

Meer informatie over de kunstenaars & opleiding: De Witte Olifant
Kennismaken met het werk van Wieteke: Wieteke Opmeer Design

En voor wie het fragment wil zien: DWDD aflevering Rothko


zondag 8 mei 2016

Embroidery Show

Zondagmorgen. Terwijl de eerste lichtstraaltjes proberen langs de nog gesloten gordijnen te glippen, draai ik me nog eens om. En nog eens. Het is vroeg. En warm in bed. Slaap komt niet meer. Ik sta op. Koffie en krant. Uit de radio klinkt de nieuwste track van de Red Hot Chilly Peppers. Ik verlang ineens naar Snow en zoek de cd 'Stadium Arcadium' op. Met dit favoriete geluid op de achtergrond dwalen mijn gedachten af naar vorige week. Toen Arend dacht dat het Moederdag was. 

Een vrije middag. Prima moment om de expositie 'Wilden' in Museum De Fundatie te bewonderen. Fijn om indrukken direct te delen, doe ik een oproep via social media: "Iemand zin om mee te gaan?" Arend reageert. Arend is plastisch chirurg en heeft een praktijk in De Provence, waar hij eveneens woont. Voor nu is hij een paar dagen in Nederland. Om zijn 82-jarige moeder te bezoeken. Moederdag. Een week te vroeg. Maar Arend vergist zich wel eens vaker. Zoals die keer dat hij niet wist hoe de cruise control werkte. Maar goed, dat een andere keer...

Arend leerde ik trouwens op mijn 22e kennen toen ik, na een aantal jaren wikken en wegen, mijn oren recht liet zetten. Door hem. Via deze ingreep aan mijn hoofd, maakte Arend promotie. Begreep ik later. Nooit eerder in de geschiedenis was zo'n plastische ingreep zo perfect uitgevoerd. Ik trots. Op mijn nieuwe oren. Hij trots. Op zijn carrière. Mijn oren zag ik later, naast de spiegel, frequent terug in de diverse medische vaktijdschriften. Arend maakte furore als plastisch chirurg. Na mijn oren volgden buik, billen borsten. Niet bij mij dan. Maar bij vele anderen die hij in zijn behandelkamer nog steeds ontvangt. Eerst in Deventer, later brak hij internationaal door en startte een riante praktijk in De Provence. Onze vriendschap bleef. Aanbiedingen om door hem geholpen te worden, weersta ik nog steeds. Hoewel een ooglidcorrectie erg aantrekkelijk lijkt. Wel vertoef ik regelmatig op zijn landgoed, gelegen tussen de heerlijk ruikende lavendelvelden. En iedere keer wanneer Arend Nederland aandoet, bezoekt hij mij.

Zo ook die dag. Met Anna, zijn moeder. Arend had begrepen dat naast 'Wilden' ook Rob Scholte met zijn verzameling van 1000 borduurwerken (gemaakt door evenveel volstrekt onbekende meesters) in De Fundatie exposeert. Anna's man was vroeger fervent borduurder en had vrijwel alle beroemde meesterwerken tot in de late uurtjes en met ragfijn garen en oeverloos geduld op zijn manier op doek vereeuwigd. Door een aantal verhuizingen, was de verzameling kunstwerken op miraculeuze wijze steeds kleiner geworden. Totdat er niets meer van over was. Niemand in Anna's omgeving had enig idee waar de resultaten van Arends vaders huisvlijt waren gebleven. 'Rob Scholte's Embroidery Show' bleek een mooie aangelegenheid om met Anna weer even terug in de tijd te gaan.

De expositie trekt voornamelijk ouder publiek. Anna is opgewonden en commandeert Arend om haar rolstoel in sneltreinvaart van de ene naar de andere wand te verplaatsen. Op de wanden afwisselend alom bekende afbeeldingen van schilderijen van oude meesters als Rembrandt, Vermeer, Fragonard, Millet en anderen. Anna geniet? Arend is blij. Het ontroert me. Die twee zo samen. Terwijl ik vanuit 'Het Oog' een blik over de Zwolse daken werp, worden mijn 'spinsels' ineens ruw verstoord door een harde gil. Ontzet draai ik me om en snel door de zaal naar moeder en zoon. Anna. Ze blijft schreeuwen. Steeds harder en hysterischer. Publiek draait zich om, suppoosten haasten zich naar het stel. Maar voordat zij Anna kunnen bereiken, staat ze op uit haar rolstoel, loopt vliegensvlug naar de wand met Vermeers' Melkmeisjes en rukt er één van de wand. En nog één. Een derde, vierde en meer volgen. 'Ze zijn van mij! Van mij!' schreeuwt Anna naar de suppoosten: 'Mijn man heeft ze gemaakt! Ik ben ze al jaren kwijt!' Buiten adem zoekt ze de veiligheid van haar rolstoel weer op. Handen vol borduurwerken. Niet om haar verontwaardiging opnieuw te laten blijken, valt Anna's mond toch weer open. Haar oog valt op iets, iemand. De toegenomen menigte volgt haar blik. Het geroezemoes staakt.

Rustig rijdt de creator van de expositie richting Anna. Op gelijke hoogte wisselen zij een blik van verstandhouding uit. Het is nu doodstil in de ruimte wanneer Rob zich tot haar richt en spreekt: "Ik weiger in de ongeïnteresseerde domheid te geloven, waarmee Nederland ten faveure van Ikea-prints afstand neemt van de traditionele, met de hand gemaakte, borduurwerken, die door de moeders, de groot-, de overgroot- en betovergrootmoeders (soms ook mannen) van ons land anoniem, met zoveel liefde en geduld in de hen overblijvende krappe uurtjes, steek voor steek zijn vervaardigd"...

Anna, enigszins tot rust gekomen, kijkt nu trots om zich heen.

"Het resultaat van lange weken, maanden en jaren noeste arbeid wordt door erfgenamen voor slechts een euro van de hand gedaan".

Ik kijk naar het inmiddels rood aangelopen gezicht van Arend. Hij haalt zijn schouders ietwat hulpeloos op en mompelt wat voor zich uit. De woorden bereiken Anna: "Ik weet heus wel welke door papa is gemaakt hoor! Kijk maar op de achterzijde. je vader was een perfectionist! Geen enkel ander doek is zo netjes afgewerkt als de zijne. Alsof de achterzijde de voorkant is!"

Rob grijnst. Samen met Anna bekijkt hij de achterzijde van elk Melkmeisje. Stuk voor stuk. Totdat de meest zorgvuldig afgewerkte is gevonden.

Rob Scholte's Embroidery Show is tot 18 september te zien in Museum De Fundatie




zaterdag 30 april 2016

Dromen doen!

Ik word getagd in een Facebookbericht van Rebekka. Een oproep:

"Laten we beginnen met dromen dromen, onze dromen vertellen en deze dromen doen! Wat is jouw droom? Vertel er over als je me tegen komt. Wie weet kunnen we je verder helpen. We organiseren binnenkort een vertelronde voor jouw droom. Zullen we dat doen Diana de Groot dat is toch jouw droom?"smile-emotico@Dromendoen

Dit is toch ook jouw droom? We spraken recent over dromen. Rebekka en ik. Niet alleen over die van ons. Maar ook over die van hem, haar, jou.  Over durven dromen, over dromen durven doen. Ongeacht wie, waar en hoe oud je bent. Iedereen heeft dromen. Veel kan. En mag. Alleen beperken we onszelf. Of laten ons beperken door opvoeding, omgeving. Alsof murw geslagen. Helaas.

We zijn het kind in ons een beetje kwijtgeraakt. Ik weet nog goed dat ik vroeger droomde over het hebben van een bloemenwinkel. Of een winkel. Over de meest vrolijke, kleurrijke en gezelligste winkel van de stad, van het land! Ook fantaseerde ik over het zijn van een beroemde kunstenaar. Had/heb bewondering voor talent. Uit wiens handen, hoofd en hart mooie dingen ontstaan. Wilde zelf ook tekenen, schilderen en schrijven. In het keurslijf van mijn omgeving, belandde ik uiteindelijk (na de zoveelste keer 'afgestroomd' te zijn) op een economische opleiding. De vooruitzichten op werk in dat vakgebied waren goed. Vanuit daar op kantoor. Werk en privé strikt gescheiden. Computer op kantoor, Boek en schildersezel thuis.


Ik nader (hoe zwaar klinkt dat!) bijna de vijftig. Ben halverwege zeg maar. Noem het midlife crises, maar steeds vaker realiseer ik me dat ik nog kan doen en laten wat ik wil! Dat weinig onmogelijk is. Dat ik nog steeds die winkel kan beginnen. Mijn zelf geschreven boek (dat halverwege is) kan uitbrengen. Dat mijn dromen niet bij dromen hoeven te blijven, maar ik ze vooral kan doen! Mijn talenten benut om, bijvoorbeeld via mijn blog, over het moois van anderen te vertellen. Hoe ik daardoor geraakt word. Hoe jij geraakt wordt, wat jouw dromen zijn en hoe jij ze wilt realiseren.

 When do we stop growing?

Want dat is inderdaad ook mijn droom. Naar verhalen luisteren, zelf vertellen en (door)vertellen. Over dromen. En dromen durven doen. Wie weet kunnen we elkaar een stapje verder helpen in het realiseren van onze dromen. Binnenkort starten we met een vertelronde. Wat is jouw droom? Doe je mee?





maandag 21 maart 2016

We Won

In het Rijksmuseum Twenthe op zoek naar de ruimte waar het werk van Thomas Gainsborough tentoongesteld wordt. Met Ludo. Spraken we eens af. Hadden we nog te goed. Samen een expositie bezoeken. Kunst kijken. Wat maakt iets 'goed'? Mooi? Voor wie bedoeld? Maar helaas. Een dag te vroeg voor Gainsborough. Gelukkig nog net niet te laat om de werken van Hans Steffelaar te zien. Wat een verrassing!

Maar eerst zag ik deze.

De laatste tijd kenmerkt zich door ontmoetingen. Veel. Interessante. Mooie, fijne, bijzondere. Waar mijn hoofd vol van zit. Vandaag nog sprak ik met iemand over deze ontmoetingen. Terwijl ik vertelde, stond ik in gedachten weer voor het werk 'Universal Recipient' van Jitish Kallat. Ik bleef er naar staren. Van veraf ogenschijnlijk een onopvallend kapsel. Van dichtbij zoveel te ontleden en blijven zien. Mensen, dingen, situaties. Als één brei. In/op één schedel. Als al die ontmoetingen. Nieuwe, hernieuwde. Gesprekken over eigenheid, identiteit. In een wereld waarin we overvallen worden door een stortvloed aan impulsen. Raken en geraakt worden. Focus. Of juist niet? We zijn druk. In ons hoofd. Niet alleen leer en groei ik door al die ontmoetingen, dan wel zijn het de fragmenten die me bijblijven.

Zoals Jacob Jan over zijn overgrootvader Voerman Sr.:

'Zijn we niet allemaal geboren om de wereld binnen te laten, daar zijn verschrikkelijke gang te laten gaan, om het vervolgens in een andere vorm weer aan de wereld terug te geven?' 

Die zin schiet door mijn hoofd als ik samen met Ludo door de imposante tentoonstelling 'We Won' van Steffelaar loop. Werken die uitbeelden dat we worden voortgedreven door onze verwachtingen, ambities, geloof en idealen. Ik kijk naar Ludo en zie ineens verschillende Ludo's. Muzikant, schilder, fotograaf, maar bovenal een kunstenaar. Creatief brein. Waar veel in zit. Talent. Teveel soms misschien. Voor hem. Ik vraag wat hém drijft. Wat zijn verwachtingen zijn. Idealen.

'We Won' is niet alleen de titel van de eerste museale solotentoonstelling van Hans Steffelaar, maar ook de naam van een cruciale serie werken die ons de keerzijde van de overwinning toont'

De discussie over de keerzijde, de alom bekende randvoorwaarden. Brood moet op de plank. Wat soms lastig is, wil je dicht bij jezelf blijven. Weerhoudt het je van het nastreven van idealen? Beperkt het? Of combineer je? Daarom (daarnaast ook nog eens) de vakman Ludo. Zich buigend over kleuren in de schilderijen. Vergelijkend. Steffelaar met die van Monet. Als inspiratiebron voor zijn werk als ontwerper. Geeft hij terug. Niet alleen zakelijk. Aan zijn omgeving, kinderen en kleinkinderen. Laat hij via zijn werk zien wat hem beweegt.


Zoals de schilder Steffelaar zelf verwoord moet zijn metersbrede werken de kijker bij de lurven grijpen. Bij deze. Geen tijd, maar ook geen ruimte meer voor Gainsborough. Hoewel... nu we er toch zijn. Even stiekem gluren voor de officiele opening wordt gedoogd. Ons gegund.

Bezoek aan het Rijksmuseum Twenthe, bijzondere ervaring met fijne mensen in meerdere opzichten. Veel geleerd.

De expositie 'We Won' van Hans Steffelaar duurt helaas maar tot 27 maart aanstaande. Misschien kun je binnenkort elders zijn werk bewonderen. Voor de liefhebbers... 'Gainsborough in his own words' duurt tot 24 juli.

Over Ludo:
Studio Ludo
The Charles Darwin Selection

maandag 29 februari 2016

Queensize

Staat al enkele weken op mijn 'to visit' lijstje: Museum Arnhem. Niet alleen omdat ik er nooit eerder was, maar meer vanwege de expositie 'Queensize'. Aankondigingen en berichtgevingen hierover leiden me naar Arnhem. Queensize is een selectie (van werken van vrouwelijke kunstenaars) uit de collectie van Thomas Olbricht, een Duitse verzamelaar die al ruim 30 jaar hedendaagse kunst verzamelt.

Queensize?
'Het bed is een essentieel onderdeel van het leven en staat symbool voor de cyclus geboorte, leven en dood. De werken in de tentoonstelling hebben te maken met de thema’s geboorte en verval, dood, dromen en nachtmerries tot en met de ervaringen die onze identiteit vormgeven'
Onbevangen loop ik de zalen met de tentoongestelde werken binnen. Er zijn veel bezoekers. Toch is er genoeg ruimte om me een bepaald werk voor even toe te eigenen. Ik struikel vrijwel direct over 'Balsana' van Patricia Piccinini. Een siliconen meisje met echt haar dat gespreid ligt op een Perzisch tapijt. Ze heeft een kangoeroe op haar rug. 

Ik krijg geen genoeg van de hyperrealistische sculpture. Wat is echt? Wat is nep? De vragen echoën na wanneer ik me naar de volgende zaal begeef. Daar voel ik meer en meer de intensiteit van de thema's. Nieuwsgierig wandel ik langs de prachtige stukken van Olbricht. Bewonder de diversiteit aan materiaal en  kleuren. Foto's, film, sculpturen en schilderijen. Staan symbool voor de cyclus geboorte, leven en dood. Rust? Of lijkt dit maar zo? Ik wil meer weten. Naarmate ik me verdiep in de boodschap van de verschillende werken, struikel ik nog een paar keer. Figuurlijk.

Neem bijvoorbeeld 'Schuldig bevonden' van Sükran Moral. Centraal in deze foto staat het geweld tegen vrouwen. Geconfronteerd door de directheid van de foto, loop ik eerst verder en keer later terug. Om beter te bekijken? Of om de intentie van de kunstenaar beter te begrijpen?
'Sükran Moral stelt in haar werk de normen ten aanzien van 'buitenstaanders' ter discussie. Mensen die aan de rand van de maatschappij leven, zoals geestezieken, transseksuelen en prostituees. Slachtoffers van verkrachting wordt vaak verweten zelf aanleiding te hebben gegeven'


Ook de schilderijen met daarop filmsterren Julia Roberts en Mia Farrow van Dawn Mellor trekken mijn aandacht en bekijk ik meerdere keren. Geportretteerd en vervolgens genadeloos bekrast of verminkt. Mellor stelt via haar schilderijen de verheerlijking van sterren en de invloed van de media aan de orde. De animatiefilm 'Hebzucht' uit het drieluik 'Het Experiment / Greed' van Nathalie Djurberg komt al helemaal binnen. Beetje onwennig eerst. Aarzel of ik zal lachen om de malle naakte vrouwenfiguurtjes van klei? Als ik al zou willen, er komt geen lach. Eerder een frons op mijn gezicht. Geraakt door de directheid van de film waarin wellust en seksueel misbruik binnen de katholieke kerk centraal staan.

Een indrukwekkende expositie met een hard randje. Zeg maar rustig een harde rand. Contrasten en confronterende boodschappen. Niet verzwijgen, wel verzachten wil ik deze indruk. En besluit om terug te lopen naar de eerste zaal. Werp nogmaals een blik op 'We live in the Milky Way' van Makiko Kudo. Een meisje afgebeeld in een warmrood landschap. Ik moet oppassen. Anders struikel ik alsnog over het meisje met de kangoeroe in dezelfde zaal. 'Balasana'; in de yogaleer geldt het als een rust en stretchoefening. Fijn moment om de expositie mee af te sluiten.

Museum Arnhem

Niet eerder was ik er. Aangenaam verrast door de ligging van het museum, de indrukwekkende tentoonstelling en niet in de laatste plaats door de vaste collectie, waaronder Charley Toorop, Pyke Koch, Jan Sluijters en anderen. Het bezoek meer dan de moeite waard!


Voor meer foto's check Facebookpagina UIT_ver_GROOT
Voor meer informatie over het museum: Museum Arnhem

De expositie Queensize is nog tot 16 mei 2016 te zien.


woensdag 27 januari 2016

De Vrije Denkers - Doen is de nieuwe manier van denken

Een paar weken geleden. Tien minutengesprek met de mentor van zoon. Examenjaar. Lastig jaar. Kantje boord enzovoort. Zorgen worden uitgesproken. Maar ook de uitspraak: 'wat er ook gebeurt, hij komt er wel'. En deze echoot na.  Wat een zoektocht is het de afgelopen jaren geweest. Naar wat het beste voor hem is, zodat hij uiteindelijk past in het keurslijf van deze/onze gemiddelde maatschappij. Een reguliere school is niet ingericht op de talenten van mijn kind. Mijn oog valt tijdens het eten op onze fotomuur en blijft hangen op een foto van Luuk. Zoals hij was. Glimmend, glanzend, uitdagend en ondeugend. Bovenal vrij. In zijn hoofd. In zijn doen en laten. Een onbevangen 'Ik mag er zijn' straalt hij daar uit. Omdat foto's niet geëtiketteerd zijn.

Ik herinner me zijn geboorte als de dag van gisteren. Kreeg van geluk een lachaanval toen de gynaecoloog meedeelde dat zich al die tijd een jongetje in mij gehuisvest had. Mijn zoon. Uniek. Gezond. Alles zat erop en -aan. Alles klopte. Hoewel… daarover bleken de meningen in de loop van de jaren toch wat verdeeld. Groep twee: ‘Ik weet het niet hoor, hij is toch wat anders dan de anderen…’, aldus de leerkracht. Huh? Groep vier: ‘Als ik jou was, zou ik hem af en toe gewoon een tabletje (Ritalin) geven. Hij is zo snel afgeleid. Ik heb hem laten ga: zo druk!’ aldus de leerkracht. Laten gaan? Hij heeft toch recht op onderwijs? Dat je merkt dat je kind zich eerst ongemakkelijk en later steeds ongelukkiger gaat voelen. Zich bewust wordt van het feit dat anderen beter passen in het gemiddelde en opgelegde systeem dan hijzelf.

In de loop van de jaren op zoek naar hoe ik hem in dat keurslijf krijg. Gesprekken op school, psychologen, rugzakken en passend onderwijs. Surfen op het internet. En daar stuit ik op een filmpje van De Vrije Denkers waarin ik herkenning, zeg maar rustig erkenning, vind van het knagende gevoel dat vanaf mijn zoektocht al in me huist. Heb ik het recht om hem zo te kneden dat er voor hem geen ruimte meer is om zijn eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen? Hoe hoog moet je scoren om mee te kunnen doen in deze maatschappij? Wie bepaalt? Waar blijft de creativiteit van het individu? Het filmpje maakt me blij. Ik hoor woorden die betekenis geven aan mijn onderbuikgevoel. Inzetten op talent, creativiteit. Dogmavrij opvoeden. Diplomavrij door het leven?

De Vrije Denkers.
Wie zijn die mannen van dat verhaal? Ik ben benieuwd naar ze. Vooral nieuwsgierig naar hún intrinsieke overtuiging, beleving. Gevoel. Ik wil ze ontmoeten, met ze in gesprek. Meer van ze weten.
Ik nodig mezelf uit. We treffen elkaar in een horecagelegenheid in Amersfoort. Het is maandagochtend. En koud. Patrick Donath en Arthur Kruisman zijn er al wanneer ik hoestend en snotterig de warme ruimte betreed. Koffie? Nee, doe mij maar thee. Chocolaatjes in overvloed. Ik plof neer op de stoel tegenover de heren en zoek, terwijl ik acclimatiseer, naar woorden. De kern van hun boodschap wil ik op tafel. Waar te beginnen?

Foto door Margret Kuiphuis
Arthur is me voor: 'We ontmoetten elkaar acht jaar geleden tijdens een sollicitatiegesprek waarbij wij beide een sollicitant te woord stonden. Onder andere door de vragen die Patrick stelde realiseerde ik me dat onze denklijn hetzelfde is. In de loop van de jaren breidden wij ons team verder uit met talentvolle mensen die net als wij het best presteren in een flexibele omgeving waarin ruimte wordt geboden je persoonlijke en unieke talent in te zetten om de bedrijfsprestaties te vergroten. We werkten in een team zonder manager. Een team vol creativiteit en vertrouwen. Patrick en ik bleken elkaar aan te vullen. Patrick bijvoorbeeld heeft prachtige ideeën en creatieve oplossingen die ik verbeeld in presentaties of films, waarna hij onze boodschap vervolgens weer aanscherpt. De laatste jaren werkten we voor een bedrijf. In loondienst weliswaar, maar daarin eigenlijk ook al zelfstandig. Nu staan we aan de vooravond van een belangrijke volgende stap, namelijk onze verzelfstandiging.

Welke boodschap?
Patrick: 'Onze overtuiging is dat iedereen een uniek aangeboren talent heeft en dat dat ontwikkeld kan worden. Maar vooral ingezet en gedeeld moet worden. Samenwerking met andere talenten vergroot nu eenmaal de kans op succes! Heb vertrouwen in de ander, laat hiërarchie los. Werk samen in plaats van voor iets of iemand.' De wereld kantelt. Doen is de nieuwe manier van denken. Fouten maken mag. Leer daar van en van elkaar. Wij willen niet alleen individuen, maar ook bedrijven hier in meenemen. Wij zijn in staat buiten bestaande dogma's te denken en te redeneren. Technologie is in deze een bijzaak. Het gaat erom wat de mens ermee doet.' Arthur: 'Eigenlijk is overtuiging zelfs geen goed woord. Noem het inspiratie die wij én opdoen én willen uitdragen.'

Hoe?
Foto door Margret Kuiphuis
'Wij stimuleren bedrijven om in de context van de eigen doelstellingen kleine stapjes te zetten richting deze nieuwe manier van denken en werken', vervolgt Patrick het verhaal. 'Bijvoorbeeld bieden wij organisaties en/of teams inspirerende sessies aan die hen weer verder helpen in een vastgelopen werkproces of begeleiden het samenvoegen van teams. Hoe organiseer je de individuele talenten in een nieuwe samenwerkingsvorm waardoor het uiteindelijke resultaat verbetert? Talenten en ideeën genoeg, alleen vaak nog niet zichtbaar of niet werkend. Wij waarderen de verschillen. Deze kunnen elkaar en de teams, organisatie alleen maar versterken. Wij bieden handvatten om organisaties beter te laten (samen)werken. Graag gaan we met mensen aan de slag die een lans willen breken!'

Waardebepaling achteraf
Arthur: 'Wij hebben een modus gevonden om ons te laten beoordelen door de klant. Het is een model dat uitgaat van waarde en van het gegeven dat zaken in de praktijk mogelijk anders lopen dan in eerste instantie gedacht. Wij geven op voorhand ideeën en suggesties om het gewenste doel te bereiken en maken een inschatting van de waarde. De klant bepaalt deze definitief achteraf. Want is het beoogde doel wel bereikt? Dit is een reële manier om betaald te krijgen voor hetgeen gerealiseerd is. Het is ook een manier om de klant inhoudelijk betrokken te houden bij het traject. Het geheel berust op wederzijds vertrouwen. We hebben afscheid genomen van het urenmodel. Wij gaan voor waardebepaling achteraf.'

Zelfstandige ondernemers
Foto door Margret Kuiphuis
Is dat niet kwetsbaar vraag ik me af? Een verzelfstandiging en dan ook nog eens achteraf naar waarde uit laten betalen. Of denk ik nu teveel in zekerheden? Patrick: 'Natuurlijk is dit best een grote stap. Maar eigenlijk kan en wil ik niet anders. Nu kan ik in alle vrijheid doen wat ik leuk vind, waar ik goed in ben en waar ik energie van krijg. Bijzonder vind ik het wanneer anderen ook de vrijheid en het plezier ervaren in wat zij doen. Op een eigen manier. Ik vind het fijn wanneer ik hier een rol in mag spelen.' Arthur beaamt: 'Volledig vrij zijn en blijven. Vrije wil. Niet na hoeven denken over het moment van de pensioengerechtigde leeftijd, maar nu al genieten van de dingen die je doet. Waar je in gelooft. En natuurlijk is dit ook voor mij een grote stap. Van een vast inkomen naar geen garantie op inkomen. Ik geef toe dat ik ook angst heb voor het onbekende. Maar naast het geloof en vertrouwen in mezelf geldt ook de nieuwsgierigheid. Als een soort van heruitvinden of wedergeboorte van mezelf. Dat maakt dat ik niet anders kan. Ik moet verder. Om te kunnen groeien!'

En ik?
Onderweg. Van de afspraak weer enigszins beduusd naar mijn werk. Eerst in de trein en in gedachten verzonken. Ik kijk terug op een onderhoudend gesprek. Het prikkelt me en zet aan tot spiegeling. Mijn onderbuikgevoel schiet omhoog naar mijn hersenen. Ik mis mijn overstap. Maar wat geeft het. Ik gun mezelf tijd. Ook om te ontdekken wat ik daadwerkelijk leuk vind. Om daarin mijn creativiteit kwijt te kunnen. Ik ben ervan overtuigd dat ik hiermee van waarde ben. Niet alleen door te blijven denken, maar vooral door te doen. Het is tijd voor actie. Later op weg naar huis. 's Avonds samen eten aan de tafel onder de fotomuur. Ik kijk naar mijn kinderen tegenover mij. Ze komen er wel. Inderdaad. Omdat ze zijn zoals ze zijn en worden wie ze zijn. Ik geef mijn zoon een knipoog. Krijg een grijns terug.

Voor meer informatie over De Vrije Denkers:
www.vrijedenkers.nl
www.youtube.com/vrijedenkers

zondag 17 januari 2016

Op geringe afstand

De laatste dagen voor de kerst kenmerken zich door haast. Laatste cadeautjes. Slijter, poelier. Snél nog even die paar kaarten posten. 'Zijn we dit jaar tante Annie niet vergeten?'. In ieder geval wel de bessensap voor de saus die we moeten maken voor het kerstdiner. Als we dan toch de stad nog in moeten, dan ook maar even wat fruit en extra boter. Uiteindelijk vijf tassen rijker begeven we ons in de kerst-in-oud-Kampen-menigte, drinken een biertje in De Stomme van Campen. Haast en nog eens haast. Voel me altijd opgelaten en niet comfortabel in deze periode van het jaar. Opgedrongen 'feeststemming'. Bereikt mij nog niet. Toch enigszins ontspannen begeven we ons iets voor zessen weer naar de auto. Langs Galerie van Driel.

Er brandt daar licht en muziek - is het Bach? - dwarrelt door de iets openstaande deur over straat. Ik werp een blik door de ietwat beslagen ramen en zie 'nieuwe' schilderijen in de galerie hangen. We besluiten nog even naar binnen te gaan. In de hal parkeren we onze tassen onder het houten tafeltje op de stenen vloer. Daartegenover is de deur die ons al krakend toegang tot de expositie 'Op geringe afstand' verschaft.

Binnen worden we verwelkomd door de 67-jarige Daan van Driel. Eerder mocht ik hem ontmoeten tijdens de opening van een expositie van zijn broer Jan. Ook hier. Andere schilderijen hangen nu aan de wanden van één van de oudste huizen in Kampen. Ik loop langs voornamelijk portretten. Ieder schilderij draagt een verhaal uit. Loop langs en wandel tegelijkertijd een andere wereld binnen. De sfeer daarin is warm. Maar ook zie ik angst en verdriet. Gezichten staren. Naar elkaar. Of kijken juist weg. Overpeinzen, berusten. Er zijn veel verhalen. Intieme, niet op zichzelf staande verhalen. Er is samenhang. Onrust sluipt in mijn lijf. Of is het ongemak? Als een indringer in een voor mij onbekend huis schuifel ik verder langs het zorgvuldig opgehangen werk, waarbij het me opvalt dat één persoon centraal staat. Het meisje en later de vrouw met donker gekrulde haren ontbreekt op vrijwel geen enkel schilderij. Ik kijk op het kaartje rechtsonder een portret: '8 september 2011 - Pratiksha: je hebt me geschilderd hoe ik mij voel'.

Ik draai me om naar Daan: 'Mijn dochter. Ik heb haar geschilderd. Ze is op 18 december 2013 overleden aan de gevolgen van een hersentumor. In september 2011 ontdekt. Mijn schoonzoon belde me op. Pratiksha was bij hem en mijn andere dochter en paste op de kinderen. Zij praatte wat vreemd en had ontzettende hoofdpijn. Diezelfde avond zijn we, op doktersadvies, naar het ziekenhuis gereden en daar werd de tumor ontdekt. Vanaf dat moment tot aan haar overlijden heb ik geschilderd. Haar. Ons. Gezin. En nu, twee jaar later, heb ik op exact dezelfde datum deze expositie geopend. Een aanleiding om over haar te kunnen vertellen. Dat doe ik graag. Ik kijk nu eenmaal lang achterom'.

'Het verhaal' vervolgt Daan 'waarin duidelijk wordt wat de impact is van het verlies van een dierbaar persoon. In de kracht van haar leven. En wat de sterke Pratiksha doormaakte. Sterk! Dat was ze. Als gezinsvoogd moest ze harde beslissingen nemen. Voor en over anderen. Die kon ze emotioneel aan. Ook was ze erg zelfstandig. Om tijdens haar ziekbed weer kind te moeten worden van haar ouders vond ze moeilijk. Onafhankelijkheid was voor haar een groot goed. Met de strijd die ze leverde wilde ze ons niet altijd lastigvallen. Haar persoonlijk verdriet liet ze dan ook niet gemakkelijk zien. Ik heb geprobeerd om die momenten te 'vangen'. Ik heb geprobeerd Pratiksha vast te leggen zoals ze is. Als persoon, individu. Als lid van ons gezin waarin leven en dood heel dicht bij elkaar staan.

Pleurant
Met andere ogen bekijk ik de schilderijen opnieuw. Ik sta langer stil bij de vastgelegde emoties die Daan heeft verbeeld. Onder andere het schilderij van Pratiksha met het beeldje ervoor. Daan: 'Als het maar even kon gingen we er met Pratiksha op uit. In de zomer van 2013 kwamen we langs een antiekwinkeltje in Zwolle. Hier stond een beeldje, een vrouwenfiguur met een grote kap. Ik liet merken dat ik het mooi vond. Die avond vroeg Pratiksha aan mijn vrouw, Inez, het beeldje voor mij te kopen. Het stond vervolgens bij ons in de kamer op de kast tegenover de bank waar Pratiksha zat. Het straalt rust en ingetogenheid uit. Een paar dagen voordat Pratiksha overleed, kreeg ik bericht dat mijn broer Jan had ontdekt dat het een pleurant van de graftombe van Isabella van Bourbon is. Een rouwfiguur dus. Hoe toepasselijk. Een paar weken na Pratiksha's overlijden, stuurde ik de conservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum, Frits Scholten, een e-mail met daarin de vraag of ons beeldje met dezelfde afmetingen als van het origineel in het Rijksmuseum misschien een kopie ervan zou kunnen zijn. Hij antwoordde dat omstreeks 1900 het museum kopieën in gips van enkele van deze bronzen pleurants had gemaakt. Ook vertelde hij dat het beeldje dat ik van Pratiksha kreeg inderdaad één van die kopieën is. Kort daarna gingen Inez en ik naar de steenhouwer om een grafsteen uit te zoeken. Het was duidelijk voor ons dat de pleurant een plek op Pratiksha's graf moest krijgen.


Op geringe afstand?

Daan vertelt verder. Het verhaal. Waarin niet alleen zijn dochter centraal staat, maar ik steeds meer mijn focus op Daan als centrale figuur leg. Ik kijk en luister naar hem. Als vader. Een vader die vertelt met een mengeling van verslagenheid en drang naar berusting. Bovenal overheerst de trots. Op zijn dochter, een mens, die hij mocht ontmoeten. 'Afstand is er. Altijd. Tussen alles en iedereen. Overal. En altijd gaat het over twee of meer mensen. Afstand kan wél verkleind worden. Door verbondenheid, liefde en trouw. Dat maakt afstand gering.' Ik merk dat ik mijn gedachten hardop uitspreek: 'Hoe mooi dat je in je leven mensen ontmoet van wie je gaat houden. Zij maken er onderdeel van uit en blijven bij je. Ongeacht. Altijd. Heel dichtbij. Zelfs soms zonder afstand. Of in ieder geval minimaal. Inderdaad, gering...'

'December 2015
uitzonderlijk
zacht voor de tijd van het jaar

kinderen en kinderen
Goddank dat zij er zijn
zij zijn een warme jas
ik was die (even) kwijt
het is niet meer zo koud
als vorig jaar om deze tijd'

Inez en Daan van Driel

vrijdag 6 november 2015

Versier me!

Het sluimert. Al jaren. Tijdens het zetten van de eerste, wist ik dat het niet bij deze ene tatoeage zou blijven. Simpelweg omdat ik daarna nog twee kinderen kreeg. Het juiste moment was er alleen steeds niet. Forceren heeft geen zin. Niet al te veel mijn zinnen hier op willen zetten. Niet naarstig zoeken. Laat nog maar even sluimeren. Want, dan opeens... is het er gewoon. Of in dit geval hij. Toen ik Wilko zag en sprak, geen twijfel. Ik wist op dat moment dat hij mijn onvoorwaardelijke liefde voor Tom, Anne en Luuk voor altijd zichtbaar mag maken op mijn lijf. Waarom juist hij?


Foto: Margret Kuiphuis
De liefde voor het vak. Allereerst. Spat uit zijn ogen. Niet over één nacht ijs. Rustig en weloverwogen beantwoordt hij mijn vragen. Luistert ook. Naar mijn verhaal. En vertelt. Het zijne. Herkenning. Het willen vastleggen van verhalen. Ik via teksten 'op papier'. Hij via symbolen op een lijf. Het verhaal betekenis geven. Vertellen. En doorvertellen. Wat de ander, de mens, beoogt. Wat hem of haar op die plek heeft gebracht. Een passende plek of juist nog niet? Wat het kostte om daar te komen. Die plek te bereiken. Overtuigend of aarzelend? In ieder geval de bezieling. Die spreekt ons beide aan. En de ontmoetingen natuurlijk. Daar staan we voor open. Iedere dag weer. Toevallige passanten. Of op afspraak...

Die tussen ons is snel gemaakt. Geen aarzeling van zijn kant. Dus rij ik op de afgesproken woensdagmiddag naar Lelystad, waar hij zijn vakmanschap bij '2Tone Tat2, Tattoo & Piercing' in de praktijk brengt. Het decor waarin ik verzeild raak, is niet dezelfde als ik verwacht had aan te treffen. Ik waan me direct in een bar. Of is het een oude kapsalon, barbier? Of sterker nog.... huiskamer? Alles behalve een klinische tattoo- c.q. piercingomgeving die ik me voorstelde. Tijd om hierover verder na te denken wordt me niet gegund. Wilko's gastvrije collega Wido heet me hartelijk welkom. Of ik koffie of thee wil? Hij zorgt goed voor me, terwijl Wilko nog even een klus moet afmaken. Dochter krijgt een tattoo van haar moeder. Teken 'vrede van God' op de binnenzijde van haar onderarm. Mooi. Daarna nestelt hij zich op de antieke barbiersstoel en draait zich naar mij toe.

Foto: Margret Kuiphuis
En vertelt: "Ik was onrustig en op zoek. Ik ben een kunstenaar. Hoge School voor de Kunsten in Kampen gedaan. Had wat met maskers. Mijn hele kamer hing er vol mee. Geverfd. Op papier, op doek. Ik werkte altijd al met mijn handen. Diverse baantjes, tot en met hovenier aan toe, maar...' Het ratelen stokt even, waarna een zucht: '.... geen rust. Geen doel, niet mijn doel. Niet mijn bestemming. Fysiek verschoof naar digitaal. Grafisch ontwerpen, achter mijn pc. Gedachten dwaalden regelmatig af naar de wereld van de tattoo. Tien jaar geleden besloot ik maar eens gehoor te geven aan deze gedachten en bezocht de Tattoo Conventie in Amsterdam. Daar ontmoette ik Joel Albanez. Ik besloot mijn eerste tattoo door hem te laten zetten".

Waarom Joel? Wilko: "Door met hem in gesprek te gaan, mijn verhaal te vertellen, raakte Joel geïnspireerd tot het maken van een betekenisvolle tattoo die mij persoonlijk past. Hij maakte de betekenis van dit persoonlijke verhaal zichtbaar via de symbolen en motieven die hij aanbracht op mijn lijf. Gaandeweg mijn verhaal tekende hij deze symbolen. In die van mij staat de Koru centraal. Een spiraalvorm op basis van een Varen en staat voor nieuw leven, groei, kracht en vrede. Zijn inspiratie was de mijne. Ik ontdekte dat dit ook was wat ik wilde doen.  Mijn ontdekkings- en zoektocht was geslaagd. Vervolgens werkte ik uren en dagen aan mijn portfolio en bezocht tal van tattooshops om 'aangenomen' te worden. Uiteindelijk werd ik benaderd. Door de voormalig eigenaar van '2ToneTattoo', om hier voor mezelf te beginnen. Dat deed ik. En ben er steeds. De onrust is weg. Ik voel me nu vrij. Vrij om dingen we of niet te doen. Mijn visie en ervaring. Mijn gevoel... Iedere dag kan ik het kwijt. Zoals niet eerder. Mijn creativiteit heeft zijn weg gevonden. En daarin is geen ruimte voor negativiteit".

Foto: Margret Kuiphuis
Booming business?
Wilko lacht als ik hem vraag of hij rijk wordt van het tatoeëren. "In welke zin? Materialistisch? Nee. Of ik een rijker mens ben geworden door mijn hart te volgen? Een volmondig 'ja'. Zo'n duizend mensen heb ik al op mijn stoel gehad. Allemaal met een persoonlijk verhaal. Enkele ontmoetingen blijven je bij. Zoals de soldaat die uitgezonden werd naar Irak en voor die tijd nog 'even' een sleeve-tattoo (hele arm) wilde zetten. Door deze omvangrijke klus in korte tijd, zag en sprak ik vrij intensief met hem. Over zijn letterlijke ervaringen in oorlogsgebieden. Deze verhalen hadden veel impact op me. Er ontstond een band, een relatie."

Hype?
"Tattoos worden tegenwoordig door iedereen gedragen. Alle lagen van de bevolking. Het raakt uit de taboesfeer. 'De wereld van de tattoo' staat in een ander daglicht. En laten we niet vergeten dat het fenomeen al sinds mensenheugenis bestaat. Er wordt vermoed dat de eerste tatoeages 14.000 voor Christus verschenen. De term tatoeage stamt af van het Tahitiaanse woord Tatu, wat 'merken' of 'strepen' betekent. En denk aan de Maori tattoos. Deze bestaan al meer dan duizend jaar. Ik merk dat tegenwoordig meer mensen overgaan tot het laten plaatsen van een tatoeage aan de ene kant. Anderzijds gebeurt het niet impulsief. Integendeel; het is een weloverwogen de keuze. Het past ook in de tijd. Mensen zijn zich bewuster van de wereld waarin ze leven. De vanzelfsprekendheid is er niet altijd. De mens wil uniek zijn en maakt keuzes die bij hem of haar passen. Bijvoorbeeld op het gebied van voeding, maar ook met betrekking tot de manier waarop kennis wordt vergaard. Ik vind dat tof om te merken. Mensen kiezen bewuster en uiteindelijk meer voor zichzelf zonder zich wat aan te trekken van de mening van een ander."

Wido - foto door Margret
Terwijl ik de warmte van de ruimte, maar vooral die van de eigenaren nog eens op me in laat werken, kan ik niet anders dan beamen. Ieder mens is perfect. Zoals hij of zij is. Waarom oordelen? Over de ander. Over eigenaardigheden, gewoonten, bijzonderheden. Over versieringen. Op het lijf. Over de mannen hier bijvoorbeeld. Kijk Wido. Geen plek op zijn lijf schoon van tattoos. Ik kijk naar hem. Alsof hij mijn gedachten raadt, grijnst hij me tussen de klanken van Johnny Cash door toe: 'Ja ja, mijn hele lijf is versierd, behalve mijn piemel'. Ik lach. Maar voorbij al die 'plaatjes' zie ik vooral zijn ogen, hoor ik zijn stem. Die grappig, hartelijk en warm is. En ook Wilko spiegelt. Met zijn verhaal. Zijn plezier. Iedere dag. Het 'doen' wat hij wil. 

Foto: Margret Kuiphuis
Over inspiratie gesproken. Wat een toffe kerels! Wilko vertelde. En ik mocht mijn verhaal aan hem vertellen. Hij mag het nu vertalen in ontwerp en plaatsen. Op mijn lijf. Want ja, ook ik laat me graag versieren met een symbool die refereert aan de mensen van wie ik hou. 

Wil  je Wilko en Wido ook ontmoeten? Zie hun site 2ToneTattoo voor meer informatie.








donderdag 1 oktober 2015

Het niets ontziende realisme

Mijn gedachten dwalen af naar de kunstenaar wiens werk mij soms confronteert tot op het bot. Af en toe zoek ik het op. Dan bezoek ik musea waar haar werk tentoongesteld wordt. Onder andere de geschilderde portretten. Geen karikaturen. Soms word ik onverwacht geconfronteerd. Zoals een aantal jaren terug. Teken- en schildercursussen. Afwisselend diverse technieken, vormen. De opdracht van die week: zet jezelf op papier à la Charley Toorop. Ik deed en schrok. Van het resultaat. Deze expressieve manier van schilderen beeldt namelijk niets anders uit dan de realiteit. Het werk ligt vanaf dat moment op zolder. Toch heb ik het vandaag weer tevoorschijn gehaald. Aanleiding? Mijn ontmoeting met karakterfotograaf Alex Vreeman.

Eerst zag ik hem. Middelgrote man. Normaal, tot slank postuur. Blond haar. Open houding, toegankelijk. Ogen nieuwsgierig en indringend. Achter een bril. Daarna sprak hij. Dynamisch. Op het podium van de Stadsgehoorzaal in Kampen. Over zijn 'drive', het fotograferen van mensen, portretten. Of, zoals hij zelf zegt, karakters. Over het 'pakken' van momenten. Hét moment waarop de unieke mens voor de camera totaal zichzelf is. Zoals die gezien wordt door de ander. Dát karakter legt hij vast. Op dat moment. Met die ene druk op de knop. Zien. De ander? Of zichzelf? Mezelf? Lastig voor iemand zoals ik. Die op zoek is. Aan het dobberen zelfs. Maar ik wil niet te lang in dat bootje blijven. Ik wil schitteren. Er zijn. Mezelf zijn. Met twee benen stevig geaard. Ik. Dus. Ik nodig mensen uit, laat me uitnodigen om via hen een tipje van mijn eigen sluier op te kunnen lichten. Ik wil mensen ontmoeten. Energieke, creatieve en positieve mensen. Mensen waar ik nieuwsgierig naar ben. Delen. Elkaar verrijken. Een paar dagen later leg ik opnieuw contact met Alex en vraag of hij ons gesprek op een ander moment wil voortzetten. Na een positieve reactie rijd ik, weer een week verder, dan ook richting de Achterhoek, werk- en woonplaats van Alex.

Koffie aan een lange witte tafel in het voorste gedeelte van het woon- cq werkhuis. "We gaan hier zitten, hier is het licht, dan zien we elkaar!" Er hangt werk van Alex. Portretten. Uiteraard. Gezichten die me aankijken. Er zijn. Er horen te zijn. Alsof deelgenoot van het gesprek. Koffie, samen met partner en zoon. Aftasten in hartelijkheid. Opnieuw vertelt Alex over zijn drang en passie om het karakter vast te leggen: "Ik wil de ontmoeting onthouden door het moment te pakken waarop de mens zichzelf herkent. Dat kan pas in een gesprek waarin we op zoek zijn naar gedeelde passie. Er zijn in het gesprek altijd momenten waarop de ander en ik iets delen. Dat moment is ons moment. Ik focus me op dat gedeelte waarop we ons beide comfortabel voelen. De ander laat zich zien en ik herken. Dé klik. Dé druk op de knop. En 99% kiest uiteindelijk juist die ene foto. Van dat unieke moment. Waarop de persoon totaal zichzelf was."

Een klik. Altijd?
Alex: "Ik geloof in de goedheid van de mens. Ik geloof in de ‘zuivere ik'. Ieder mens wordt met een goed hart geboren. Dan is er in een ontmoeting dus altijd een moment waarop het klikt. Soms een megaklik, soms minimaal. Altijd is er 'iets'. Een dilemma ontstaat op het moment dat een klik niet mogelijk is. Beter: niet wenselijk is. Er zijn helaas ook extremen. Die zijn zo ziek. Misdadigers. Mensen die vanuit die invalshoek grenzen over gaan. IS, oorlogen, afslachten. Ik kan er niet mee uit de voeten. Die kan ik niet fotograferen. Er zijn fotografen die het wel kunnen. Die bewonder ik zeer. Zij zijn wel in staat om de mensheid te confronteren. Via het oog van de misdadiger inzage geven in verderf. Vaak vraag ik me af welke foto ik zou moeten maken om te laten zien wat we met elkaar aan het doen zijn. Hoe verwoestend en desastreus. Dat confronterende beeld vastleggen. Dit soort beelden kunnen enorme prijzen opleveren. Maar voor die ene foto, die alles vastlegt, hoef ik geen prijs. Eigen gewin halen over leed hoeft voor mij niet. Let wel; die foto moet wél gemaakt worden. Zoals gezegd heb ik dus grote bewondering voor bijvoorbeeld de fotograaf die het aangespoelde jongetje fotografeerde. Dat beeld zet de mensheid aan tot nadenken, creëert in dit recente voorbeeld begrip voor vluchtelingen. Waarom leren we niet als mens? De geschiedenis blijft zich herhalen. Voortplanten, eten, vangen en ondertussen maken we elkaar af? Om wat?" En toch vind je ieder mens mooi? "Er bestaan geen lelijke mensen, wel lelijk gedrag."

De verkeerde vraag?
En dan zit 'de persoon' in je studio. Op die stoel, op die kruk, tegen die specifieke achtergrond. In dat licht. 'Naakt' voor de camera. Alex achter zijn camera. De persoon in kwestie mogelijk wat ongemakkelijk? Alex: "Ons levenspad vormt ons allemaal. Ongeacht leeftijd. Ik probeer mensen los te trekken van dat pad en de 'zuiverste ik' te treffen, vast te leggen." Dat klinkt als psychologie van de 'kouwe grond'. 'Ja! Juist!’, roept Alex en vervolgt: "Niet wetenschappelijk onderbouwd, maar hét gesprek. Soms is het juist de ene vraag - die ik misschien beter niet had kunnen stellen - die een opening biedt in hoe de persoon daadwerkelijk is. Een vraag die ik intuïtief stel. Eén waar ik me niet van bewust ben. Eén die een wending aan de setting geeft, waardoor het gesprek intenser wordt. Omdat de persoon geraakt wordt door die vraag. Soms besef ik me dat het niet aan mij is om die vraag te stellen. Het is namelijk niet mijn bedoeling om een gat te creëren. In geval van een klik en een goed gesprek, in combinatie met die kwetsbaarheid, wél perfect voor die ene foto. Want de geraaktheid van de ander raakt mij. Dat maakt het beeld compleet. Omdat het aanzet tot nadenken."

Al pratend en filosoferend nadert lunchtijd. Ik mag bij het gezin aanschuiven. Voel me opnieuw welkom. Ook dit keer een ruime tafel. Een andere. Deze is van hout. En bruin. En staat midden in de werkomgeving van Alex. Daarop feestelijk en uitnodigend vers brood en dito vleeswaren. We zetten het gesprek tussen de boterhammen voort.

Shoot?
Vanuit het niets ineens daar de opmerking: "Ik zet jou straks ook voor de camera…" Ik? Nee. Echt niet. Ik kom voor Alex's verhaal, zijn passie wil ik graag horen. Daar wil ik over schrijven. Niet om over mij, mijn onzekerheden, 'gedobber' en zoektocht te praten. Daar wil ik het allemaal niet over hebben. En al helemaal niet voor de camera. Toch. Zit daar de kracht. Daar zit onze klik. Alex zocht namelijk ook. Eens. Hij vond. Zijn passie. Na een burn-out. Jaren terug. Die hem bracht tot waar hij nu is. "Kunstenaars vechten tegen zichzelf. Omdat ze de wereld niet begrijpen! Zelf niet begrepen worden", en vervolgt adviserend: "Focus! Op datgene waar je hart ligt, op waar je dan vanzelf goed in bent of anders wordt. Soms voelt het als een slapend DNA, maar iedereen draagt creativiteit en talent bij zich. Jaren fotografeerde ik voor de setting mooi gemaakte situaties en mensen. De buitenkant fotografeerde ik. Ik miste de puurheid. Mijn burn-out heeft mij in ieder geval wakker geschud. Ik heb mijn passie gevonden in deze vorm van fotograferen."

En terwijl ik toch vertel over wat mij raakt, waar mijn hart ligt, stelt Alex ongemerkt statief en camera tegenover mij op. Hoewel? Ongemerkt? Natuurlijk voel ik me even iets ongemakkelijk. Helemaal wanneer ik hoor wanneer hij op dé knop drukt. Eventjes maar, want het klopt wat Alex eerder die dag vertelde. Het gesprek zetten we dan ook voort. Ben ik eenmaal over de drempel heen, dan de fotosessie ook. Maar nu in zijn andere studio, die met prachtig daglicht. Die waar mijn emoties, zowel positief als negatief nóg beter tot zijn recht komen. Hij legt ze vast. Wanneer ik het resultaat zie, ben ik blij. Want ik zie mezelf zoals anderen mij zien. Confronterend? A la Charley? Ja, maar dan anders. Alex vond een vorm voor mijn verhaal en legde tegelijkertijd onze klik vast. 

Een ontmoeting om te onthouden.


'Is de natuurlijke verschijning de werkelijkheid’, vroeg Charley Toorop zich al in 1917 af, 'of is aan haar vorm alleen te betasten het meest onwerkelijke dat voor ons verschijnt? Dit onwerkelijke, wat het meest werkelijke is.'

Voor meer informatie: Alex Vreeman