zondag 12 juli 2015

Avondrood


Zo'n willekeurige avond. Na het avondeten. We zijn laat vanavond. Kinderen en ik. De vuile vaat op het aanrecht voor even alleen en achter ons latend. Samen. Uitbuiken. Zoon en dochter, beiden gefocust op het virtuele leventje wat schuil gaat achter het glas van hun mobiele apparaat. Ik zapp wat gedachteloos van de ene televisiezender naar de andere. Het is warm in huis, benauwd zelfs. Ik loop naar de achterkamer om het raam te openen. Het raam in de woonkamer staat op een kier. Ook dat moet verder open, wil de wind vrij rond kunnen dolen en voor verkoeling zorgen. 


Terwijl mijn hand uitreikt om de raamopener op het vierde gaatje te zetten, valt mijn oog op het prachtig rood buiten, rechts van mijn huis. Ik loop naar het balkon aan de voorzijde om het beter te kunnen zien. Over de gehele breedte boven de daken van mijn buren is het rood, roze en blauw. De zwarte contouren van één van de bomen zorgt voor contrast. Briesjes bij vlagen bereiken mijn warme lijf op de luttele vierkante meters beton. Net genoeg voor verfrissing. Ik laat de kamer én de vieze pannen achter me en installeer me in de kussens van de groene plastic Hartmanstoel.


Mijmeren. Of overdenken. Piekeren? Overgeven aan en kunnen loslaten zijn niet mijn sterkste punten. Ervaringen, ontmoetingen en gevoelens uit het verleden confronteren me soms onverwacht en ongewild en nestelen zich sinds lange tijd dan weer in me. Maar ook de korte termijnverwerking kan er wat van. Opgedane indrukken tijdens een dag als deze bijvoorbeeld blijven malen. Een overleg met mijn manager. Vervolgens een gesprek met mijn coach. Resulteert in een dialoog met mezelf. Zelfreflectie. Wat een woord. Maar ik kan er niet omheen. Als een echo schieten de woorden van vandaag door mijn hoofd. Knallen als een bal in een flipperkast van links naar rechts. Troebel is het. Mag het ietsjes minder? Gek word ik soms van mezelf. En dan de opdracht voor dit blog met daarin: 'en vertel hoe je nu uitrust'. Het kookt in me.

Uitrusten, een dag 'schoon' afsluiten. Maar ook uitrusten om tot een gezonde basis te komen, van waaruit dito beslissingen volgen. Over hoe verder. Een nieuwe, misschien wel andere, koers. Ik weet dat dat moet. Zo niet, val ik terug in herhaling. Blijf ik onrustig en word ik misschien ongelukkig zelfs. De vraag is alleen 'wat' en belangrijker nog 'hoe'? Eerst vakantie. Over een week vertrekken we met de camper richting Italië. Even weg van alles. Wie weet biedt een andere omgeving ruimte voor nieuwe ideeën. Ik haal diep adem. Langzaam verdwijnt de frons van mijn gezicht. Ik glimlach wanneer ik de beginnende gitaarklanken uit de slaapkamer van mijn zoon hoor. De voorzichtige akkoordjes vermengen zich via het balkon met de zonsondergang. Ik neem een slok koffie en geniet. Van dit moment...

Dit blog schreef ik naar aanleiding van de tweede blogopdracht van #IBZD



donderdag 2 juli 2015

Mijn boot is mijn eiland

Een aantal weken geleden bereikte mij via social media een oproep van MET-K.COM (Karin Ramaker) om mee te doen aan blogopdrachten in de maand juli die via haar blog verschijnen. Hier mijn verhaal, of brief kan ik beter zeggen...

Lieve T,

Mijn lijf sprak een aantal weken geleden geen boekdelen. Het vertelde me dat het tijd was voor een time-out. 'En nu blijf je zitten!' Rust, reinheid en regelmaat! Huh? Ik? Maar moe, zo moe kostte het geen moeite om me over te geven aan bed, bank en tuinstoel. Wandelingen maak ik. En af en toe een uitstapje. Lezen poog ik. En terwijl ik ongeveer bij pagina 95 in het boek De Onderwaterzwemmer ben beland, krijg ik tegelijkertijd een oproep. Een uitnodiging eigenlijk. Een boot wordt me aangeboden. Om mee naar een onbewoond eiland te varen. Een beter moment had ik niet kunnen treffen. Vijf dingen mag ik meenemen.

Ik voel me verheugd wanneer ik plaatsneem in de boot. Het is een klein oud houten bootje, in verschillende tinten geel. Twee planken aan de binnenzijde zijn wit geschilderd en dienen als zitting. In het midden van de voorlaatste plank bevindt zich een gat, bedoeld voor een parasol? Een bootje waarvan je redelijkerwijs twijfelt of je er wel in moet stappen. Laat staan als één waarmee je de grote zee mee zou willen overvaren. Zak ik niet door de bodem? Geen lek? Het hout oogt niet alsof het zich laat vertrouwen. Mijn intuïtie laat zich gelden en ook de genereuze schenker weet me te overtuigen. 

Voorzichtig stap ik aan boord. Onervaren als ik ben, voel ik toch dat het goed zit. Tussen mij en de boot. Verheugd. Beetje uitverkoren ook. Reizen en verplaatsen, voortkabbelen op het heldere water richting de stip op de horizon, het beloofde eiland. Tropische vissen met alle kleuren van de regenboog schieten onder de boot door. Glanzende schubben weerkaatsen in het zonlicht. Vissen in alle soorten en maten vergezellen me op mijn reis naar het oneindige. Mijn boot voelt als mijn bestemming. Het gaat om het 'nu'. Mijn boot is mijn hier. Als een fata morgana verplaatst mijn doel, keer op keer. 

Ik weet dan ook niet of ik aankom.En waar? De kunst is om me te laten verrassen en me niet te laten leiden door onzekerheden. Me hierdoor vooral niet van de wijs te laten brengen. De wetenschap dat ik toch wel aankom op de plek die voor mij bedoeld is, stelt me gerust. Ik geniet intens van dit moment. Dagen, jaren mag het duren. Mijn gedachten dwalen af naar mijn laatste coachgesprek. Of ik in één woord mijn meditatieoefening wil samenvatten? Water. Dat staat voor zuiverheid. Is de basis, het begin. Dé motor. 

En nu drijf ik hier. Zachtjes klotst het water tegen het bijna verweerde hout. Ik maak me geen zorgen. Laat me meevoeren. Alleen. Maar niet eenzaam. Want velen zitten in mijn hoofd en hart. Onderwater. Die samen met de prachtig gekleurde vissen meezwemmen. Waarheen ik ook ga. Mensen die ik ooit ontmoette en die aan me vertelden. Mij lieten vertellen. Lieve mensen, boze ook. Ouders die me leven gaven. Naast vluchtige ontmoetingen, ook mensen die ik trof en me nooit verlieten. Lessen in liefde heb ik gehad. Mijn lief heb ik ontmoet. En ik mocht zelf het leven geven. Aan je broer en je zus. Niet aan jou. Dit jaar zou je achttien jaar geworden zijn. Ik wil je laten weten hoe het met me gaat. Terwijl ik weet dat jij weet. Maar het is fijn om te schrijven. Aan jou. Mijn verhaal, dat doorgaat en waarin jij met me meezwemt. Altijd. Waar ik ook naar toe drijf. 

Ik zoek de schaduw onder de inmiddels opengeklapte witte parasol, neem een slok water en leg mijn pen en papier weg. Ik pak De Onderwaterzwemmer en lees verder. Al dobberend. Pagina 96. 'En nu, hier, in dit verzonnen land zonder plaatsnamen, verder weg dan ooit, is hij er weer - in heel zijn afwezigheid'. 

Ik zie wel waar dit bootje strandt.

zaterdag 30 mei 2015

Pijnloos?



‘Onze maatschappij is te ver doorgeschoten in het bestrijden van pijn’. Terwijl ik deze zin in de column ‘Voetnoot’ -met als titel ‘Wreed’- van Grunberg in de Volkskrant lees, schieten allerlei gedachten, zelfs tegenstrijdige, door mijn hoofd.

Hoe graag ik soms zou willen, ben ik in de meeste gevallen geen type met een glasharde en ongezouten mening. Vooral niet als het over de 'ander' gaat. Laat mij met rust, ik jou ook. Uiteraard heb ik normen en waarden. Via de paplepel meegekregen en door schade en schande verworven. Vanzelfsprekend heb ik mijn eigen waarheid. Gezien door de roze bril van mijn leven, gevoeld door selectiecriteria van mijn hart. Daarvan uit neem ik standpunt(en) in en maak ik keuzes en beslissingen. Voed ik mijn kinderen op. Met wikken en (af)wegen, voor- en nadelen tegenover en naast elkaar. Niet zwart/wit, maar in een grijs schemergebied. Daar vertoef ik dan ook regelmatig. Ingegeven door de redelijkheid, fatsoen, voors en tegens en het besef dat niet iedereen gelijk is en heeft. Ik realiseer me dat dát mijn waarheid is. Die én die van de ander is niet heilig. Niet iedereen kan dit wikken/wegen overigens waarderen. Ik bespeur een tendens dat ongenuanceerde meningen meer getuigen van lef en dat vol bewondering gesproken wordt over de mens 'die weet wat ie wil'.


Over pijn. Ik kreeg het leven. Godzijdank. En ik kreeg -net als zovelen- de pijn. Daar ben ik wat minder euforisch over. Pijn raakt geluk. In een instabiele periode in mijn leven zei iemand tegen me: 'Iedereen heeft recht op geluk'. Over het bereiken en ervaren ervan. En mijn eigen verantwoordelijkheid hierin. Wat gebeurt, gebeurt. Soms maak jezelf keuzes, soms overkomt je iets. Moois of vreselijks. Het kost energie om je over negatieve en pijnlijke teleurstellende gebeurtenissen heen te zetten. Soms zo heftig, dat opstaan en verder gaan vrijwel onmogelijk lijkt. Naast kracht, speelt lef een belangrijke rol. In hoeverre durft een mens zijn/haar eigen gang te gaan. Te leven zonder zich wat aan te trekken van het oordeel van de ander. Een mening ingegeven door de waarheid van die ander. Die niet altijd strookt met de mijne. Die -overigens vaak ongevraagde- mening verander ik niet. Ongenoegens hierover kan ik louter zelf wegnemen.

Geluk ligt voor het oprapen? Aan de andere kant moet je er keihard voor knokken. Geen schemergebied, geen vage vingerwijzingen naar de ander, buurvrouw, (ex)man of instantie. Kies je ervoor om tevreden te zijn met wat je hebt? Nee? Dan is het hard werken voor een beter cq ander bestaan. De makkelijkste weg is om de willekeurige ‘ander’ verantwoordelijk te stellen voor je ongenoegen. Vingerwijzen heeft dan echter geen zin. Boosheid, woede, teleurstelling en verdriet. Hoe vaak worden die gevoelens niet afgereageerd op de ander? Wat doe je er zelf aan om de huidige situatie te verbeteren?

En die inspanning kan pijn doen. Ik lees in de column van Grunberg over een pijnloos leven. Alsof dat ideaal zou zijn. Dat ‘wij menen op wel heel veel dingen recht te hebben: liefde, kinderen, een glanzende carrière en geen eczeem’ Geen speld tussen te krijgen. En terwijl ik lees en allerlei gedachten beginnen te schieten, beveelt mijn lief mij op te houden met krabben aan mijn eczeem. Ik stop mijn griephoofd vol koppijn weer onder de dekens en probeer tegelijkertijd mijn gebroken voet op het kussen op tafel te houden. Pijn? Nee, dit gaat niet over pijn. Dit gaat over een periode waarin t allemaal een beetje tegen lijkt te zitten. 

‘Wie ja zegt tegen het leven, zegt ja tegen pijn’. Eens! Ieder zijn of haar portie. De één net iets meer en anders dan de ander. Wat is erg? En wat is erger? Welke gradatie geldt voor 'ergst'? Mooie en sterke column. Over tevredenheid lees ik door de regels door. Er gaat veel door mijn hoofd. Alles valt te relativeren. Geluk schoonheid verdriet, angst. Ook pijn. Dus niet zeuren. 

Totdat mijn zoon wordt opgenomen in het ziekenhuis. Heftige astma-aanval. Geen lucht. Aan de beademing. Nacht op IC. Spoken uit het verleden die hun kop om de deur steken? Ik vertik het om die gedachten toe te laten. Ik zie dat hij knokt. Hard knokt voor lucht/leven in zijn longen. Mega trots op deze kanjer. Maakt dat het geen zin heeft om te 'klagen over'. Alleen maar dankbaarheid, voortgekomen uit de pijn. Is het pijn? Moet het pijnloos? Of is het soms domweg eventjes teveel. Dat je even niet meer weet welke richting de juiste is. Dat je doodmoe bent. Is het niet de hartverscheurende pijn, maar de laag op de laag op de laag? 

Grunberg sluit zijn column af met de woorden: 'De goden zijn wreed. De mensen eveneens. Soms ontmoet je iemand die minder wreed lijkt te zijn. Dat noemen we dan liefde.' Daar houd ik me dan maar aan vast. 

Morgen gezond weer op...

zondag 8 februari 2015

In Search of Meaning

Haasten. Ik haat dat. Vooral omdat ik me de laatste tijd al zo opgefokt voel. Bijna chagrijnig naar Zwolle, ware het niet dat lief zo positief ingesteld is. Maar om op dit late tijdstip nog de expositie 'Closer - Het megarealisme van Tjalf Sparnaay' in De Fundatie te willen bezoeken, heeft wat mij betreft geen zin meer. Ik wil in alle rust door het museum kunnen dolen en me laten verrassen door werk wat ik niet eerder zag. Me opnieuw laten verrassen door alle favoriete werken die ik al honderd keer gezien heb. 'Laten we gewoon een biertje pakken' opper ik. Lief pakt echter mijn hand en trekt me mee naar de ingang. Het is inmiddels tien over vier.

Om half vijf heb ik de knikkers, gebakken eieren, patat, hamburgers, Barbiepoppen én de binnenkant van de vaatwasser van Tjalf Sparnaay wel gezien. Ik geef toe. Ben onder de indruk. Én van de tijd die ik nodig had om deze expositie te bezichtigen én uiteraard van de olieverf-meesterwerken van de kunstenaar. Stuk voor stuk. Dat iemand in staat is om tot in de fijnste details de werkelijkheid weet uit te vergroten, vind ik zelfs bizar knap. Alleen daar wij hij via zijn schilderijen de kijker in staat wil stellen de realiteit opnieuw te ervaren, opnieuw te laten ontdekken, mis ik persoonlijk alle gelegenheid tot interpretatie. Nog een bekentenis. Wel word ik vrolijk. Blij van zijn schilderijen. Met een schat aan kleur. In de juiste belichting. Onthaasten in twintig minuten. Ik kan dat. Dacht ik.


Zowaar tijd over. Om de andere expositie 'In Search of Meaning - Mensenbeelden in globaal perspectief' te bekijken. Snel. Toch weer haasten. Met de trap naar boven. Op naar een andere wereld. Sparnaay's kleuren zouden met iedere traptrede moeten vervagen. Alsof dat lukt in die korte tijd.

Het contrast blijkt dan ook te groot. Zit al een tijdje niet zo lekker in mijn vel. Weet dan ook eigenlijk niet zo goed hoe ik de nieuwe indrukken moet verwerken. Wat ik er mee aan moet. Sluimerende gedachten krijgen bevestiging door bijvoorbeeld 'Conversation Piece' van Juan Múnoz. Geen grip op zaken. Meningen die er toe doen. Of juist niet? En op afstand? Of toch dichtbij?

Is het wij versus zij? En waar sta ik? Onrust neemt toe. Rest een kwartier. Ik wil meer weten. Maar waar te beginnen met verdiepen? In de toedracht van de expositie. Waarom juist deze werken? Wat is het thema? Wat is de betekenis van 'Mensenbeelden in globaal perspectief'?

Een volgende trap op. Naar de tweede verdieping. Deel twee van de expositie. Nog meer imposant. Indrukwekkend. Creaturen in de vorm van mensen. In diverse hoedanigheden. Ontstaan door mensenhanden, door kunstenaars die vooral bezig zijn met het lichaam, de dood, seksualiteit, geboorte en liefde. 'Geen ruimte voor kwetsbaarheid' lees ik in de folder. Daarentegen op een muur: 'het enige van belang is de relatie met anderen. Als mensen zich meer in de ander zouden inleven'. Inderdaad, in dat geval al die heftige uitingen waarschijnlijk niet nodig. Alsof het me allemaal een beetje te veel wordt, bekruipt het gevoel om, vijf minuten voor sluitingstijd, mijn kop onder de dekens te stoppen. Kussen mag ook.


'Pillow'. En ik herken. Zo goed. Op dat moment. Wanneer ik bijna struikel over de sculptuur van kunstenaresse Berlinde de Brucykere. Ik loop geen tien, maar twintig keer om het werk heen. Blauw, rood en paars. Het vel van de man. Man? Mens. Geen geslacht. Geen ogen om de kwetsbaarheid van af te lezen. Wel te vangen in iedere porie van zijn lijf. Gespannen verstopt hij zich. Of schuilt hij? Is hij moe? Of bang? Schaamte? Alsof er geen plaats is voor kwetsbaarheid. En met wie te delen?

Voordat ik mijn jas aantrek, loop ik nog even terug naar 'Carbon Cycle' van Marc Quinn. Nee, het helpt niet. Integendeel, nog onrustiger dan ik kwam, verlaat ik het museum. Mijn hoofd vol vraagtekens. Intrigerende tentoonstelling. Eén die binnenkwam. En het is nog niet af. Ik wil meer verhaal en meer tijd. Ik kom dan ook terug...

De expositie In Search of Meaning is nog tot en met 6 april 2015 te zien
De expositie Closer is ook nog tot en met 6 april 2015 te zien


zaterdag 17 januari 2015

Blaricummerheide meets Labradoodle

Zaterdagmorgen. Al vroeg op. Alleen in de keuken.  Klein ultiem geluksmoment. Met koffie uiteraard. En de fysieke krant. De pagina's staan weer volgetikt over terreurdreigingen en de jacht op jihadisten. Geen zin om te lezen, even niet. Teveel. Noem het rustig kop in het zand. Ik wil even los van de ellende op deze wereld. Trek mijn regenlaarzen aan, roep mijn stief Australian Labradoodle Twister, en vertrek voor een verfrissende wandeling naar De Blaricummerheide.

De korte autorit blijkt voor Twister al een hele opgave. Al hijgend probeert hij zijn enthousiasme over het naderend uitje onder controle te houden. Door het dolle springt hij bij aankomst dan ook uit de auto en is binnen no time in geen velden of wegen meer te bekennen. Ik ben er gerust op. Twister is trouw. Hij komt altijd terug. Ik ga zitten op een houten bankje dichtbij het verlaten terras van het restaurant. Zicht heb ik zo op de omgeving waar 'mijn' hond zich ergens moet begeven. Serene stilte die door een aantal vogels doorbroken wil worden. Het voorzichtige gefluit probeer ik te vangen. Een flauw zonnetje laat net zo aarzelend haar blik glijden over de met een flinterdunne ijslaag bedekte grond. Ik schakel mijn denktempo terug. En ben weg. Of één met de omgeving. Dat mag ook.

Plotseling gegil verstoort ruw mijn ZEN-moment. Consternatie achter een drietal bomen en struikgewas van waaruit ik een witte staart net iets te enthousiast zie kwispelen. Ik haast me naar de struiken en hoor twee vrouwen opgewonden tegen elkaar praten. 'Tommy! De hond van Yvon! Hij heeft mijn handschoenen!' Twister is inderdaad dol op petten, sjaals én handschoenen. Ik fluit, rammel wat met hondenkoekjes. Nu zie ik ook zijn kop ineens boven de struiken uitsteken. Nieuwsgierig. Of uitdagend? Want ineens zijn hond met handschoenen verdwenen. Spelen wil Twister. De vrouwen kijken enigszins teleurgesteld wanneer niet Yvon -boer-zoekt-vrouw Jaspers, maar ik naar ze toeloop om mijn verontschuldigingen aan te bieden.

Dame 1 kijkt enigszins nors voor zich uit. Vrouw 2 lijkt iets meer vergevingsgezind en begint geïnteresseerd te praten over de Australian Labradoodle. Informeren eigenlijk. Want, toevallig luisterde zij eergisteren naar Edwin Evers en daar vertelde gast -en hondenkenner bij uitstek- Martin Gaus dat de hond in feite niets meer is dan een bastaard, een kruising tussen een Labrador en een Koningspoedel. Dame 1 lijkt iets te ontdooien en mengt zich in het gesprek: 'Eergisteren sprak diezelfde Martin Gaus hierover in het programma Jinek toch wel iets genuanceerder' en vervolgt zonder een moment te aarzelen: 'Daar vertelde hij dat er naast deze Europese kruising ook nog een origineel ras is. Dat fokkers in Australië een weloverwogen keuze hebben gemaakt om een hond te creëren die als hulphond kan functioneren en die bovendien een hypoallergene vacht heeft. Daarom hebben die fokkers er bij de Labrador en de Koningspoedel ook nog een Engels Cocker 'ingedaan' en een Amerikaanse Cocker en een Ierse Waterhond en ook nog een Soft Coated Wheaten Terrier'.

Van verbazing valt mijn mond per uitgesproken ras steeds een aantal millimeters verder open. Dame 1 haalt toch even adem om vervolgens haar betoog over de Australian Labradoodle voort te zetten. 'Obama...'

Terwijl de dames verder praten over de voorkeur van de Amerikaanse president voor dit hondenras, zie ik ineens dat groepjes mensen zich rond mijn Tommy hebben verzameld. Ik verontschuldig me opnieuw en loop op een drafje naar de plek. De één na de ander blijkt op de foto te willen met Twister. Hij laat het zich allemaal gebeuren. Als een echte VIP blijft hij vooral vriendelijk. Sterker nog, hij geniet zichtbaar van al deze aandacht. Zijn buit heeft hij voor deze fotoshoot zelfs even losgelaten. Onopvallend pak ik de handschoenen snel op. Ik ben verbaasd over de buitensporige aandacht die hij krijgt. Wanneer de laatste in de rij gefotografeerd is, lijn ik Twister aan, loop weg van de groep mensen en besluit om nog even een kopje koffie in het restaurant te drinken.

Verboden voor honden. Helaas. Terwijl ik me omdraai en wegloop, schiet de eigenaar naar buiten, haalt me in en vraagt met een schuin oog over mijn schouder richting alle achtergebleven 'Tommy-fans' of ik een koffie van het huis wil. Opnieuw verbaasd. 'Maar mijn hond mag toch niet naar binnen?' 'Voor dit ras maak ik graag een uitzondering!'.


En Twister? Ach, sommige dingen veranderen nooit...


zondag 4 januari 2015

Het Rode Huis

Ik doe niet aan goede voornemens. Niet op lange termijn. In de trant van 'In 2015 ga ik of stop ik of doe ik of weiger ik nog' en zo veel meer. Wél neem ik mij 's avonds de dag van morgen voor. En zo rijden we één van de laatste dagen in 2014 richting Assen. Drents Museum, expositie Kazimir Malevich.

Na binnenkomst in één van mijn favoriete musea wordt lief meteen de expositie ingezogen en is de komende anderhalf uur niet aanspreekbaar. Het is druk in de zaal waar ik een jaar geleden nog 'De Sovjet Mythe' zag. Ook daar hing Malevich. Ik vind zijn werk mooi, maar met mate. Vanaf een bankje bekijk ik de observerende museumbezoekers. Een veelal ouder publiek schuifelt ingetogen langs de schilderijen. Ontspannen en geïnteresseerd. Ik praat graag. Benieuwd naar wat mensen boeit start ik een willekeurig gesprek met een keurige dame in een dito mantelpakje. Haar ogen glanzen wanneer zij vertelt over een andere expositie in het museum: 'Kostbare eieren uit het Tsarenrijk'. Niet geïnteresseerd. Ik.

Onrust neem wat toe. Ik excuseer me, sta op en loop de ruimte in waar werk hangt uit Malevich's figuratieve periode (1928 - 1934). Word daar toch 'gepakt' door een aantal werken. Als zijn 'vrouwenfiguur' en 'boeren'. Dan wil ik verder. Het museum in. Genieten van de prachtige ruimten, hallen, vloeren en glas-in-lood-ramen van het gebouw. Op zoek naar lief, valt mijn oog op 'Het rode huis' (1932). Klik. Foto. Heb ik.

Die foto is niet genoeg. De kracht van mijn dromen, huis aan zee met uitzicht op zee. Dat oneindige, waar alles mogelijk lijkt, vertaalt zich niet via een foto. Koop voor lief aan de vooravond van 2015 een kunstkalender van Malevich. Ook daar staat 'Het rode huis' paginagroot bij de maand september. Het is nog niet eens januari. Maar het papier glanst teveel. De dikke lagen en gebarsten verf, waardoor het huis van het doek afknalt zie ik niet.

Eergisteren nam ik mij gisteren voor. Dat ik niet ga wachten tot het september is. Pak de schildersezel, doek en de kist met kwasten en verf. In twee uurtjes staat het huis op het canvas. Acryl. Droogt snel. 's Avonds hangt mijn eigen Malevich al aan de muur.

Vanaf de bank observeer ik mijn creatie. Ik moet toegeven, ook dit huis knalt niet de kamer in zoals ik graag had gehoopt. Malevich valt niet te overtreffen. Maar het is er wel, dat huis. In mijn huis. En terwijl ik kijk, denk ik na over het nieuwe jaar en voornemens. Laat mij maar schrijven MijnMoment2014) Wie weet ooit nog wel eens in een rood huis, daar ergens aan zee...

De expositie: Kazimir Malevich - De jaren van de figuratie duurt nog tot 15 maart 2015 en is te zien in het Drents Museum Assen

zondag 14 december 2014

Mr. Turner

Donderdagavond recensie over film Mr. Turner: veelzijdig portret van een man die zich niet laat vangen. Nieuwsuur diezelfde avond: Portret van Engelse Rembrandt. Geen idee waarom, maar neigt naar meer. Lees en verdiep me snel door 'William Turner' in Google in te tikken en vervolgens op 'afbeeldingen' te drukken. Maar, die schilderijen, wat mooi! Niet voor niets 'schilder van het licht'! Volgens de Volkskrant zelfs schitterend smerig, wild en verfijnd. Ik wil de film zien, benieuwd naar de kunstenaar.

Kaarten gereserveerd. Vriend wacht in die rij. Ik installeer me geduldig in één van de drie rijen waar koffie wordt uitgeschonken. Met zorg. Zorg die geduld op de proef stelt van het avondje-uit-publiek-. Eén van de koffieapparaten is defect. Gemompel, Zuchten en zweet op de voorhoofden van de vrijwilligers. Daar waar omgevingsprikkels mij normaliter overvoeren, beschik ik gelukkig over de gave om de rust in (de wél altijd verkeerde) rij te bewaken. Relativeren, groot goed. Zitten in het midden van de vijfde rij van boven. In de uitverkochte filmzaal van Filmhuis Hilversum. Goed zicht. Observeren. Tussen net publiek. De 'gevestigde bovenlaag'? Voornamelijk veertig plussers. Kunstminnend waarschijnlijk ook. Consternatie links, twee rijen beneden de onze. Stel installeert zich. Vrouw verheugt over avondje uit. Man zichtbaar en hoorbaar gefrustreerd, misschien over de aanstaande zit. De film duurt tweeënhalf uur. Ik vraag me af of vriend zich daar bewust van is.

Daar waar de één letterlijk zijn neus ophaalt, slaakt Mr. Turner licht grommende geluidjes in geval van verontwaardiging, ongenoegen, onrecht en/of onbegrip. Situaties die zich regelmatig voordoen op het witte doek. De man Turner. Klein, dik, opgezwollen hoofd, vette haren. Norse blik, plotseling omslaand in onderzoekende ogen. Kwetsbaar soms zelfs. Beweegt zich prominent in zijn eigen decor. Prachtige beelden. Luchten gevangen in beeld die verfijnd overgaan van het ene witte film- op het andere canvasdoek. Karakteristieken zonder overdrijven. Liefde, genot en de tegenstellingen hierin. Eenvoud in een eigenzinnige kunstenaarsdynamiek halverwege de negentiende eeuw. Intellect. Maar geen behoefte om dit te bewijzen. Wél vasthoudend aan zijn vernieuwende stijl. 'Schilder van het licht', door het publiek niet altijd begrepen, Tweeënhalf uur film, waarbij ik me moeiteloos overgeef aan de traag in elkaar overlopende scene's. Vriend meer moeite. Af en toe een snurk, bij toeval tegelijk met Turner's gegrom.

Tijd voor evaluatie. Zin in wijn. Wel cafégasten, maar geen bekende in Hilversum, dus zoeken naar een geschikte locatie. Via eerst een knipoog door een hoogblond gepermanente, rokende dame op het terras worden we vervolgens al dansend binnengeloodst door, verdomd(!), Mr. Turner nr. 2. Zelfde vadsige, zij het beter gekleed en grijze haren die vrolijk om het ronde gezicht bewegen in plaats van er vet tegenaan plakken. In het moderne, zij het 'bruin' aanvoelende, danscafe, daar ergens op de hoek van de hoofdstraat. Karakteristieken blijken ook in real life te bestaan. Zie daar de travestiet aan het uiteinde van de lange bar. In een net te strak leren rokje. Wij nestelen zich naast hem/haar en bestellen. Mijn Sauvignon Blanc, zijn La Chouffe. Al snel voegt 'Hoogblond' zich naast me. Stelt zich voor en wil dansen. Niet eerst voordat ze gezegd heeft dat volgend jaar, het jaar van mijn achtenveertigste verjaardag, het jaar wordt waarin een lang gekoesterde droom uit zal komen. Mr. Turner nummer 2 geeft zich al grommend over aan Travestiet. Ik stel voor dat Hoogblond zich eerst voegt bij vriend. Die de dansvloer al gevonden heeft. Dansen op muziek. Na een half uur pas ontdekken dat de muziek live is en verzorgd wordt door een DJ ergens twee meter boven de bar. Heerlijk muziek. Funk, Soul, EightiesMr. Turner gaat los. Geeft zich over. Zijn grijze lokken steken af bij het lange donkere haar van Travestiet. Ik maak beide complimenten. De één gromt, iets over 'overgave', 'gevoel'. Jaja, Mr. Turner...