woensdag 19 december 2012

Faber quisque fortunae suae


Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk

Geluk is een groot goed en een heel ruim begrip, voor iedereen anders te interpreteren. Ik realiseer me dat dit onderwerp zo onderhevig is aan tijd, persoonlijkheid, omstandigheid (leefomgeving) en verwachtingen en daarmee zo groot. Aanleiding van dit blog is een affiche, met daarop een aankondiging van een expositie van Evert Thielen in Slot Zeist. Deze brengt me terug in Museum de Fundatie in Zwolle, waar ik in de herfst van 2011 kennis mocht maken met zijn werk. Contrasten als vrijheid en gevangschap, onder ander geïllustreerd in het veelluik ‘Het Verlangen’, brengen me nog verder terug in de tijd….

Opeens zie ik haar. Naakt. Ik herken haar. Zoveel positieve energie diep weggestopt. Kan er niet uit, mag er niet uit. Opgesloten. In angst, onzekerheid. Van wie mag ze niet? Voelen. Lachen. Huilen. Leven. Van wie niet? Omstanders? Mensen met wie ze samenleeft? Gevangen in heden, verleden? Toekomst? Vragen die nog meer onzekerheid en kwetsbaarheid bewerkstelligen. Gevangen in haar naakte, ogenschijnlijk open, lijf. Ze laat niet zien wie ze wil zijn. Ze realiseert zich dat zij alleen de sleutel heeft om uit het keurslijf van de kooi te kruipen. 

Jaren geleden las ik een tekst van Theo Kars uit ‘Een speling van de natuur’:
'Een mens heeft zijn geluk in eigen handen. Wie zijn geestkracht inzet om volgens zijn instincten te leven, moet logischerwijs gelukkig worden. Geluk is een product dat iedereen zelf kan vervaardigen. Het vergt echter zoveel moeizame arbeid, dat de inspanning van de meeste mensen na verloop van tijd verslapt. Zij leven door in een schemertoestand: niet ongelukkig genoeg om een einde aan hun bestaan te maken, maar te zelden gelukkig om nog in duurzaam geluk te geloven'.


Ze weet; anderen beschouwden haar als bezit. Maar je kunt niet iemand bezitten. Zelfs je eigen kind niet. Je levert een bijdrage aan de opvoeding. Ook een partner bezit je niet. Net zo min als de partner jou. Hij is niet ‘haar man’. Zij is niet ‘zijn vrouw’. Zij wil ‘ik’ zijn. Met alle respect voor hem. In hun relatie. Het willen controleren en het gunnen van weinig vrijheid is egoïstisch. Of gebaseerd op angst. Je kunt een partner of relatie niet belemmeren in ontwikkeling. Iedereen leeft zijn of haar leven namelijk op basis van persoonlijke keuzes en in een eigen tempo. Je kunt het leven van de ander, van wie dan ook niet regisseren. Je kunt voor iemand anders niet bepalen wat de definitie van geluk is. 

In Het Verlangen voel ik een verwijt. Dat zij een (lees hét) ultimatum moet stellen? Nee, dan ken je haar nog niet. Niet goed genoeg. Nooit zal zij iemand forceren tot het maken van een keus. Keuzes maak je niet voor iemand anders. Ieder is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen geluk. Onbegrepen door omstanders, maar gedreven door een opborrelend verlangen naar vrijheid opent ze de kooi. Aarzelend en met moeite kruipt ze naar buiten. Dan recht ze haar rug en stelt zichzelf eerst open voor … zichzelf. Ingegeven door onvoorwaardelijk vrije gedachten besluit ze vervolgens zelf welke weg ze inslaat. 

De schilder 
Evert Thielen (Venlo, 1954 ) volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Met zijn imposante veelluiken en realistische stijl groeide hij uit tot een bijzonder fenomeen in de kunstenwereld. Thielen vindt zijn inspiratie in de schilderkunst van vroegere eeuwen. Hij vertaalt zijn fascinatie voor de Vlaamse Primitieven in het algemeen en Jan van Eyck in het bijzonder, Johannes Vermeer, Gabriël Metsu en andere oude meesters in eigentijdse schilderkunst. De schilder maakt gebruik van eeuwenoude schildertechnieken om natuur, mensen, interieurs en voorwerpen zo levensecht mogelijk weer te geven. Zijn werkwijze verraadt een extreem gevoel voor perfectionisme, liefde voor het revitaliseren van oude ambachtelijke vaardigheden en onvoorwaardelijke overgave aan het vakmanschap. Hij combineert deze toewijding met een sterke fascinatie voor verrassend actuele taferelen, portretten en stillevens.

Slot Zeist: http://www.slotzeist.nl/?katern=80&taalcode=NL
Je hebt nog tot 30 december 2012 om het werk van Evert Thielen in Slot Zeist te bewonderen! 

woensdag 7 november 2012

Mijn hoofd is mijn paleis


Een masker is gezichtsbedekking ter vermomming of bescherming. Door het masker af te werpen, vertoont iemand de echte situatie of zijn ware gedaante. Geen schone schijn, maar de naakte waarheid. Die wil ik zien, voelen en meemaken. Alleen dan weet ik wie je bent en wat ik aan je heb. Jij en ik… wie communiceert met wie? En hoe? Achter wie of wat verschuil jij je vandaag? Alleen vandaag? Of iedere keer wanneer wij elkaar treffen? Wie ben je? Waar ben je? Hoe kan ik je raken? En jij mij? Wanneer durven wij het aan ons ‘naakt’ aan elkaar te tonen? Ons masker te laten vallen en ons ware gezicht te tonen?

Waarom een masker? Heeft het te maken met zelfbedrog? Niets is 
menselijker namelijk dan jezelf voor te liegen over je omgeving en over jezelf. Of is het een kwestie van jezelf niet kwetsbaar durven opstellen? Maar wat betekent kwetsbaar nu precies? Volgens de Van Dale geldt: ‘Verwond, aangetast kunnen worden’. Dat is heftig. Dus wanneer ik me emotioneel, fysiek of mentaal kwetsbaar opstel, loop ik het risico verwond te raken? Zet ik mijn masker op ter bescherming? Kan het ook schaamte zijn? Ons om uiteenlopende redenen anders willen voordoen dan we in werkelijkheid zijn?

Een bezoek aan expositie ‘Maskerade’ in De Hallen in Haarlem confronteert me met dit soort vragen. Aan kunstenaars en vormgevers, die een speciale band met het museum hebben, is gevraagd een blanco masker te bewerken. Het resultaat is een bonte verzameling van 62 bijdragen in uiteenlopende stijlen, materialen en vormen, tentoongesteld in de Verweyhal van het museum. 

Terwijl ik de uitbundige maskers bekijk, spoken woorden en eigenschappen als: eerlijk, recht door zee, emoties, uiten, naakt en oprecht door mijn hoofd. Ik besef dat deze letterlijke diversiteit in vormgeving een afspiegeling is voor de manier waarop wij als mens vaak met elkaar omgaan. Elkaar benaderen. Hoe vaak doen wij niet ‘alsof’ alleen met de wil aanvaard en geaccepteerd te worden. Je verwacht dat een masker liefde oplevert. Maar ook bewondering, aandacht of iets anders waar je behoefte aan hebt. Als toneelspelers houden we daarmee niet alleen onszelf, maar ook de mens met wie we samenleven, een relatie zijn aangegaan, voor de gek.

Ondanks alle fraaie verschijningen voel ik een kilte in de expositiezaal.  Wat ik zie is letterlijk te gekunsteld. Het voelt te klinisch. De verscheidenheid aan kunstenaars en de toegepaste technieken zorgt voor (zeer) kundige kunstwerken. Toch voel ik geen warmte. Ik mis de expressie. Maskers dragen betekent dat je jezelf niet durft of zelfs niet kunt geven zoals je echt bent. Ik betrap mezelf op de neiging de maskers te willen ontmaskeren. Het leven achter een masker houdt namelijk vroeg of laat op. Ik hou van puur. Voor mij is een uurtje Maskerade dan ook genoeg…

Voor wie geïnteresseerd is, de tentoonstelling duurt tot en met 18 november 2012. Het slotakkoord van Maskerade is een openbare veiling van de maskers op die dag. 
Voor meer informatie zie de site van De Hallen: http://www.dehallen.nl/tentoonstellingen

maandag 15 oktober 2012

Doe Maar; hot or not?!


Mijn zus belt. Doe Maar gaat optreden. Er is sprake van een grootse reünieshow van de legendarische band tijdens de 7e editie van Symphonica in Rosso in het Gelredoom in Arnhem. Samen met het 40-koppig symfonische orkest van Guido’s Orchestra spelen ze hun grootste hits. Ik hou niet van groots. Ik ben van klein en intiem. Ik kan niet zo goed tegen massaliteit en al helemaal niet tegen één die samen gaat met opzwepende hysterie. Mijn zus onderbreekt mijn stortvloed ‘maarren’ en vraagt of ik mee wil naar de try-out in Het Burgerweeshuis in Deventer. Dubbele nostalgie dus. In dat geval. Ik zeg geen nee.

Joost Belifante
In de uitverkochte zaal van het Burgerweeshuis passen maar 400 veteranen net als ik. Voordat de ‘oldies’ rollator-vrij het podium betreden, heerst een uitgelaten stemming onder het publiek. Alom herkenbaarheid. Avondje los, avondje terug in de tijd…. Ernst, Henny, Jan en René betreden het podium en ik word getroffen door de geuren en kleuren van 32 jaar geleden. Ik voel me heel even weer 13. Heel even maar. Ik sta 5 meter van het podium, dus op korte afstand van de zestigers, die zo nodig nog moeten. Het beeld confronteert met mijn ‘ouderdom’, met ‘dat was vroeger’. Op ‘Hé, er is geen bal op de tv!’ laat ik deze constatering varen en geef ik me over. Als vanzelf ben ik terug in de tijd.

Vanavond is weer even vroeger. Ik mag. Ik zie niet dat Henny grijs is en Ernst bijna kaal. Ik ben even weer 13 en ga los. En zing! En dans! Op ‘Sinds 1 dag of 2, De Bom, Belle Hélène en Is dit alles’! Dein mee op nummers als Nederwiet, met een fantastische hoofdrol voor Joost Belifante, de bebaarde violist, trombonist, neusfluitist en gitarist die het nummer schreef. Ik ruik de wiet en iedereen word high…. zo high als een Vlaamse pagegaaaaaai!
Anderhalf uur spelen en drie toegiften later betreed ik weer het 'hier'. De zaallichten schieten aan en confronteren nog eens... uitgelopen mascara ziet er anders uit dan 32 jaar geleden. Hoor de regelmatig uitgesproken woorden van mijn dochter: ‘mam doe eens ff normaal!’ en terwijl ik naar mijn buurvrouw mét te krappe spijkerjasje vol roze en groene Skunkbuttons kijk, krijg ik acuut de slappe lach. Het is al gebeurd dochterlief! Gedroeg me zoals jij nu bij One Direction. Als een overdreven puber. En ik niet alleen. Avondje van en voor oudere jongeren. Ernst en Henny zijn weer weg. En niet te vergeten Jan en René. Ik stond heel dichtbij ze. Kon ze bijna aanraken. 
Niet massaal. Geen hysterie. Wel een intieme ontmoeting met mijn jeugd. Ontmoeting met wie ik was en wilde zijn. Wel een beetje raar...32 jaar. Liever dan lief, weer even verliefd. Doe Maar was goed. Doe Maar deed niet zomaar.

zondag 7 oktober 2012

Beeldend kunstenaar Paul de Reus; shocking?


Om in mijn eerste bericht maar direct een kwinkslag naar de titel van mijn blog te maken, bezocht ik dit weekend een expositie van Paul de Reus in het Stedelijk Museum Kampen. Ik werd getriggerd door een artikel in De Stentor waarin de journaliste het werk van De Reus beschrijft als ‘speelse beelden, die naarmate je langer kijkt, pijnlijk beladen worden’. 
‘Is dit zo?’, vraag ik me af …

Het Stedelijk Museum Kampen is gevestigd in het oude stadhuis in het centrum van Kampen. Het oorspronkelijke Oude Raadhuis dateert uit ca. 1350. Directeur Stan Petrusa kiest naast de permanente historische tentoonstelling (water, geloof, rechtspraak en het huis van oranje) voor moderne kunst op de begane grond. Met zijn keuze voor Paul de Reus wil hij de bezoeker prikkelen.

Bij binnenkomst word ik direct geconfronteerd met een beeld van een vader die zijn dochter op de schouders heeft. Ik zie geen gezicht van de man. Hij heeft zijn hoofd verstopt onder de jurk van het meisje. Ogenschijnlijk heel lieflijk, maar wanneer ik letterlijk en figuurlijk stilsta voor en bij het beeld, bekruipt me toch een licht gevoel van boosheid en irritatie. Wat heeft die man onder die jurk te zoeken?! Zo ook het beeld van een grote vrouw in het midden van de ruimte met haar handpalm omhoog. ‘De Gift’ heet het object. Toch kijkt ze niet echt blij met het sperma dat op haar hand ligt. Eerder verbaasd, geschrokken…

Ik ben onder de indruk van de personages die afgebeeld worden en op de tekeningen staan. Zij laten een steelse blik in 'hun leven' toe.  Ze spelen een spel, met zichzelf, maar ook met ons bewustzijn. Ze schijnen zich te willen verbergen. Wegstoppen voor de soms harde realiteit. Ik ben onder de indruk maar nog niet echt geraakt. Ik begrijp de bedoeling van het spel dat aanzet tot nadenken. Ik wil meedoen, maar ik kan het niet, omdat het geen kwesties zijn die mij persoonlijk raken, totdat… ik me niet meer kan verstoppen, omdat ik haar op de grond zie liggen. Dood. En het kind leeft. Titel of geen titel. Dit is mijn verhaal. Ik viel en stond na al die jaren weer op. Mijn kind viel ook, maar bleef liggen… De vrouw in het object van De Reus lijkt wat mij betreft niet iets te willen verbergen, maar juist haar verhaal, vrij voor interpretatie, aan mij te willen vertellen. Te delen. 

Vervolgens beland ik bij een volgende fase in mijn leven. Ik kijk naar een bed waarin een echtpaar gescheiden door een glazen wand, dus ogenschijnlijk, naast elkaar ligt. Voorbijgegane jaren vliegen fragmentarisch rakelings vanuit mijn hoofd en hart tussen de beelden en muren van de ruimtes waarin Paul de Reus exposeert. Ja dus, hij komt binnen. Hij presteert het om ook mij te raken met zijn beelden die naarmate je langer kijkt, pijnlijk beladen worden. Toch weet ik ook hier weer een positieve draai aan te geven.

Voordat ik de ruimte verlaat, draai ik me nog eens om en kijk rond. Opeens ben ik me bewust van alle ‘ogen’ die op me gericht zijn. Niet geschokt, eerder getroffen door het feit dat een kunstenaar daar toe in staat is, laat ik het effect langzaam tot me doordringen. Het is niet alleen pijn. Wat mij betreft is deze ruimte gevuld met leven. Het leven van mensen zoals jij en ik.

Voor meer informatie over Paul de Reus: http://mistermotley.nl/Archief/Nummers/2/Art/paul-de-reus/
Voor meer informatie over Stedelijk Museum Kampen: http://www.stedelijkmuseumkampen.nl/cms/